Elburg

Ooit was Elburg een vissers- en handelsplaatsje dat rechtstreeks op de Zuiderzee uitkeek. Na eeuwenlang te kampen hebben gehad met overstromingen werd, na de tweede Sint Marcellusvloed (1362) en de watervloed van 1367, het besluit genomen dat Elburg moest worden verplaatst.

Willem van Gulick, de toenmalige hertog van Gelre gaf de opdracht om Elburg te verplaatsen. Dit plan kon worden uitgevoerd dankzij de welvaart die Elburg als Hanzestad in die tijd kende. Arend Thoe Boecop bouwde in vier jaar tijd (1392-1396) een stad met een rechthoekige plattegrond, waarin de straten planmatig werden aangelegd. Deze planmatigheid, met recht op elkaar staande straten, was een gevolg van het feit dat de stad op de tekentafel werd ontworpen. Na de bouw van de nieuwe stad stond het kerkgebouw nog altijd op de oude plaats buiten de nieuwe stadsmuren. Pas in 1397 gaf de bisschop zijn goedkeuring om de huidige Grote of Sint-Nicolaaskerk binnen het nieuwe stadje te herbouwen. Op dat moment was er nog een plaats in de hoek vrij en dus is Elburg een van de weinige oude steden waar de kerk niet centraal maar aan de rand staat.


Elburg werd eind 14e eeuw niet alleen verplaatst, maar men maakte er ook een vesting van met grachten, muren en een aantal verdedigingstorens. In de 19e eeuw werd een groot deel van de vesting gesloopt om ruimte te maken voor nieuwe huizen van de groeiende bevolking. Het feit dat Elburg naast Hanzestad ook als vestingstad bekendstaat vormt een belangrijke reden voor toeristen om een bezoek aan de stad te brengen. (Bron: wikipedia / Afbeelding Spotter2)

Meer informatie over Elburg

Elburg in Wikipedia