Sint Elisabethsvloed

Op 19 november 1404, de naamdag van Sint Elisabeth, werd Zeeland getroffen door een forse overstroming. We weten niet of het met deze heilige te maken heeft, maar vervolgens werd Zeeland nog twee keer rond deze datum getroffen door overstromingennamelijk in 1421 en in 1424. Ook deze overstromingen werden vernoemd naar Sint Elisabeth.

Deze overstromingen zijn dan ook de geschiedenis ingegaan als:

  • de eerste Sint Elisabethsvloed van 1404
  • de tweede Sint Elisabethsvloed van 1421
  • de derde Sint Elisabethsvloed van 1424

De eerste Sint Elisabethsvloed

De eerste Sint Elisabethsvloed vond plaats op of rond 19 november 1404. De overstromingen vonden vooral plaats in Vlaanderen en Zeeland. Het landverlies in Zeeuws-Vlaanderen en West-Vlaanderen bedroeg circa 3000 ha. Jean Brandon van de abdij Ter Duinen beschreef de eerste Sint Elisabethsvloed van 1404 als volgt:

"Ook in hetzelfde jaar was er in de maand november op de dag zelf van St.-Elisabeth zo'n grote overstroming van de zee, dat wallen en dijken tegenover de vloed van de zee geplaatst, op vele plaatsen zijn gebroken, waardoor de zee zich in de lengte en in de breedte over het land verspreidde in het maritieme deel van Vlaanderen en andere gebieden. Huizen werden meegesleurd en dieren en mensen verdronken onverwacht en onverhoopt." Het was zelfs het zo erg, "dat de gezwollen zee over haar oevers en dijken uitgroeide in een mate als nooit in de herinnering was gezien; in honderd jaar was de zee niet zover buiten haar boorden getreden."

In Vlaanderen braken de dijken ten noordwesten van Aardenburg, bij Groede en tussen Nieuwpoort en Lombardzijde. Daarnaast brak de dijk om Walcheren op verschillende plaatsen. De plaatsen Hughevliet, Oud-IJzendijke en Oostmanskapelle in Zeeuws-Vlaanderen verdwenen onder de golven. Voor gravin Margaretha van Male, toentertijd gravin van Vlaanderen, was deze overstroming de aanleiding om de opdracht tegeven om een algemeen zeewerende dijk aan te leggen. Deze dijk wordt nog altijd de Graaf Jansdijk genoemd naar haar zoon en opvolger, Jan zonder Vrees. Later gaf Jan zonder Vrees, hertog van Bourgondië, opdracht de reeds bestaande dijken te verbinden tot één grote dijk die van het noorden van het graafschap tot het zuiden liep.

De tweede Sint Elisabethsvloed

De tweede Sint Elisabethsvloed vond plaats op of rond 19 november 1421. Vermoedelijk werd de ramp veroorzaakt door een bijzonder zware noordwesterstorm, gevolgd door een zeer hoge stormvloed. Van springvloed zoals bij de Watersnood van 1953 was toen geen sprake, maar het natte weer was er de oorzaak van dat het opperwater afkomstig van de rivieren nog zeer hoog stond. De dijkdoorbraken en overstromingen richtten in Zeeland en Holland grote verwoestingen aan. Schattingen geven aan dat ongeveer tweeduizend mensen de dood vonden.

Een hardnekkig misverstand wil dat de Biesbosch door deze stormvloed in één nacht is ontstaan. Bij deze vloed in de nacht van 19 op 20 november braken weliswaar de dijken van de toenmalige Groote of Hollandsche Waard, maar het duurde nog enige tientallen jaren voor het gehele gebied onder water stond en de Biesbosch met zijn kreken en riet vormde.

Waarschijnlijk was de vloed niet eens zo hoog. Men denkt dat veel dijkdoorbraken in 1421 het gevolg waren van verwaarlozing van het dijkonderhoud door de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Vooral de omgeving van de stad Dordrecht werd tijdens de tweede Sint-Elisabethsvloed zwaar getroffen. Rondom Dordrecht ontstonden vaarwegen, waardoor handelaren hun scheepsladingen om de stad heen konden voeren. Dordrecht oefende het stapelrecht uit. Dit recht hield in dat de scheepslading die langs deze stad werd gevoerd eerst in de stad moest worden opgeslagen (stapelen) en daar te koop moest worden aangeboden. Een handelaar kon na de Sint-Elisabethsvloed het schip door de nieuw ontstane wateren langs de stad omleiden, rechtstreeks naar de beoogde eindafnemer.

De derde Sint Elisabethsvloed

De derde Sint-Elisabethsvloed vond plaats van 18 op 19 november 1424. Hij trof vooral het zuidwesten van Nederland. Bij de tweede Sint-Elisabethsvloed van 1421 waren grote gebieden in Zuidwest-Nederland onder water gelopen. Na deze stormvloed was men vol goede moed begonnen aan het herstellen van dijken en ondergelopen polders. Door de derde Sint-Elisabethsvloed werden veel van deze herstelwerkzaamheden ongedaan gemaakt. Dit had vooral een negatief effect op de wil van mensen om de schade weer te herstellen. Zo was de Groote of Hollandsche Waard na de tweede Sint-Elisabethsvloed eindelijk weer geheel bedijkt. Als gevolg van de derde Sint-Elisabethsvloed werden deze werkzaamheden in een klap vernietigd. Daarna heeft men ook niet meer geprobeerd de Hollandse Waard te herstellen, en ontstond de Hollandse Biesbosch. Tegenwoordig wordt dit gebied vooral als natuurgebied gewaardeerd. Ook het land van Saeftinge had het zwaar te verduren onder deze stormvloed.

Behalve de zwaar getroffen zuidelijke delen van Nederland, werd ook de rest van het kustgebied getroffen: Er worden breuken geslagen in de Westfriese Omringdijk. Daarnaast lopen delen langs de kust van Friesland onder. Ook gebieden rond de monding van de Dollard worden getroffen.

Wie was Sint Elisabeth?

Elisabeth van Thüringen ook wel Elisabeth van Hongarije werd geboren in Sárospatak in Hongarije in 1207. Zij was de dochter van Andreas II van Hongarije (1175–1235) en Gertrudis van Andechs-Meranië (vermoord in 1213). Reeds op vierjarige leeftijd werd er een huwelijk voor haar "geregeld" Lodewijk IV van Thüringen die ze in 1221 daadwerkelijk huwde. Ondanks het gearrangeerde huwelijk was ze zeer gelukkig met hem en kregen ze twee dochters en een zoon.
Tijdens de hongersnood van 1226 staat zij heldhaftig de armen terzijde. Hoewel haar man haar dit verbiedt, gaat zij door met het uitdelen van broden. Op een dag komt ze op straat de graaf tegen, die ziet dat ze haar schort gevuld heeft. Hij laat haar het schort openen, maar in plaats van broden liggen er rozen in. Een zelfde verhaal wordt ook verteld over Elisabeth van Aragón, koningin van Portugal.

Aan het huwelijk komt abrupt een einde als Lodewijk, in 1227 op kruistocht met keizer Frederik II, in Otranto sterft aan de pest. Hierna verklaart Elisabeth: "De wereld en alles wat het leven aangenaam maakt, is nu dood voor mij." Maar het wordt nog moeilijker. Omdat ze gezworen had nooit meer met een ander te trouwen, weigert ze een huwelijksaanzoek van haar zwager. Deze neemt haar kinderen af en zij wordt beroofd van al haar bezit.

In 1229 wordt ze lid van de Derde Orde van Franciscus van Assisi en gaat ze haar verdere leven de zieken verzorgen in het Franciscaanse ziekenhuis dat ze liet bouwen bij het slot Marburg. Daarom zijn honderden hospitalen naar haar genoemd. In 1231 op 24-jarige leeftijd sterft ze.

In 1235 werd zij door paus Gregorius IX heilig verklaard. Sint Elisabeth is de patrones van de caritas, van Hongarije, van ziekenhuizen, verpleegsters, bakkers, bruiden, kantklossers, gravinnen, stervende kinderen, bannelingen, bedelaars, wanhopige mensen, weduwen, wezen en weduwnaars, en van de Derde Orde van Franciscus.