Eerste Stomme, stille of zwijgende film

De geschiedenis van de filmmuziek begint bij de stomme film, een film waarbij alleen het beeldsignaal voorkomt. De eerste geprojecteerde proto-type van een film werd gemaakt door Eadweard Muybridge tussen 1877 en 1880. De oudste nog bestaande film (van het type pictorial realism) werd in 1888 gemaakt door Louis Le Prince. Het was een twee-seconde durende film van mensen lopen in "Oakwood streets" garden, getiteld Roundhay Garden Scene.

Gebruik van geluid en muziek bij de eerste geluidsfilm




De kunst van bewegende beelden kwam tot volle wasdom in de "stille periode" (1894-1929). Om het gemis van geluid op
te vangen, werden soms wel stukjes tekst gebruikt die de situatie op het scherm verduidelijken.
Eind 19e begin 20e eeuw was het gebruikelijk om livemuziek te maken bij een filmvertoning, de muziek had nog geen directe
relatie met de vertoonde beelden en diende soms om het lawaai van de projector te overstemmen. Meestal speelde een pianist,
gebruikte men een pianola of een klein ensemble. De stomme film viel ook samen met de bloeitijd van de pianola, de automatisch
spelende piano. Grotere bioscopen hadden een bioscooporgel.

Gebruik van geluid en muziek bij de eerste geluidsfilm

Ontstaan van een nieuwe markt voor filmgeluid. Het eerste geluid bij een film stamt al van de vroege reisbioscoop. Behalve op
kermissen en jaarmarkten werden er door reisbioscoopexploitanten ook filmvoorstellingen gehouden in sociëteiten en andere
gemeenschapsgebouwen vooral in de wintermaanden. Tijdens de hoogtijdagen van de reisbioscoop, tussen 1905 en 1910, werden
hoge bedragen betaald voor een standplaats op de kermis.

Deze attractie gebruikte naast bewegend beeld ook een grammofoonplaat, zodat het in de kermistent niet geheel stil was wanneer
een film vertoond werd. Met de vaste bioscopen die, als paddenstoelen uit de grond schoten in de steden, kwam er ook een markt
opzetten voor het filmgeluid.
Belangrijke bioscopen als het Rembrandt Theater te Utrecht en het Tuschinski Theater te Amsterdam namen de filmmuziek uiterst
serieus en bouwden in hun bioscoopzalen voor het publiek onzichtbare orkestbakken. Onder leiding van een kapelmeester gaf een
heel orkest de avond glans door de film te voorzien van een muziekcompilatie van bekende passages uit opera’s, jazzstukken en
meezingers. Enkele klassieke componisten die muziek voor de stomme film geschreven hebben zijn: Honegger, Milhaud, Sjostakovitsj.

In de kleinere bioscopen werden de voorstellingen vaak gecompleteerd door een enkele pianist die met live muziek de film van geluid
voorzag. Van de bekendere, vaak buitenlandse films, is bekend dat er gecomponeerde muziekstukken geleverd werden bij de filmrollen.
Steeds grotere orkesten werden gebruikt, de films werden vaak zelfs symfonisch van opzet, inclusief een ouverture, zoals
The Ten CommandmentsBen-Hur en Gone With the Wind laten zien.

Tijdens de ouverture luisterde het publiek puur naar de muziek, en werd de tekst OUVERTURE groot geprojecteerd. Pas daarna begon de film.