Met Minder Mensen Meer Meesterschap

Op het Beatrixcollege in Tilburg wordt, naast regulier onderwijs, ook 5M Anders Leren [1] aangeboden. 5M staat voor “Met Minder Mensen Meer Meesterschap” . Op deze afdeling werken leerlingen vakoverstijgend en grotendeels zelfstandig aan verschillende projecten. Loek de Bruijn, docent lichamelijke opvoeding bij 5M, vertelt hoe dit idee ontstaan is en hoe de dagelijkse praktijk van deze richting eruitziet.

Hoe is het idee voor 5M Anders Leren ontstaan?
In de klas viel het ons op dat niet alle leerlingen even betrokken waren. Het is bekend dat je meer onthoudt als je actief met de stof bezig bent. Toch zijn normale lessen zo opgezet dat de docent zo’n veertig van de vijftig minuten praat. Ook is er weinig tijd om rekening te houden met de verschillende leerstijlen van leerlingen. Wij dachten dat dit anders moest kunnen. [2]

Wat doen jullie anders?
Wij werken in vijf periodes. Elke periode staat een ander thema centraal. Dit thema komt terug in alle vakken. Sommige vakken, zoals Nederlands, kunnen we heel mooi in parapluvorm inzetten. Ook werken de leerlingen vakoverstijgend aan een prestatie. Het eindresultaat wordt naar buiten gepresenteerd als extra motivatie. Een ander verschil tussen coöperatief leren [3] en regulier onderwijs is dat docenten meer coach zijn dan leerkracht. Wij staan niet voor de klas om de stof door te nemen, maar wij wachten tot een leerling komt met een hulpvraag. Het liefst zien we dat leerlingen elkaar helpen. Als je de stof beheerst, kun je het ook aan een ander uitleggen.

Hoe houden jullie de ontwikkeling van de leerling bij?
Wij werken met ontwikkeltrappen op verschillende gebieden: leren leren, plannen en organiseren, samenwerken, communiceren en verantwoordelijkheid nemen. Dit zijn allemaal vaardigheden die je nodig hebt om goed te kunnen werken in de maatschappij. In het eerste jaar maken we leerlingen bewust van deze ontwikkeltrappen. In het tweede jaar moeten ze de geleerde vaardigheden kunnen toepassen, en in het derde jaar doen ze het gewoon.

Hoe zijn de klassen ingedeeld?
De leerlingen worden ingedeeld op vaardigheden, niet op niveau. De indeling maken we pas na drie periodes, omdat je de kinderen eerst moet leren kennen. Er zijn drie lokalen en drie docenten. In het eerste lokaal zijn twee docenten aanwezig. Dit is de groep die nog erg gestuurd moet worden, die niet goed zelfstandig kan werken. In het tweede lokaal zitten leerlingen die op zich goed scoren op de ontwikkeltrappen, maar die wel begeleiding nodig hebben. Hier is een docent aanwezig om toezicht te houden en vragen te beantwoorden. In het derde lokaal werken leerlingen die zelfstandig aan de slag kunnen en blijven. Zij werken zonder toezicht, maar kunnen natuurlijk altijd een docent of een klasgenoot om hulp vragen als dat nodig is.

Waarom wordt 5M Anders Leren alleen de eerste drie leerjaren aangeboden?
Dat is de meest gestelde vraag, zeker door (ouders van) leerlingen die VMBO-T volgen. Waarom gaan zij in het laatste jaar terug naar het reguliere onderwijs? Het antwoord daarop is simpel: in de bovenbouw ligt de nadruk op een gemeenschappelijk doel van alle leerlingen, namelijk de voorbereiding voor het examen. De weg die onze leerlingen gevolgd hebben is niet de reguliere weg, maar het einddoel is gelijk voor beide stromingen. Voor leerlingen die havo of atheneum volgen is de overstap sowieso minder groot. In de Tweede Fase wordt in de bovenbouw veel meer zelfstandigheid verwacht. Hierin hebben onze leerlingen een voorsprong op de leerlingen die in de eerste drie jaar regulier onderwijs gevolgd hebben.

Hoe zijn de resultaten van leerlingen die 5M Anders Leren volgen ten opzichte van leerlingen uit het reguliere onderwijs?
De resultaten van leerlingen uit 5M zijn op het eindexamen minstens net zo goed als de resultaten van leerlingen die regulier onderwijs gevolgd hebben. Bij bijvoorbeeld presentaties zie je wel een groot verschil tussen onze leerlingen en de reguliere leerlingen, hoe ze staan, het is natuurlijk. Er komen kinderen bij ons die heel timide en angstig zijn. Die zie je na een jaar al gewoon voor een grote groep kunnen praten. Dat zijn de resultaten waar wij het voor doen.

Bronnen
[1] http://www.beatrixcollege.nl/BeatrixCollege2011/Algemeneinformatie/TypischBeatrix/5MAndersLeren/tabid/650/Default.aspx
[2] Johnson, D. W., Johnson, R. T., & Smith, K. (2007). The state of cooperative learning in postsecondary and professional settings. Educational Psychology Review, 19, 15-29.
[3] http://educatie-en-school.infonu.nl/methodiek/60460-kenmerken-cooperatief-leren.html

Door: Miriam van den Beemt, webmaster digitale etalage Opvoeding en Onderwijs, De Bibliotheek Midden-Brabant