Cyberpesten

Kinderen ‘leven’ in virtuele werelden en gebruiken op steeds jongere leeftijd diverse sociale media. Waarom? Omdat het leuk is! Maar niet alles wat online gebeurt, is leuk. Digitaal pesten bijvoorbeeld. Met 24/7 bereikbaarheid is media-opvoeding steeds belangrijker.

Begeleiding nodig
Kinderen moeten bewust en kritisch leren omgaan met internet en sociale media om zich prettig te voelen en te gedragen. Dat leren ze niet uit zichzelf. Kinderen hebben hierbij begeleiding nodig van ouders als eerstelijns opvoeders. Daarnaast speelt de school ook een belangrijke rol als tweedelijns opvoeder.

Media-opvoeding
Als je geen kennis hebt van media, wordt het opvoeden erin lastig. Voor opvoeders is het dus relevant zich hierin te verdiepen. Je hoeft echt geen digitaal wonder te zijn, interesse tonen in hetgeen je kind mee bezig is, gecombineerd met een kritische geest is voldoende. Media-opvoeding moet positief zijn. Daarnaast is het ook van belang om aandacht te geven aan de minder leuke kanten van internet en sociale media. Veel mediakanalen hebben de afgelopen tijd extreme incidenten rondom pesten en digitale media uitgelicht. Online pesten komt vaker voor dan je denkt en juist daarom moeten kinderen leren om ook online op een positieve manier met elkaar om te gaan.

Impact cyberpesten
Cyberpesten is een vorm van indirect pesten. Het is vaak niet zichtbaar wie de pester is. Het is lastig om het probleem aan te pakken. En dat is meteen een verschil met offline pesten. De impact van cyberpesten is groter dan offline pesten, vooral omdat:

  • Het vaak anoniem gebeurt.
  • Je geen gezichtsuitdrukking ziet waardoor berichten lastiger zijn te interpreteren.
  • Het 24/7 kan plaatsvinden -zelfs in de ‘veilige’ slaapkamer.
  • Er op het pestmoment vaak geen directe hulp is.
  • Het vaak meermalig en langdurig plaatsvindt.

Trollen
Cyberpesters worden ook wel trollen genoemd. En wat doen trollen? Ze groeien als je ze voedt. Dat is een van de tips die je mee kunt geven aan kinderen die gepest worden: niet reageren, dan groeit de trol ook niet. Dat moeten kinderen leren. Vaak staat er in een schoolplan: ‘Pestproblemen worden opgelost’. Maar bij cyberpesten is dat niet zo simpel. Want het is lang niet altijd bekend wie de pester is. Je komt er ook niet zo maar achter als er een nickname gebruikt wordt. Online pesten gebeurt vaak in de vrije tijd en gaat op school door. Daarom is het zinvol als ouders en scholen de handen ineen te slaan en het als een gezamenlijk probleem te zien.

Hoe denkt jouw school hier eigenlijk over? Het is interessant daar een discussie over te voeren om de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Thuis gelden vaak andere regels dan op school en dat maakt het soms lastig. Als je als school afspraken maakt, betrek hier dan ook de ouders en leerlingen bij.

Wat kun je doen?
Mediaopvoeding is een belangrijk onderdeel van de opvoeding van een kind. Kennis over wat kinderen online bezig houdt is noodzakelijk. Delfos legt in het boek ‘In 80 dagen de virtuele wereld rond’ de fasen van virtuele ontwikkeling uit. Voor opvoeders is het handig daar kennis van te hebben.

Dit is wat je nog meer kan doen:

  • Fris je kennis op rondom sociale media en sites die je kinderen/ leerlingen gebruiken. Vraag bijvoorbeeld eens of zij willen uitleggen hoe e.e.a. werkt, draai de rollen om. (schoolniveau, individueel)
  • Zorg dat je op de hoogte bent van signalen die wijzen op onlinepesten. (schoolniveau)
  • Ben op de hoogte van de dader- en slachtofferkenmerken. Soms verschillen de kenmerken niet eens zo heel veel. (schoolniveau)
  • Ga met je kind/ groep in op zaken die in de media aandacht krijgen: geef jouw mening en daarmee het goede voorbeeld. (klassikaal / individueel)
  • Zorg dat er een internetprotocol komt waarin ook cyberpesten is opgenomen. (schoolniveau; klassikaal; individueel)
  • Maak cyberpesten schoolbreed: waarom niet een middag met kinderen, ouders en leerkrachten samen (schoolniveau)

Meer weten?

Door: Saskia Dellevoet, MediaCoach
Update 25 november 2014, door: Nina van den Broek