Annie M.G. Schmidt, Harry Bannink en de Nederlandse musical

Sinds de jaren ‘50 wordt in Nederland geprobeerd een musicaltraditie op te zetten. In de beginfase werden er weinig Nederlandstalige musicals geschreven totdat Annie M.G. Schmidt zich ermee ging bemoeien met Harry Bannink als componist. De uitvoerenden waren meestal cabaretiers of zangers. Hoofdrolspelers moeten op hoog niveau kunnen zingen, dansen én acteren, maar daar was geen opleiding voor

 

 

Ja zuster, nee zuster

De tv-serie Ja zuster, nee zuster werd opgezet als kinderserie. Veel kinderen vonden de serie leuk, maar de ouders vonden de serie nog leuker. De eerste verhaaltjes waren nog helemaal voor kinderen bedoeld. In die tijd kregen series de kans om zich te ontwikkelen. Wekelijks werd er (soms in grote haast) een aflevering geschreven, liedjes gecomponeerd en opgenomen, en de rest ingestudeerd. Als de tekst voor een liedje klaar was werd het bij componist Harry Bannink (zie afb) gebracht die er dan de muziek bij maakte. Daarna werden de afleveringen live op televisie gespeeld. Alleen de liedjes werden van tevoren opgenomen en zijn dan ook gedeeltelijk met beeld bewaard gebleven. De liedjes werden op LP uitgebracht en zijn opgenomen in het kinderrepertoire van Nederland.

Nederlandse musicalgeschiedenis

Voor de tweede wereldoorlog waren de musicals in Nederland toneelstukken met liedjes, de bekendste hiervan is De Jantjes van Herman Bouber. Dit volkstoneelstuk wordt nog regelmatig uitgevoerd.

In de jaren ’50 werden af en toe gelegenheidsmusicals uitgevoerd, die slechts korte tijd werden gespeeld. Ook andere musicals werden op de planken gebracht. Amerikaanse musicals werden af en toe vertaald in de schouwburgen gespeeld, soms met groot succes. Er kwamen af en toe ook hits uit. In de jaren ’60 vierde Lex Goudsmit triomfen in Nederland en Londen met Als ik toch eens rijk was (If I were a rich man) uit Anatevka. De musicals reisden langs de schouwburgen en gingen soms een heel seizoen mee.

De Nederlandse musical was in de jaren ’70 en ’80 succesvol. Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink vierden successen met maatschappijkritische musicals als Heerlijk duurt het langst en Foxtrot. Ook Jos Brink en Frank Sanders maakten succesvolle musicals, die meer op show en revue waren gebaseerd.

In 1987 vierde Carré in Amsterdam haar 100jarig jubileum met een uitvoering van de musical Cats. Dit luidde het begin van de musicaltraditie in Nederland in. Hiervoor werd het hele theater omgebouwd. Kosten nog moeite werden bespaard, en van heinde en verre kwamen bussen bezoekers naar deze uitvoering. Stanley Burleson en Pia Douwes begonnen in deze musical hun carrière. Ruth Jacott werd later een bekend zangeres. Naar aanleiding van dit succes besloot Joop van den Ende een permanent musicaltheater op te richten en kocht het Circustheater in Scheveningen voor 1 gulden en knapte het op. Vanaf de eerste grote productie (Phantom of the Opera) is het een succes.

Er is inmiddels een echte musicaltraditie in Nederland ontstaan, maar slechts enkele oorspronkelijk Nederlandse musicals houden het lang vol. Veel voor kinderen gemaakte musicals zijn wel succesvol en reizen door het hele land. De meest recente grote oorspronkelijk Nederlandse musical is Soldaat van Oranje. Deze wordt in een bijzondere permanent theater uitgevoerd: vliegbasis Valkenburg in Katwijk. Zowel publiek als recensenten zijn enthousiast over deze productie.

Musicals van Annie M.G. Schmidt

Wim Sonneveld wilde in zijn cabaretprogramma in de jaren ’50 een verhaallijn hebben en ook liedjes. Hij kon goed zingen en liedje zag hij als een verluchtiging van zijn sketches. Veel van zijn teksten werden al door Annie M.G. Schmidt geschreven, dus hij vroeg haar ook liedteksten te schrijven. Door die verhaallijn en de liedjes begonnen zijn cabaretprogramma’s een beetje op een musical te lijken.

Toen een producent mevrouw Schmidt een keer vroeg een Franse musical te vertalen weigerde ze dat en schreef kort daarna zelf een originele musical over echtscheiding en alle problemen die daarbij komen kijken. Annie M.G. Schmidt schreef al voor het cabaret, en dat is in haar musicals ook goed terug te vinden. Zij bracht veel voor die tijd controversiële onderwerpen op het toneel zoals abortus, echtscheiding en de koude oorlog. Het is opvallend dat haar musicals niet alleen worden toegeschreven aan de componist maar aan de tekstschrijfster. In Engeland en de Verenigde Staten worden juist de componisten genoemd en een enkele keer de tekstschrijver. De teksten van Annie zijn moeilijk op muziek te zetten, er zit geen regelmatig ritme in en vaak ontbreken rijmwoorden. Componist Harry Bannink kon hier als geen ander mee overweg. Ook de uitvoeringen zelf van de nummers zijn bijzonder. De felle tekst van Zeur niet uit de eerste musical Heerlijk duurt het langst bijvoorbeeld krijgt een bijzondere lading door de bekakte Haagse uitspraak van Conny Stuart.

Bladmuziek van Harry Bannink

Het is erg moeilijk om aan bladmuziek van Harry Bannink te komen. Hij heeft nooit echt gewild dat zijn muziek op papier werd uitgegeven. De vreugde was groot toen in 2002 vlak na zijn dood eindelijk de bladmuziek met alle liedjes uit Ja zuster, nee zuster voor zang en piano uitkwam. Van andere musicals van Harry Bannink zijn helaas slechts enkele nummers uitgegeven zoals ‘Op een mooie Pinksterdag’ en ‘Vluchten kan niet meer’. De teksten zijn wel uitgegeven bij De Toneelbibliotheek in Hauwert.