Experiment en ontwikkeling

Tijdens de stomme film werd er al voortdurend geëxperimenteerd met geluid afkomstig van een grammofoon of fonograaf, maar dat leverde problemen op met de synchroniteit. Men probeerden het authentieke geluid onder de film te krijgen. Met geluidssporen werd getracht het originele geluid van een film te verkrijgen bij de projectie, zodat de ‘sprekende film’ zou ontstaan.




De Franse filmpionier Eugene Augustin Laste vroeg al in 1906 een patent aan op zijn uitvinding, waarmee lichtsensoren een geluidsspoor
tegelijkertijd met de projectie van de film af konden lezen. Deze uitvinding bleek nog te onderontwikkeld om op grote schaal te kunnen
worden ingezet.

Audiospoor In de late jaren ’20 werd de stomme film vervangen door "geluidsfilm".
De techniek van het optische audiospoor uit de jaren '20 maakte het mogelijk om vooraf opgenomen muziek gesynchroniseerd bij de film
te laten klinken. Pas in 1927 werd het met de introductie van de geluidsfilm mogelijk om geluid en beeld synchroon af te spelen.
Veel film geleerden en liefhebbers beweren dat de esthetische kwaliteit van de cinema voor langere tijd daalde, totdat regisseurs, acteurs en
productiemedewerkers gewend waren geraakt aan de nieuwe "talkies".

 

 

Ontstaan van authentieke filmmuziek - een nieuwe trend


 

 

 

 

 

 

 

Filmmuziek is in 1927 ontstaan en de film 'The Jazz Singer' wordt gezien als de eerste geluidsfilm, met de legendarische Al Jolson
in de hoofdrol. De eerste woorden die het publiek in de bioscoop te horen kreeg waren: “Say Ma, listen to this…”.
Er werd bij deze film gebruik gemaakt werd van het Vitaphone-systeem, waarbij dus ook grammofoonplaten gebruikt werden.
De film werd in twee versies in roulatie gebracht, namelijk “Sound on Disc” en het door AT&T ontwikkelde fotografische geluid op film.
Het eerste systeem had één groot nadeel: als de film brak en er moesten een paar beeldjes uit de kopie geknipt worden, moest ook
de naald van de platenspeler op dat moment ‘verzet” worden. Geen wonder dus dat het geluid wel eens niet helemaal mee liep.

De techniek: Hoe wordt geluid gemaakt?
De industrie koos uiteindelijk voor het tweede geluidssysteem: het fotografische geluid op film.
Naast het beeld van de film wordt een strook vrijgehouden voor het geluid. Dat geluid wordt apart opgenomen. In de studio is het
gemakkelijk om het geluid precies gelijk, synchroon, met het beeld af te spelen. Door het geluid wordt een spiegeltje in trilling gebracht.
Een lichtbundel die op dat spiegeltje valt, weerkaatst op de film. Het geluid wordt zo vertaald in een bibberige lichtstrook op de film.
Bij het afspelen gaat het precies andersom. Een lichtstraal in de projector valt door de lichtstrook op een fotocel. Die fotocel kan licht
omzetten in elektrische stroompjes, die in de boxen worden omgezet in geluid. Zo wordt ervoor gezorgd dat het geluid altijd precies met
het beeld samenvalt.

Pas met de succesvolle vertoning van ''The jazz singer' werd het de trend om films voortaan van authentiek geluid te voorzien.

Als gevolg daarvan vreesden de honderden musici en acteurs, die dagelijks de stille films van geluid voorzagen, voor hun banen.

 

 

Protesteren tegen de komst van de geluidsfilm

 

 

 

 

 

 

 

Op 6 mei 1930 trok een stoet demonstranten van de Nederlandse Toonkunstenaarsbond naar het Amsterdamse Rembrandtplein om te
protesteren tegen de komst van de geluidsfilm. Toen zij aan het Tuschinski Theater voorbij trokken zagen zij lange wachtrijen voor
de kassa’s staan. De massale rijen, allemaal wachtend op een kaartje voor de nieuwe geluidsfilms deed hen beseffen dat hun protesten
tevergeefs waren: het tijdperk van de stille film was ten einde. De opkomst van de bioscopen markeerde een verandering in het
uitgaanspatroon van burgers. Muziek en toneel, lang de belangrijkste invullingen van een avondje uit, werden begin jaren tien verdrongen
door filmvoorstellingen.

Dertien jaar later – in 1940 – kwamen de Disney Studio’s met een nieuwtje, het zogenaamde “Fanta Sound”. Bij de première van de film
“Fantasia” werd gebruik gemaakt van een separate 35 mm. geluidsfilm met 3 kanalen. De eerste stereofonische film was geboren.
Bij de eerste release was de film in slechts 14 bioscopen te zien. Het Fanta Sound systeem gebruikte maar liefst 30 luidsprekers.
Vanwege de complexiteit van het systeem, de kosten en het moeilijk kunnen verkrijgen van onderdelen werd het geluid terug gemixt
naar een wat gangbaarder geluidssysteem. Lees meer over ontwikkelingen van geluid.