Zangtechniek

Zolang de mens bestaat wordt er gezongen. Maar de eerste verwijzingen naar het ontwikkelen van de stem vinden we in geschriften van koorscholen rond 1600. Doordat het repertoire zich ontwikkelde werden steeds nieuwe eisen gesteld aan de solistische zanger en is men begonnen met het trainen van de stem. Voor opera moest de stem leren ‘dragen’ door de hele ruimte. Voor het klassieke lied was vooral de interpretatie van belang. Tegenwoordig vragen de vele stijlen om hun eigen techniek. En gelukkig zijn de moderne inzichten allround en helpen je ook in pop, rock en jazz op een gezonde manier je eigen sound te vinden met technieken als belten, twang en grunten.

 

 

Geschiedenis

De traditie van het zingen onder begeleiding van een harpachtig instrument werd al voor onze jaartelling beoefend, maar van stemscholing was nog geen sprake. De ontwikkeling van de solostem begon dus rond 1600, toen in de Renaissance onder invloed van humanisme en wetenschappelijke ontdekkingen de aandacht voor de mens als individu groter werd. De solostem trad toen voor het eerst naar voren, vooralsnog in een reciteertrant, een soort spreken op toonhoogten. Oefeningen die rond 1600 gegeven werden bestonden vooral uit het studeren van versieringen (coloratuur). Als belangrijk advies werd vaak meegegeven dat men ‘luid’ moest zingen.

 

De castraat

Aangezien vrouwen van oudsher niet in het openbaar mochten zingen, namen jongensstemmen en falsetterende mannenstemmen de hoge zangpartijen voor hun rekening. In de 17e en 18e eeuw werd de castraat hierin toonaangevend. Om de jongensstem te behouden werden mannen gecastreerd zodat het strottehoofd zich niet verder ontwikkelde. Van Alessandro Moreschi (1858-1922), de laatste castraat, zijn verschillende opnames bewaard gebleven. De BBC heeft de zeer informatieve Castrato documentaire over dit verschijnsel gemaakt. Doordat in 1854 een medisch instrument op de markt kwam dat nogsteeds wordt gebruikt voor het inspecteren van het strottenhoofd (de larynx), konden veel nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Initiatief tot het ontwikkelen van deze zogenaamde laryngoscoop nam de zangpedagoog Manuel Patricio Rodriguez García die ontdekte dat hij met een tandartsspiegeltje en een zaklantaarn zijn eigen stembanden kon zien bewegen. Zijn zangmethodiek is overigens te vinden in de Petrucci Library.

Zingen in onze tijd, traditie en vernieuwing

Doordat in 1854 een medisch instrument op de markt kwam dat nogsteeds wordt gebruikt voor het inspecteren van het strottenhoofd (de larynx), konden veel nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Initiatief tot het ontwikkelen van deze zogenaamde laryngoscoop nam de zangpedagoog Manuel Patricio Rodriguez García die ontdekte dat hij met een tandartsspiegeltje en een zaklantaarn zijn eigen stembanden kon zien bewegen. Zijn zangmethodiek is overigens te vinden in de Petrucci Library. Na vele andere pedagogen die hun steentje bijdroegen aan de verdere ontwikkeling van de stem, komen we terecht bij technieken van onze tijd. De Estill Voice Training (ontwikkeld door de Amerikaanse zangeres Jo Estill), en de Complete Vocal Technic (van de Deense zangpedagoge Cathrine Sadolin) winnen veel terrein. Deze methoden stellen ons in staat om de stem te ontwikkelen met de grootst mogelijke controle en diversiteit aan kleuren, zodat onze stem op een gezonde manier in elke stijl en in elk genre kan worden ingezet. Dit geldt zelfs voor het grunten, de manier waarop gezongen wordt in (death)metal.

Lees ook: Geschiedenis van de zangstem, een lezing van Ank Reinders over de verschillende facetten van de geschoolde stem.

Informatie over zangopledingen:

Zanglessen amateurs

Professionele opleidingen

Scholing van de kinderstem

Omdat kinderen het notenschrift nog niet beheersen werd het solmisatie-systeem (‘sol-mi’) ontwikkeld. De monnik Guido van Arezzo (991-1033) legde de basis van dit systeem voor zijn muziekschool. Elke (relatieve) toonhoogte kreeg een naam: ut/do re mi fa sol la ti/si. Om de hoogte van de noot aan te geven werd er een gebaar bij verzonnen (de Guidonische hand of het ‘handzingen’). Zo worden nog steeds liederen zonder notenschrift aangeleerd.

Gehrels en Algemene Muzikale Vorming op muziekscholen

Het solmisatie-systeem werd ook door de vermaarde muziekpedagoog Willem Gehrels (1885-1971) gepropageerd. Gehrels’ didactiek was doordrongen van zijn visie over het belang van zingen in het onderwijs. De solmisatie dient hetzelfde doel als solfège: het vergroten van de trefzekerheid in ritme en melodie, en de verbetering van het muzikaal gehoor. In 1942 verscheen van zijn hand een standaardwerk: Algemeen Vormend Muziekonderwijs, dat nog steeds uitgangspunt vormt voor de brede methodische basisscholing die door muziekscholen wordt aangeboden.

Kathedrale koren

Een andere scholing vinden we in de traditie van de kathedrale koren. In Nederland is een aantal goed getrainde kinderkoren, waaronder een aantal jongenskoren (knapenkoren). Een jongenskoor heeft zijn eigen unieke klankkleur. De didactiek heeft zich ook met de tijd ontwikkeld met als resultaat dat de oefeningen spelenderwijs aan kinderen worden aangeboden. Jaag maar een kat weg met “ksch” en ademsteun heb je al geoefend!

Kinderkoor Academie Nederland Is zingen je grote hobby? Hier krijg je fantastisch zangles en leer je ook systematisch noten lezen.

In Kathedrale koorscholen krijg je, naast het normale onderwijs, dagelijks muzieklessen: de Koorschool Haarlem en de Koorschool Utrecht.