Mindful dialogen met kinderen

Dit verslag uit de praktijk in dialogen laat zien hoe een moeder (Aukje) met kleine mindful lijfvragen haar kinderen handvatten geeft om om te kunnen gaan met lastige dingen. Aandacht voor wat er is in je lijf, als een techniek die haar kinderen leert om weer in balans te komen. Door naar het lijf te gaan, leren de kinderen zelf te ontdekken wat ze nodig hebben. P= Pieter (9); T = Tijn (9); M=mama

Prettig en onprettig is er tegelijk

P: ‘Ik heb buikpijn.’

M: ‘Waar voel je in je lijf?’

P: ‘Hier in mijn hoofd en hier in mijn buik.‘

M: ‘Is er ook een plek waar het fijn voelt?’

P: ‘Ja, in mijn benen.' 

M: ‘Wil je proberen daar met je aandacht naar toe te gaan? Hoe voelt dat.’

P: ‘Goed fijn.’

M: ‘Wil jij als je hoofdpijn je plaagt met je aandacht naar je benen gaan? Dan mag je hoofdpijn er gewoon blijven maar geven we je benen iets meer aandacht.'

P: ‘Oke en gaat slapen.’

 

Dit voorbeeld laat zien dat prettige en onprettige sensaties tegelijk naast elkaar bestaan en er mogen zijn.

Boosheidmanagement

Tijn was erg vervelend en heel brutaal, nu ligt hij in bed

T: ‘Ik was vervelend daar straks.’

M: ‘Hoe kwam dat dan? ‘

T: ‘Weet ik niet. ‘

M: ‘Probeer eens te voelen wat je in je lijf voelt.’

T: ‘Ik ben boos.‘

M: ‘Waar voel je dat dan?’

T: ‘Mijn hoofd tintelt en is warm.’

M: ‘En mag dat er gewoon zijn?’

T: ‘Ja!’ (opgelucht)

M: ‘Laat dat boze en warme hoofd er maar zijn en rusten dan zien we morgen wel weer hoe het ermee is.

T gaat rustig slapen


Belangrijkste in deze dialoog: de moeder gaat niet in op de inhoud van de boosheid maar onderzoekt samen met zoon T. wat er in het lijf gebeurt hij boos is. In een ander voorbeeld vraag ik Tijn wanneer hij heel vervelend is te gaan tekenen, hij tekent een draak, de draak komt als hij boos is. Al pratende over zijn draak bedenken we dat het goed zou zijn als we de draak kunnen temmen zodat hij komt wanneer we hem nodig hebben en verdwijnt wanneer hij niet welkom is. Zijn draak hoort bij hem en helpt hem ook, het is zijn kracht. We oefenen samen met de draak, als ik hem zie en hij ongewenst is, wijs ik hem erop en kan hij zijn draak wegsturen. Enkele weken later komt hij uit school en zegt hij dat zijn draak er was, en hem juist hielp bij het boos zijn en zijn kracht laten zien.

Niet lekker in z’n vel

De ademhaling volgen is een van de basisoefeningen van aandachttraining. Hier zien we dat moeder en zoon de adem op een speelse manier onderzoeken. Pieter en ik gaan samen wandelend naar opa en oma, papa en Tijn gaan met de auto. We lopen dwars door het bos, het regent zachtjes het is koud maar hij wil toch mee met mij. (8km)Het is niet helemaal goed met Pieter hij zit niet lekker in zijn vel. Ik vraag hem als we gaan wandelen eerst om te voelen hoe kou voelt. Ik vraag hem hoe zijn voeten op de grond voelen, later zegt hij me dat zijn linker wang warmer voelt als de rechter (hij is terug in zijn lijf). Samen lopend vertelt hij dat het niet zo leuk is op zijn nieuwe school ( we zijn pas verhuisd) ik zoek naar woorden en ga vaak de verkeerde kant op, het gesprek stokt als ik oplossingen zoek, als ik teveel praat. Langzaam zoeken we de weg van de mindfulness. Op onderzoek komen we erachter dat een kind die zijn vriend is hem ook kwetst.


P: ‘Hij doet me pijn en dat weet hij niet.'

M: ‘Wat kun jij zelf doen?’

P: ‘Ik weet het niet.’

M: ‘Misschien weet je het antwoord niet maar voel he het wel?’

P: ‘Ik voel het wel maar ik wil het niet?’

M: ‘Wat zou je dat moeten doen?’

P: ‘Met hem praten maar ik wil het niet.’

M: ‘Wat voel je in je lijf?’

P: ‘Niks.

’M: ‘Voelt het warm, koud, heeft het een kleur?’

Pieter voelt niks

‘Heeft het een vorm?’

P: ‘Het is rond een balletje.

’M: ‘En de kleur?’

P: ‘Doorzichtig.’

M: ‘Staat het stil of beweegt het?’

P: ‘Het beweegt, draait rond.’

M: ‘Weet je wat het is welk gevoel erbij hoort?’

P: ‘Ja boos en verdriet.’

M: ‘… en bang? ‘

P: ‘Ja en bang.’

M: ‘Mag dat er zijn?’

P: ‘Nee. Mijn benen en voeten voelen sterk.’

Door zoekend komen we erachter dat we allemaal bang en boos zijn en verdrietig en dat het er best mag zijn en heet hij het welkom. En we praten erover hoe we zijn balletje goed kunnen verzorgen in plaats van het weg te stoppen. We zeggen dat het goed te drinken moet krijgen (P drinkt heel slecht) en dat we er lief en zacht voor moeten zijn. En dat we het lekker warm moeten houden. En dat wanneer het balletje te hard rond draait, we met onze voeten en benen kunnen stampen om te voelen dat hij sterk is en sterkte heeft in zijn lijf. En hij stampt, en we spreken af dat hij zelf een moment zoekt om met zijn vriend te praten als hij er klaar voor is.
M: ‘En voel je je nu een stuk lichter?'

P: ‘Ja.'

M: ‘Laat eens zien hoe hoog je nu kan springen dan?’

P: ‘Springt.’

M: ‘Ik durf te wedden dat papa direct zegt dat je er beter uit ziet. ‘ (want de lichtheid was zichtbaar)

En aankomend bij opa en oma zegt papa: ‘Zo… jij ziet er blij uit!’

Door Aukje Stellinga, juli 2015