Verdiepen en ontpolderen

Het Schelde estuarium verkeert in slechte staat. Door inpolderen, opspuiten van haventerreinen, en in totaal drie verdiepingen van de vaargeul (1970, 1995 en 2010) is het kwetsbare evenwicht tussen breedte en diepte in het estuarium verstoord. De Westerschelde is echter aangewezen als Natura 2000-gebied en maakt zodoende uit van het Europese netwerk van natuurbeschermingsgebieden ter bescherming van biodiversiteit. Om deze reden dient natuurcompensatie plaats te vinden. Vlaanderen en Nederland hebben in 2005 verdragen gesloten over de Schelde.

Noodzaak tot verdieping

In de Antwerpse haven bevinden zich een aantal grote containerkaaien: Europa Terminal, Noordzeeterminal en Deurganckdok. Hiermee wordt een totale overslagcapaciteit gerealiseerd van 12 miljoen TEU per jaar, gelijkwaardig aan die van de haven van Rotterdam. TEU staat voor Twenty Feet Equivalent Unit. Dit is de standaard lengtemaat voor een container: 6,1 meter. Containerschepen worden steeds groter. De nieuwste generatie containerschepen, de Ultra Large Container Carriers (ULCC), hebben een capaciteit van 15.000 TEU en een diepgang van ca. 15 meter. Om de haven van Antwerpen voor deze steeds groter wordende schepen bereikbaar te houden, dient de vaargeul in de Westerschelde regelmatig uitgebaggerd en verdiept te worden. Foto: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat  

Consequenties van verdieping

In het schelde-estuarium is het getij dominant. Het vloedvolume dat de rivier binnenstroomt is naar schatting 400 maal zo groot als het watervolume van de rivierafvoer. In de Westerschelde wordt zodoende naast riviersediment tevens een aanzienlijke hoeveelheid sediment vanuit zee getransporteerd. Door inpoldering en indijking kan het sediment uit het Westerscheldewater zich minder afzetten in naast de rivier liggende uiterwaarden of platen en schorren. Zodoende is het slibgehalte van het water hoger dan vroeger het geval was. Slib dat zich niet meer kan afzetten in nevengebieden bezinkt in de vaargeul. Hierdoor zal de vaargeul, naarmate deze verder wordt uitgediept, ook steeds sneller dichtslibben. Om dit te voorkomen, moet het slib gelegenheid krijgen om zich op andere locaties af te zetten. Hiertoe kunnen maatregelen worden genomen als ontpolderen, zandwinning op plaatsen waar verzanding optreedt of “slim baggeren”, waarbij bagger verder weggebracht wordt, om rondpompen te voorkomen. Verder is het zo, dat een hoog slibgehalte leidt tot vertroebeling van het water met negatieve gevolgen voor de visstand. Ook binden verontreinigende stoffen zich aan slibdeeltjes, waardoor lokaal toxische concentraties kunnen ontstaan. Dit risico bestaat vooral in het Antwerpse havengebied. Foto: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Leo Adriaanse

Scheldeverdrag en Hedwigepolder

Verdieping gaat gepaard met het verlies van bestaande natuurwaarden. In 2005 sloten Nederland en Vlaanderen het Scheldeverdrag waarin compenserende maatregelen zijn opgenomen. Het gaat hierbij om maatregelen die voldoen aan de vogel- en habitatrichtlijn, met inachtname van de Natuurbeschermingswet 1998. Een van de maatregelen is dat de dijken rond de Hedwigepolder afgegraven moeten worden. Vooral vanuit Zeeland zijn er bezwaren om hier te ontpolderen, met name omdat hierdoor kostbare landbouwgrond verloren gaat. Er gelden bovendien milieubezwaren. Foto: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Harry van Reeken

Milieuproblematiek

Er wordt gevreesd voor een verstoring van het milieu, indien de Hedwigepolder ontpolderd wordt. Slib bindt verontreinigde stoffen. Het Scheldewater ter hoogte van de Haven van Antwerpen is zwaar verontreinigd. Deze verontreinigingen binden zich aldaar aan slibdeeltjes in het rivierwater. De stroming van de Schelde staat haaks op de Hedwigepolder, hetgeen betekent, dat bij vloed de polder overstroomd wordt door water dat tot stilstand komt. Het verontreinigde slib bezinkt, waardoor accumulatie van giftige stoffen ontstaat. Verdere accumulatie vindt plaats in plantengroei op de schorren. Dit leidt dit tot ernstige ziektes en steriliteit van bodemdieren, schelpdieren, vissen en vogels. Bovendien komt verpulverd organisch materiaal als fijn stof in de atmosfeer. Door inademing en opname via de huid kan dit een bedreiging zijn voor de gezondheid van mens en dier. Het gaat hierbij vooral om kankerverwekkende PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), PCB’s (polychloorbifenylen) en zware metalen als cadmium, zink, lood en kwik. Foto: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Harry van Reeken

Deltaresrapport

In opdracht van de Nederlandse overheid heeft het kennisinstituut Deltares een onderzoek gedaan naar mogelijke alternatieven voor ontpoldering van de Hedwigepolder. Deltares constateert dat sinds 1977 het areaal schor en pionierbegroeiing vrijwel gelijk is gebleven. Het areaal laagdynamisch intergetijdengebied is echter afgenomen. Dit blijkt niet hersteld te kunnen worden door louter buitendijkse aanleg van schorren. Buitendijks ontwikkelen van laagdynamisch slik (ter plekke van Appelzak, slikken van Hulst, Platen van Ossenisse) levert verder een te geringe bijdrage. Ontpoldering, zonder verlies van landbouwgrond, is mogelijk ter plekke van Appelzak, Welzingepolder, Schorerpolder en Braakman-Noord. Volledige ontpoldering van Braakman-Noord vormt het beste alternatief. Hiermee wordt 490 ha. natuurherstel gerealiseerd, hetgeen voldoet aan de gestelde morfo-ecologische en juridische kaders. Op basis van de gegevens uit het Deltares rapport, kiest Nederland als alternatief om gefaseerd te werk te gaan: In de eerste fase vinden een aantal buitendijkse maatregelen plaats in de Westerschelde. In fase twee worden de Schorer- en Welzingepolder bij Vlissingen ontpolderd. In fase 3 volgen verdere binnen- en buitendijkse maatregelen elders in het Westerscheldebekken.

Hedwigepolder toch onder water

De Raad van State heeft in november 2014 het besluit genomen dat de Hedwigepolder onder water kan worden gezet. Alle bezwaren zijn hierbij afgewezen.