Negentiende eeuw

De negentiende eeuw was een tijd van grote veranderingen. Een paar gebeurtenissen: Napoleon vond zijn Waterloo (1815), in hetzelfde jaar werd het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden een feit, maar in 1830 scheidde Belgie zich alweer af.

Vele revoluties en oorlogen speelden zich in deze eeuw af, waaronder die in Frankrijk, 1848. Weer kwam er een Napoleon op de troon. In meerdere landen kregen boeren meer vrijheden. Over het algemeen waren de resultaten van de revoluties echter tegenvallend, teleurstellend. Romantiek maakte plaats voor realisme, zowel in de politiek als in de kunst. De oorlogen die gevoerd werden in de negentiende eeuw waren kort, Frankrijk 1870/71 (Frans-Duitse oorlog) en ook de Krimoorlog (Rusland tegen het Ottomaanse Rijk) duurde maar drie jaar, van 1853 - 1856.

De negentiende eeuw was een tijd van hervormingen en liberaliseringen, maar zag ook de opkomst van het nationalisme en imperialisme. Het nationalisme zorgde enerzijds voor eenheid in Italie en Duitsland, die voor die tijd totaal versnipperd waren. Anderzijds echter ook voor desintegratie in Oostenrijk–Hongarije en het Ottomaanse Rijk. Door imperialisme werd Groot-Brittannië vanaf 1870 een wereldmacht (het Rijk waar de zon nooit onderging) en ook andere landen begaven zich op het koloniale pad.

Tijdens de eerste fase van de industrialisatie speelde de stoommachine een belangrijke rol. Deze werd het eerst ingezet in de textielindustrie, die daardoor snel groeide. De uitbreiding van het spoorwegnetwerk zorgde voor een sterk verbeterd transport. Goederen en grondstoffen konden daardoor veel efficienter vervoerd worden, waardoor de economie snel groeide. Technologieën zoals de spoorwegen (en de telegraaf) versterkten de macht van een centraal gezag, belangrijk in een tijd van naties die steeds verder groeiden. De Verenigde Staten, Duitsland en Japan werden sterke industrielanden.

Het kapitalisme kwam op met zijn vrije markteconomie. Het zorgde voor grote rijkdom voor een kleine elite en schrijnende armoede voor de vele arbeiders in de fabrieken. De werkomstandigheden waren in het begin zeer slecht, denk ook aan het fenomeen kinderarbeid. Geleidelijk aan verbeterde deze situatie en steeg de welvaart, ook voor de massa. In de 20ste eeuw zette deze trend zich voort, arbeiders kregen meer macht. Vakbonden ontstonden (de eerste al in 1842 in Belgie) en onderhandelden met de werkgevers over betere arbeidsomstandigheden.

Ook de wetenschap kende een grote vooruitgang. Vele uitvindingen en ontdekkingen werden gedaan. Telefoon, telegraaf, radio en microscoop zijn enkele van de doorbraken in de wetenschap die voor veel veranderingen in de maatschappij zorgden. De formulering van de evolutietheorie door Charles Darwin zette de kijk op het ontstaan van de soorten en de plaats van de mens daarin op zijn kop. Sigmund Freud verhelderde met zijn ideeën de blik van de mens op zijn eigen identiteit.

Op kunstgebied was het een tijd van grote veranderingen. De eeuw begint met de neoclassicistische stroming, een stroming die wederom teruggrijpt op de klassieke idealen. Bekende schilders van deze stroming zijn Ingres en David. Ook in de beeldhouwkunst en architectuur zien we deze stroming terug. Op het neoclassicisme volgen chronologisch ondermeer de romantiek, het realisme, het impressionisme (Monet, Manet, Degas, Renoir), het expressionisme, het symbolisme en de art nouveau. De eeuw kende nog veel meer stromingen. Ze volgen steeds sneller op elkaar, zijn een reactie op elkaar. Bestaan soms gelijkertijd. Ontwikkelingen in de technologie maken andere manieren van bouwen mogelijk. Gietijzer en staal werden toegepast, evenals prefab bouw. Architecten bepaalden nog wel het ontwerp, maar ingenieurs voerden de constructie uit. Denk aan Crystal Palace en de Eiffeltoren.