Verleden en toekomst

De Schelde is een 350 km. lange rivier, die bij de Franse plaats Guoy ontspringt. De rivier verandert tijdens zijn loop vier maal van naam. In Frankrijk en Wallonië luidt de naam: Escaut, tot Antwerpen: Schelde, tussen Antwerpen en de Nederlandse grens: Zeeschelde, en vanaf deze grens tot aan de monding: Westerschelde, ook wel Honte genaamd. Oorspronkelijk vormde de huidige Oosterschelde de hoofdmonding van de Schelde. Maar ongeveer 1000 jaar geleden werd de verplaatsing hiervan in gang gezet naar de zuidelijker gelegen, huidige, Westerschelde. Foto: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat/ Harry van Reeken

Stormvloeden en verdronken dorpen

Zeeland is gevormd door weer, wind en menselijk ingrijpen. Door indijking van polders werd het getij-kombergingsgebied van de Schelde ingeperkt en tijdens stormvloeden zocht het water opnieuw zijn weg, voornamelijk in polderland waarvan het maaiveld verlaagd was door veenafgravingen. Tussen 800 en 2000 vonden 47 grote stormvloeden plaats in de Scheldedelta. Soms was de herstelperiode te kort tussen opeenvolgende stormvloeden, waardoor dijken niet tijdig op sterkte konden worden gebracht. Oorlogen veroorzaakten eveneens achterstallig onderhoud aan dijken en bovendien vonden er soms militaire inundaties plaats, bijvoorbeeld tijdens de tachtig-jarige oorlog. Tijdens stormvloeden werden hele dorpen door het water verzwolgen. In totaal telt Zeeland meer dan 115 verdronken dorpen. Slechts een klein deel hiervan bevindt zich onder water. Ten gevolge van inpoldering en aanslibbing liggen de meeste dorpen ‘aan wal’. Meest bekend is het Zuid-Bevelandse Valkenisse. In 1682 kwam dit dorp onder water te staan, en werd nadien niet meer opgebouwd. Sinds 1990 kwamen restanten van Valkenisse bij eb steeds meer droog te liggen. Het dorp geldt sinds 2001 als beschermd archeologisch monument. Foto: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Joop van Houdt

Estuarium

De Westerschelde maakt deel uit van een estuarium. Dit is een verbrede riviermonding, waar zoet rivierwater en zout zeewater met elkaar vermengd worden. Bovendien treedt getijdenwerking op. Het Schelde-estuarium bevat diepe en minder diepe vloed- en ebgeulen, die worden afgewisseld door zandplaten en slikken. Dezen vallen deels droog door het getij. Bij een gezond natuurlijk evenwicht vormt het estuarium een belangrijke voedingsbodem voor schelp- en schaaldieren en vissen. Schorren en platen zijn vaak rijk begroeid, en vormen belangrijke broed- en verblijfsgebieden voor diverse vogelsoorten. Het Westerschelde-estuarium is daarom in trek bij vissers en recreanten. Foto: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Joop van Houdt

Verlanding

Meestal treedt in een estuarium meer verlanding op dan erosie. Dit proces wordt nog versneld door bedijking en inpoldering. Slik en zand, die worden meegevoerd met de getijdenstroming, kunnen zich niet meer afzetten op naast de rivier liggende uiterwaarden of platen of schorren. In plaats daarvan treedt stroomopwaarts meer bezinking op, bijvoorbeeld ter hoogte van de havens van Antwerpen, waar momenteel ook continu moet worden gebaggerd. Bijkomend nadeel van slibhoudend water, is dat vervuilende stoffen zich binden aan slikdeeltjes, waardoor lokaal giftige concentraties kunnen ontstaan.

De toekomst van de Westerschelde

De Westerschelde is de toegangspoort tot Euregio Scheldemond, en zodoende van grote economische betekenis voor zowel Nederland als België. De bereikbaarheid van Antwerpen voor de steeds groter wordende zeeschepen dient te worden gewaarborgd. Regelmatige verdieping, en op bepaalde plaatsen vrijwel continu baggeren, is hierom noodzakelijk. Deze activiteiten vormen echter een serieuze bedreiging voor het duurzaam voortbestaan van het estuarium. Om deze reden adviseert prof. dr. Henk L.F. Saeijs, voormalig Hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zeeland, in zijn boek “Weg van water” om tot ontpolderen over te gaan. Indien dit niet gebeurt, wacht volgens Saeijs de Westerschelde het droeve lot van het Seine-estuarium. De monding van de Seine is grotendeels verzand. Het resterende estuarium is gereduceerd tot 21% van de oorspronkelijke omvang en is geheel verzoet. Foto: https://beeldbank.rws.nl, Dr. Lic. Kapt. J.W.P. Prins