Muziekboek wordt interactive book

Afgelopen december verschenen voor het eerst muzikale instructieboeken in de vorm van interactive of iBooks van Nederlandse makelij. Een trend die ook de geijkte distributiekanalen voor muziekboeken op zijn kop lijkt te zetten. Veel muzikanten beschikken inmiddels over een iPad. Dat gegeven en de multimediale eigenschappen van het iBook brachten saxofonist, arrangeur en bandleider Arie Kuit ertoe zich als pionier te begeven op het pad van uitgever, gespecialiseerd in iBooks.


 

 

 

 

Dit initiatief leverde hem tevens de welwillende ondersteuning van de Buma/Stemra op. Het interview met hem leverde vooral een 'kijkje in de keuken' op van het 'nieuwe uitgeven'. Ik besteed er zo uitgebreid aandacht aan omdat het een trend lijkt te worden in de uitgaven van muziekboeken. Ook internationaal gezien behoort hij met zijn muziekuitgaven in de vorm van iBooks tot de koplopers. Het zou mooi zijn als bibliotheek dit soort uitgaven ter inzage zouden aanbieden. Met Apple zijn (nog) geen overeenkomsten gesloten die het tijdelijk uitlenen mogelijk maakt.....

Hoe was het vroeger?

Boeken zijn in onze westerse cultuur altijd een onmisbaar medium geweest in het overbrengen van kennis en vaardigheden met betrekking tot het maken van muziek, of het nu om componeren ging of om het leren zingen of bespelen van een muziekinstrument. Een bekend vroeg voorbeeld is Leopold Mozart´s Vioolschool. Voor elk instrument en muziekgenre bestaan er inmiddels meerdere instructieboeken. Bij het vastleggen van muzikale aanwijzingen is een boek natuurlijk een in zekere mate beperkte vorm, door het ontbreken van geluid en ook bewegend beeld. De komst van de cassetteband en later de cd en dvd brachten daar verandering in. Bijna elk leerboek bevat inmiddels naast gedrukte tekst en bladmuziek ook een begeleidende cd of DVD. Ook de komst van computertechnologie, internet , Youtube openden nieuwe wegen voor het maken van al dan niet interactieve lessen of leermethodes. Met de komst van de tabletpc en iPad verschenen er ook talloze apps op de markt om te leren zingen of om je te bekwamen in het spelen van een instrument. Maar voor grondige methodes is de aanwezigheid van toelichtende en verklarende tekst nog steeds onontbeerlijk.

Wie zijn jullie en waarom de iBook markt?

Arie Kuit en zijn vrouw Eleonora Kruijk begaven zich in februari 2012 voor het eerst op de digitale boekenmarkt. “Wij hadden allebei al boeken geschreven, die we in eigen beheer uitgaven, maar we vonden het steeds vaker een opgave worden om die boeken te drukken, te binden en te verspreiden. Door de veelheid aan ‘handling’ ging eigenlijk de lol er vanaf. Toen Noor me in februari 2012 zuchtend vertelde dat ze weer een nieuwe bestelling had, keken we elkaar aan dachten: dit kan beter! Op ongeveer hetzelfde moment kwam Apple op de proppen met iAuthor, een programma voor het schrijven en samenstellen van digitale boeken, speciaal voor de iPad. We wisten: dit is de toekomst, dit gaan we doen!”

Onder de naam EGAM Kruijk Publishing hebben Arie en Eleonora inmiddels tien titels gepubliceerd in de iBookstore.

Wat is het verschil tussen een E-book en een iBook?

Het iBook onderscheidt zich van de uitsluitend tekstueel georiënteerde formaten voor de Ereader door de soepele integratie van tekst, hyperlinks, geluid ,video en (3D) foto’s. Verder heb je onder andere de mogelijkheid om een vak met scrollende tekst in een tekst te zetten, of andere leuke dingen toe te voegen, zoals een quiz. Een iBook kun je (nog) niet op een Ereader lezen, alleen op een iPad.

Van schrijver naar koper

Voor het maken van een iBook ben je uitsluitend aangewezen op het verwerkingsprogramma iAuthor, dat door Apple gratis beschikbaar wordt gesteld. Het programma draait alleen op een Mac computer of Mac laptop. Er wordt wel eens afkeurend gewezen naar het eenzijdig opgelegde aandeel dat Apple opstrijkt bij de verkoop van digitale uitgaven voor de iPad. De andere kant van het verhaal is dat je als schrijver van een iBook veel minder te lijden hebt van het eigenlijk hogere aandeel dat een traditionele uitgever zich bij een fysieke uitgave zou toeëigenen.

Bij een iBook zijn er in vergelijking met fysieke uitgaven geen druk- en bindkosten, geen logistieke kosten, en ook geen kosten die het traditionele factureren tussen de betrokken partijen met zich meebrengen. Het bereik van de markt via de iTunes store is direct wereldwijd. Je bepaalt daarbij tot op zekere hoogte zelf in welke land en tegen welke prijs je iBook wordt aangeboden. Dat biedt het vooruitzicht op een voor de schrijver relatief veel groter aandeel van de opbrengst. Apple heeft in het iBook concept de taak van eindredacteur en distributeur op zich genomen. Als uitgever van (betaalde) boeken in iBookstore moet je over een Amerikaans belastingnummer beschikken.

Arie: “Aan het samenstellen en publiceren van een iBook zitten toch nogal wat haken en ogen. Ik dacht dat ik handig was met computers, maar ik heb me die eerste maanden toch nog aardig vaak achter de oren moeten krabben. Het programma iAuthor is op zich redelijk eenvoudig. Als je alleen tekst wilt verwerken. Wil je meer, dan heb je toch een redelijk gevorderde kennis van diverse software pakketten nodig. Daarnaast hanteert Apple een eigen kwaliteitsprotocol. Je moet nogal wat procedures doorlopen voordat je boek eindelijk een ’go’ krijgt. Ook moet je wennen aan de Amerikaanse visie op tekst en op taal interpretatie verschillen. Om een voorbeeld te noemen: in het Nederlands is een studieboek voor zowel klassikaal als individueel gebruik. Een Amerikaans ‘textbook’ daarentegen is uitsluitend voor klassikaal gebruik en daarop rusten dus territoriale handelsbeperkingen. Afijn, veel telefoontjes naar Texas gepleegd, dus... ! Maar het is ook fijn om te weten dat aan de andere kant van de lijn een meedenkend mens zit. De contacten met Apple werden na verloop van tijd steeds persoonlijker.”

 

Om welke iBooks gaat het?

Arie: “Zoals gezegd hadden we in de eerste plaats de behoefte om onze eigen boeken digitaal te maken. Het “Werkboek Method Singing” van Eleonora Kruijk bestond al in gedrukte vorm. Dat was het eerste boek dat ik bewerkt heb tot iBook. Het is Nederlandstalig, Noor is nu bezig met een Engelse vertaling ervan. Omdat haar zangmethode zo specifiek op het Nederlandse stemgebruik is geschreven, betekent vertalen ook meteen herschrijven naar de Engelse strot.”

Het Werkboek Method Singing is een stap-voor-stap zangmethode van Nederlandse bodem, bestemd voor zowel beginnende vocalisten als voor professionals, die hun zangtechniek een flinke boost willen geven. In de vorm van lessen met uitleg, oefeningen, opdrachten en audio files komen ademsteun, klankvorming, klankplaatsing en resonans in diverse muziekstijlen uitgebreid aan bod. Het Werkboek is ook geschikt voor zangdocenten en logopedisten, die zich meer willen verdiepen in stemvorming en stemgebruik bij zang.

 

Daarna ging Arie aan de slag met zijn eigen boeken, “The Missing Link”, een serie over improviseren op basis van pentatoniek. In deze serie zijn in totaal zes titels verschenen: Alto & Baritone Saxophone, Tenor Saxophone, Clarinet, Trumpet, Trombone en Flute & C-Instruments.

Goed improviseren vereist normaal direct al een gedegen kennis van toonladders en akkoorden. Voor velen is dit een toch wel erg grote stap. "The Missing Link" maakt het mogelijk om zonder kennis van akkoorden toch een spannende improvisatie te kunnen geven over een schema.

 

Cees Schrama nam contact op met EGAM Kruijk Publishing voor de digitale uitgave van zijn verhalenbundel “It Don’t Mean A Thing”. Arie: “Heel spannend om nu met een externe auteur te werken! Bovendien moesten we voor dit boek in overleg met de Buma/Stemra, omdat we gebruik wilden maken van audio voorbeelden van andere componisten. Maar dat overleg verliep gelukkig heel soepel en ik denk dat we trots kunnen zijn op het resultaat.” Het is een bundel vol spannende avonturen, foute managers, rondreizen in krakkemikkige busjes door Europa en Klein Azië, muzikantenhumor en nog veel meer, kortom: Hoe overleef ik als jazzmusicus. Smaakvol verteld door jazzlegende Cees Schrama en opgeschreven door Lodewijk Bouwens.