De Imitatione Christi

Thomas a Kempis heeft diverse werken geschreven, bijna allemaal in het Latijn. Latijn was immers de universele taal van kerk en wetenschap in die tijd. Thomas kopieerde de Bijbel zeker vier keer. Ook schreef hij verschillende historische traktaten, zoals de Chronicon montis Sanctae Agnetis, een kroniek over het klooster op de Agnietenberg. Hij schreef biografieën over zijn leermeester Florens Radewijns, Geert Grote negen andere broeders van het gemene leven. Tegenwoordig is hij echter vooral bekend vanwege zijn boek De Imitatione Christi.

Rapiarium

De moderne devoten hadden de gewoonte een rapiarium bij te houden. Een rapiarium is een soort notitieboekje. Daarin schreef de eigenaar in het kort zijn gedachten en uitspraken en gebeurtenissen die hem of haar inspireerden op. Het werd zo een verzamelingen van spreuken, gebeden, Bijbelwoorden en citaten. Zo'n boekje was bestemd voor persoonlijk gebruik. De inhoud ervan diende als leidraad bij de dagelijkse geestelijke oefeningen, maar sommige boekjes liet men ook lezen aan anderen om samen over het geloof te discussiëren. Thomas a Kempis’ rapiarium werd uiteindelijk in 1441 voor het eerst uitgegeven in boekvorm en het kreeg de naam: Navolging van Christus. Het boek is opgedeeld in vier delen: Wenken, dienstig voor het geestelijk leven (25 hoofdstukken), Wenken die op het innerlijk betrekking hebben (12 hoofdstukken), Innige aansporing tot de heilige communie (18 hoofdstukken) en Boek van de innerlijke vertroosting (59 hoofdstukken).

Navolging van Christus is Middeleeuwse bestseller

De Navolging van Christus vormt het hoogtepunt van de literatuur van de Moderne Devotie. Al tijdens zijn leven werden diverse redacties gekopieerd, verspreid en gelezen binnen en buiten de kringen van de moderne devoten. Het boek heeft mede gezorgd voor een verdere bloei en doorwerking van de beweging. Hoewel Thomas het werk oorspronkelijk in het Latijn had geschreven, was er voordat hij het werk afgerond al een Middelnederlandse vertaling in omloop. Later verschenen er ook nog Engelse en Franse vertalingen. Deze vertalingen droegen eraan bij dat niet alleen geestelijken maar ook leken de kennis in het boek tot zich konden nemen. Het idee dat mensen zelf konden werken aan werken aan hun geestelijke verinnerlijking door het lezen van religieuze werken was kenmerkend voor de Moderne Devotie.