Actief meedenken tijdens interactief voorlezen

Op de meeste scholen wordt klassikaal voorgelezen, zeker in de kleuterklassen. Op welke manier kun je de interactie met de leerlingen optimaliseren? Myrte Gosen is in 2012 gepromoveerd op het proefschrift “Tracing learning in interaction. An analysis of shared reading of picture books at kindergarten” aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het artikel “Actief meedenken tijdens interactief voorlezen” verscheen eerder in uitgebreidere vorm in het tijdschrift MeerTaal (1).

Wat is interactief voorlezen?

Onder interactief voorlezen worden alle vormen van voorlezen verstaan waarbij er ruimte is voor met elkaar praten (in gesprek zijn) over het boek voor, tijdens en/of na het voorlezen. Denk daarbij aan momenten waarop je vraagt naar een voorspelling op basis van de titel en de voorkant, naar eigen ervaringen na afloop van het lezen of momenten waarop je tijdens het lezen illustraties laat benoemen. Als je dit soort vragen stelt, blijf je nog dicht bij het boek. Je kunt leerlingen ook uitdagen met iets meer afstand over het verhaal na te denken. Je kunt dan aan leerlingen vragen waarom ze denken dat iets gebeurt of ze laten reflecteren over wat een bepaalde gebeurtenis betekent voor de hoofdpersoon.

Klassikaal interactief voorlezen
Uit recent onderzoek (2) naar klassikaal interactief voorlezen blijkt dat kinderen van 4 tot 6 jaar oud al goed in staat zijn om na te denken over dit soort kwesties. Dit blijkt vooral uit verklaringen en oplossingen die ze bedenken voor zaken die een boekpersonage tegenkomt. In het onderzoek zijn dit soort gesprekjes onder de loep genomen omdat leerlingen veel blijken te leren door op zo’n manier over het verhaal te praten. Wanneer kinderen de kans krijgen actief mee te denken, draagt dit namelijk niet alleen bij aan hun mondelinge taalvaardigheid, maar ook aan het ontwikkelen van kennis. Door actief met de inhoud van een boek bezig te zijn worden leerlingen immers aan het denken gezet. Door met jou als leerkracht, maar zeker ook met elkaar, te praten over de gebeurtenissen in het boek doen kinderen kennis op over de wereld om hen heen. Uit het onderzoek blijkt dat je als leerkracht leerlingen ruimte biedt om mee te praten, leerlingen meer gelegenheid krijgen om mee te denken. Ik zal hieronder de strategieën bespreken die je kunt gebruiken om 1) meer ruimte te creëren en 2) meer ruimte te behouden voor leerlingen.

Ruimte creëren tijdens interactief voorlezen
Ruimte voor actief meedenken tijdens interactief voorlezen kan je bieden op twee manieren: door prikkelende vragen te stellen en door letterlijk ruimte te bieden (door stilte). Uitdagende vragen zijn waarom- of “hoe kan dat nou-“ vragen, zogenaamde “verklaringsvragen”. De aandacht wordt gevestigd op iets opvallends of op iets dat nadere uitleg zou kunnen gebruiken. Door alert te zijn op wat kinderen opvalt, sluit je aan bij hun belevingswereld. Dit maakt het actief meedenken makkelijker voor leerlingen.

Letterlijk ruimte bieden is een tweede manier. Wanneer je na het voorlezen van een bladzijde een stilte laat vallen, ontstaat er ruimte voor leerlingen om met reacties te komen. Wanneer de stilte valt op een moment dat het verhaal en/of de illustratie uitnodigt tot reflectie, blijkt dat kinderen deze ruimte ook benutten. Leerlingen zijn gevoelig voor dit soort uitnodigingen en vullen een stilte op door te reageren.

Ruimte behouden tijdens interactief voorlezen
Als leerkracht kun je niet alleen ruimte creëren, maar kun je ook een rol spelen bij het behouden van ruimte als kinderen eenmaal aan het meedenken zijn. Dit kun je doen door je als een gelijkwaardige lezer op te stellen. Je doet je dan niet voor als expert, maar als een ‘onwetende’ lezer, die ook niet weet hoe het verhaal verder zal gaan. De reactie van een leerling accepteer je als een mogelijkheid. Andere leerlingen voelen zich hierdoor uitgenodigd om actief andere mogelijkheden te benoemen. Ruimte voor actief meedenken behelst dus niet alleen individuele maar ook juist gezamenlijke ruimte. Op deze manier leren kinderen met en van elkaar.

Verder lezen na interactie
De echte waarheid ligt in het boek besloten. Na het omslaan van de volgende pagina of zelfs na het lezen van het volledige boek zal pas echt duidelijk worden welke oplossing een personage heeft gekozen of wat de verklaring is voor een bepaalde handeling van de hoofdpersoon. Als leerkracht kun je hier ook letterlijk op inspelen door te verwijzen naar het vervolg. Je kunt zo leerlingen uitdagen om de zelf verzonnen oplossingen te toetsen aan de in het boek genoemde oplossingen. Wanneer je ze hier ruimte voor biedt doen leerlingen dit ook al uit zichzelf. Leerlingen gebruiken op zulke momenten dus niet jou als leerkracht, maar het boek zelf ter controle.

Wat levert interactief voorlezen op?
Interactief voorlezen biedt voldoende aanleiding om kinderen actief mee te laten denken. Dit is voor leerlingen niet alleen leuk, maar ook leerzaam. Ze leren op een kritische manier te reflecteren op het verhaal en doen al pratende kennis op. Daarnaast is het leerzaam omdat ze zo spelenderwijs kennismaken en oefenen met gezamenlijk praten en denken. Dit staat in latere klassen bij samenwerkend leren immers ook centraal. 

Bronnen
(1) MeerTaal nummer 1, jaargang 1, 2013
(2) Tracing learning in interaction: An analysis of shared reading of picture books at kindergarten, M.N. Gosen 2012

Door Myrte Gosen, universitair docent Rijksuniversiteit Groningen