Hoogwaterbescherming en zoetwatervoorziening

Naar verwachting stijgt de zeespiegel 0,65 tot 1,3 meter in 2100 en 2 tot 4 meter in 2200. Bovendien wordt de zoetwaterlaag in het grondwater steeds dunner. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door bemaling van polders en (drink)waterwinning.

Deltadijk

In plaats van de traditionele dijk wordt in toenemende mate gedacht over een doorbraakvrije en multifunctionele dijk, de Deltadijk. De Deltadijk is dusdanig breed dat deze ruimte biedt aan bijvoorbeeld een windmolenpark of een natuur- of recreatiegebied. Omdat de Deltadijk in principe niet hoger zal zijn dan de traditionele huidige dijken, zal deze af en toe kunnen overlopen. Om bestendig te zijn tegen wateroverslag dient de Deltadijk, naast breed, ook robuust te worden uitgevoerd, met zware steenbekleding, een diepe damwand of een breed grondlichaam.

Zandsuppleties

In plaats van dijken ophogen of verbreden, kan men ook slim gebruikmaken van zand. De zandmotor voor de Zuid-Hollandse kust is daarvan een mooi voorbeeld. De motor bestaat uit een opgespoten schiereiland voor de Zuid-Hollandse kust, dat geleidelijk aan in zee ‘oplost’. Het zand van de zandmotor verspreidt zich, door wind en stroming, langs de kust, waardoor deze 20 jaar hoogwaterbestendig blijft. Door het vergroten van zandsuppleties zou de kust met 1 km uitgebreid kunnen worden, om nieuwe ruimte te bieden voor recreatie en natuur. Op de lange termijn voldoen zandsuppleties waarschijnlijk niet om Nederland overstromingsvrij te houden.

Rivierwater-berging

Van de rivieren neemt de zomeraanvoer af, en de winteraanvoer toe. Voor Rijn en Maas bedragen de maximale aanvoeren in 2100 ca. 18.000 m3/s resp. 4.600 m3/s. De huidige maatgevende afvoeren zijn 16.000 m3/s resp. 3.800 m3/s. Maatgevend betekent dat bijvoorbeeld dijken en uiterwaarden zijn gedimensioneerd op deze afvoer. Om extremen in de rivieraanvoeren het hoofd te kunnen bieden, moeten rivierdijken worden verhoogd en (nieuwe) overloopgebieden worden gecreëerd (bijvoorbeeld door ontpoldering). Ook kunnen afvoerverbindingen worden gemaakt met omliggende wateren. Voor het tijdelijk bergen van overtollig rivierwater van Rijn en Maas kunnen bijvoorbeeld het Krammer-Volkerak Zoommeer tezamen met de Grevelingen en evt. de Oosterschelde fungeren. Hierin ontstaat dan een natuurlijke zoet-zout gradiënt. Dit is gunstig voor de waterkwaliteit en de ecologie. Er moet dan wel gewerkt worden aan een nieuwe zoetwatervoorziening.

Verzilting

Door het bemalen van polders wordt de zoetwaterlaag in het grondwater dunner, en stroomt zout grondwater vanuit de diepere bodemlagen omhoog. Dit wordt zoute kwel genoemd. Een kleilaag voorkomt over het algemeen dat dit water naar boven komt, maar die is niet overal even dik. De zoetwateraanvoer via de rivieren wordt naar verwachting kleiner. Dit komt doordat, ten gevolge van klimaatverandering, de winters natter en zachter worden en de zomers warmer en droger. Ten slotte zal ook de hoeveelheid binnendringend zeewater toenemen. Bijvoorbeeld in de vorm van een opdringende zouttong in rivieren en zeearmen zoals de Nieuwe Waterweg.

Handhaving zoetwatervoorziening

Handhaving zoetwatervoorziening
Voor het zoetwaterprobleem zijn diverse oplossingen bedacht, bijvoorbeeld:

  • peilgestuurde drainage, waardoor in landbouwgebieden in droge tijden water beter vastgehouden kan worden
  • gesloten watersystemen voor bedrijven
  • zoetwaterbekkens die onderling verbonden kunnen worden

Er zijn ook plannen om het peil van het IJsselmeer met 1,5 meter te verhogen, om Noord-Nederland, en mogelijk ook in de toekomst West-Nederland van zoet water te kunnen voorzien.