Wessel Gansfort bij Thomas a Kempis op bezoek

Zijn ouders waren niet rijk genoeg om zijn opleiding te bekostigen. Toch kon Wessel Gansfort (1419-1489) dankzij de vrijgevigheid van de vrouw van de burgemeester van Groningen in Zwolle studeren. De bakkerszoon verbleef er in het internaat van de Broeders des Gemenen Levens en zou Thomas a Kempis, die in het Agnietenklooster verbleef, regelmatig bezocht hebben.

De invloed van de Moderne Devotie op de vorming van Wessel was dus groot, maar hij koos toch voor een leven ‘in de wereld’. Ook letterlijk, want hij verbleef afwisselend in Parijs, Heidelberg, Leuven en Rome, in die dagen belangrijke universiteitssteden. Magister Wessel leerde Grieks en Hebreeuws, en ontwikkelde zich tot een kundig medicus.

Lux mundi

Gansforts theologische en filosofische geschriften bezorgden hem de naam ‘lux mundi’, het licht der wereld. Door zijn lenigheid in het debat noemden zowel voor- en tegenstanders hem ‘magister contradictionis’. Gansfort was tegen aflaten, mirakelboeken en heiligenverering. De studie van de Bijbel aan de hand van de oorspronkelijke teksten had zijn grote voorkeur. Het is niet verwonderlijk dat Maarten Luther later zei dat hij de inzichten van Gansfort deelde.

Aduarder Kring

Wessel bracht de herfst van zijn leven door in de Cisterciënzer abdij te Aduard, waar hij deel uitmaakte van de Aduarder Kring, een informeel gezelschap van geleerden dat er bijeen kwam om te discussiëren.
Naast Gansfort maakten meer dan twintig anderen deel uit van dit verlichte gezelschap, waaronder Rudolpus Agricola en Alexander Hegius.
De Groningse filosoof Rudolf Agricola was een van de belangrijkste vroeg-humanistische geleerden van de Lage Landen. Hij predikte het zelfstandig denken en bestreed het blind volgen van wat de overlevering beweerde. Net als Gansfort mengde Agricola elementen van de Moderne Devotie met het gedachtengoed van de Italiaanse Renaissancefilosofen.
Agricola pleitte voor humanistisch onderwijs en vond daarbij een willig oor bij zijn vriend Alexander Hegius, de rector van de Deventer Latijnse school. Hegius woonde ‘op kamers’ bij de drukker Richard Pafraet, waar Agricola hem in 1484 bezocht. De humanist Alexander Hegius vertaalde klassieke teksten en schreef gedichten en redevoeringen. Als rector van de Deventer Latijnse School introduceerde hij het Grieks. De wereldberoemde Desiderius Erasmus sprak later lovende woorden over zijn leermeester. Erasmus schreef zelfs dat hij aan Hegius de liefde van een zoon verschuldigd was en aan Agricola de hoogachting van een kleinzoon.