Boeteprediker

Toen Geert Grote na een ziekbed tot inkeer gekomen was, besloot hij een deel van zijn bezittingen te schenken aan de armen.

Hij stelde zijn huis beschikbaar aan arme vrouwen die als lekenzusters vroom wilden leven. Daarmee was het Meester Geertshuis de eerste gemeenschap van zusters van het Gemene Leven. Geert had dan wel zijn bibliotheek verbrand, hij was nog steeds ‘bezeten van het zoeken naar boeken’. Dit schreef hij aan Jan van Ruusbroec, de Brabantse mysticus, die voor Grote een belangrijke inspiratiebron was. Op zijn reizen als boeteprediker had Geert Grote dan ook altijd een ton vol boeken bij zich