Geloof in de moderne maatschappij – een filosofisch onderzoek

Geloof kent vele uitingsvormen. In eerste instantie denkt men wanneer de vraag “geloof jij?” gesteld wordt aan religie. Maar geloven gaat verder. Waar geloven we tegenwoordig nog in, nu het aantal religieuze gelovigen afneemt?

Wat mag ik hopen?
Voor de filosoof Immanuel Kant (1724-1804) was geloof deels een reden voor moreel handelen. Geloof geeft het antwoord op één van devier fundamentele vragen die volgens Kant voorafgaan aan ons denken, namelijk de vraag: wat mag ik hopen? Hij werkt dit uit in zijn Kritiek van de Praktische Rede. Geloof geeft moreel handelen mogelijk zin. Ik kan me hier op Aarde wel als voorbeeldig burger gedragen; altijd anderen helpen, me netjes aan het categorisch imperatief houden. Maar wat heb ik daaraan? Volgens Kant zou het kunnen dat ik hiervoor na de dood beloond word. Ik kan niet zeker weten of dat zo is, maar ik mag het wel hopen.

Godsbewijzen
In de geschiedenis van de filosofie hebben veel filosofen geprobeerd om het bestaan van God onomstotelijk aan te tonen, door middel van zogenaamde godsbewijzen. Een beroemd godbewijs is bijvoorbeeld dat van René Descartes (1596-1650): in mijn geest vind ik een idee van God als zijnde een perfect wezen. Aangezien ik zelf geen perfect wezen ben, kan ik me ook geen voorstelling maken van perfectie en kan het idee God niet enkel mijn fantasie zijn. God moet dus wel bestaan.

De ziel
Met mijn leerlingen filosofie (VWO 5) heb ik het over godsbewijzen. Zij zijn er niet snel van onder de indruk; ze geloven veelal niet in God en weten überhaupt weinig van religie. Geloven in God lijkt iets van vroeger te zijn, iets ouderwets. Maar er zijn ook andere dingen waar je in kunt geloven. Geloven we tegenwoordig bijvoorbeeld nog in de ziel, of is het lichaam slechts een machine en zijn gedachten en gevoelens bijproducten van hersenprocessen? De meeste leerlingen geloven wel in het bestaan van een ziel. Immers, je lichaam kun je veranderen – bijna allemaal hebben ze een beugel gehad, ze knippen hun haren en hun nagels – zonder dat ze hierdoor zelf veranderen. Maar wat is je ziel? Is je ziel je karakter?

Lees ook het artikel Beelden van het lichaam door Jenny Slatman en bekijk een filmpje.

Paranormale gaven
Een ander moderne vorm van geloof is het geloof in paranormale gaven. De leerlingen geloven niet in God, maar sommigen wel in aura’s en contact met overledenen. In het programma “Paranormale Kinderen” van SBS6 zien we kinderen die beweren dit soort ervaringen te hebben (http://youtu.be/9cvLYXm9NjI). Hoe kunnen we de zintuiglijke ervaring van deze kinderen ontkennen? Liegen zij, of is er iets mis met hun ogen? Zien zij dingen die er niet zijn, of zien wij dingen niet die er wel zijn? Een slimme leerling merkt op: stel dat iemand al zijn hele leven blind is. Zijn buurman vertelt hem: “met mijn ogen zie ik van alles om me heen in de wereld. Ik zie bijvoorbeeld bomen met bruine stammen en groene bladeren, en huizen van rode bakstenen”. Hoe kan de blinde weten of de buurman de waarheid spreekt?

Bekijk ook dit filmpje waar discussie over paranormale gaven / filosofie / wetenschap wordt gevoerd.

Wetenschap
Het meest wijdverspreide geloof in de moderne westerse maatschappij is misschien wel het geloof in de wetenschap. De empirische wetenschap, gebaseerd op empirisch bewijs, onderscheidt volgens velen “feiten” van “fictie” (waarbij we in fictie geloven en feiten kennen). Om deze reden mag vertrouwen in de wetenschap eigenlijk geen “geloven” genoemd worden. Toch is er geen enkel empirisch feit dat honderd procent zeker is, zoals vele filosofen hebben aangetoond.

Zoals Max Weber (1864-1920) aangeeft in zijn beroemde lezing uit 1918 “Wissenschaft als Beruf”, is het nu eenmaal het lot van de wetenschapper dat alle bevindingen die hij doet over honderd jaar hoogstwaarschijnlijk achterhaald zullen zijn. Ook kan de empirische wetenschap over een hoop dingen niets zeggen; hoe kun je bijvoorbeeld iets zeggen over ethische vragen zoals “Mag een vrouw abortus plegen?”

Conclusie
Uiteindelijk lijkt het erop dat geloof in West-Europa een persoonlijke aangelegenheid is geworden. De wetenschap zegt niet veel over levensvragen en ethische vraagstukken. De dominee willen we het niet meer vragen. En dus bedenken we allemaal ons eigen geloof, alleen of in kleine groepjes. Tot wie moeten we ons richten met onze levensvragen, nu een autoriteit ontbreekt? Ook de filosofie geeft geen antwoorden. Maar wel handvatten, begrippen en structuren om over deze onderwerpen goed en kritisch na te kunnen denken.

Over de auteur
Marieke Hopman is docent filosofie aan het Beatrix College Tilburg. Ook is zij initiatiefnemer en projectleider van het project “filosofiemethode voor basisonderwijs”, waarbij een filosofiemethode wordt ontwikkeld waarmee leerlingen in de bovenbouw van het primair onderwijs, die meer uitdaging behoeven, zelfstandig kunnen werken. Dit project loopt in samenwerking met Stichting Leren Filosoferen, site: www.lerenfilosoferen.nl.

21 december 2012