Kunst en de medemens

Wellicht kent je de satirische oneliner van Henk en Ingrid: Is dit kunst of kan het weg? Met deze zin heeft dit Loesje-achtige duo een veelgehoord oordeel over kunst raak weergegeven. Want leeft de gemiddelde kunstenaar niet opgesloten op een zolderkamer, zonder enkel benul te hebben van de buitenwereld? En zonder zich af te vragen wat de medemens aan zijn werk heeft? Maar aan de andere kant: is engagement altijd iets wat van de daken geschreeuwd moet worden? In dit artikel zoomen we in op de meer subtiele relatie tussen kunst en de ander.

Weg uit het museum

In 1986 organiseert Jan Hoet in Gent een tentoonstelling die een nieuw tijdperk inluidde. Chambres d’Amis heette het; oftewel de gastenkamer. Kunstwerken waren tijdens deze tentoonstelling te gast in gewone huizen, kris kras door de stad. Daarmee werd een duidelijke boodschap verkondigd: kunst is voor iedereen en moet midden in het leven staan. (Bron: Rutger Pontzen, Nice! Nieuw engagement)

In een interview zei Hoet hier over: “Het feit dat kunst die iedereen beschouwde als onbegrijpelijk de dialoog aanging met echte mensen, echte huiskamers was geweldig.” In de jaren 90 zette deze trend door om kunst naar de straat te brengen. Om de ervaring van kunst met iedereen te delen en via de ander te ontmoeten. 

Participerende kunst

In 1998 deed trendwatcher Lidewij Edelkoort de voorspelling dat er een groeiende behoefte zou komen om je te kunnen verbinden met een groep. Ergens bij horen en samen dingen ervaren en ondernemen – ook binnen de kunst werd de toeschouwer actief opgezocht en onderdeel gemaakt van het kunstwerk.

Sterker nog, sommige kunst bestond alleen maar door de aanwezigheid van de ander. Zoals ‘De koffer van de celibatair’ van Suchan Kinoshita uit 1995. Kinoshita zocht in haar werk naar manieren om de ervaring van de toeschouwer te intensiveren. In 1995 deed ze dit door 5 maal met een bezoeker een reis van 24 uur te maken. Om het exclusieve karakter van deze 1 op 1-ervaringen tussen kunstenaar en bezoeker niet teniet te doen zijn ze zelfs niet gedocumenteerd.

Kunstenaars Marina Abramović en Ulay kwamen met hun performances de toeschouwer geregeld dicht op de huid. In hun act ‘Imponderabilia’ (1977) stonden ze in het MOMA naakt in de deuropening. Bezoekers moesten zich letterlijk langs hun lichamen wringen om binnen te komen. In het meer recente ‘The artist is present’ zat Abramović 3 maanden lang van ’s morgens tot ’s avonds op een stoel. Tegenover haar kon een bezoeker plaatsnemen om door de kunstenaar in de ogen gekeken te worden.  

Blik op de ander

Kunst kan ook van een afstandje contact maken met de ander. Namelijk door naar de ander te kijken. Pontzen noemt in zijn boek ‘Nice! Nieuw engagement’ de expositie ‘ik + de ander’ uit 1994 als typisch voorbeeld. De tentoongestelde schilderijen hadden een doel: voor verbroedering en voor de herwaardering van de humanistische waarden.
Marlene Dumas was een van de kunstenaars die bij ‘ik + de ander’ exposeerde. Haar werk is een emotionele reflectie op de werkelijkheid. Hoewel ze foto’s als uitgangspunt neemt, schildert ze deze niet letterlijk na.

Kunstredactrice Wieteke van Zijl (31 oktober 2006, de Volkskrant) omschrijft het werk van Dumas als volgt: “Dumas schildert zoals maar heel weinig kunstenaars kunnen schilderen. Niet het onderwerp – Marokkanen, Mohammed B., dode kinderen – maar de associaties die die onderwerpen bij de kijker losweken. Angst, vertwijfeling, onbehagen, schuld. (…) Ze confronteert daarmee de kijker met diens vooroordelen.”  

Kunst van binnenuit

Een groeiend aantal kunstenaars zoekt de ander letterlijk op. Als artist in residence dompelen ze zich onder in de leef- of werkwereld van deze ander. Het doel is vaak om een verdiept inzicht te krijgen in deze andere wereld en bekendheid te geven aan doelgroepen of situaties die in de maatschappelijke discussie onderbelicht zijn.

Theatermaker Marcel Osterop probeert in 4 jaar tijd de stad Eindhoven te ontrafelen, vanuit zijn residentie bij het Parktheater. Eerst liep hij 3 maanden fulltime mee bij de gemeente van Eindhoven. De inkijk die hij in deze complexe wereld kreeg vertaalde hij in het stuk ‘De waterdragers’. In een interview legt hij zijn interesse uit om in zijn stukken mensen aan het woord te laten, die van grote invloed op de stad zijn, maar die we eigenlijk nooit zien of horen.

Na de gemeente was Osterop 2 maanden te vinden op de redactie van het Eindhovens Dagblad, wat resulteerde in de voorstelling ‘De waakhonden’. Voor zijn derde voorstelling sluit de schrijver zich aan binnen het bedrijfsleven.  

Pleidooi voor de kleine deugden

Kan kunst de wereld verbeteren? Rutger Pontzen zegt in zijn betoog ‘Nice! Nieuw engagement’ van niet. Hij schrijft: “Historisch gezien hebben sociaal bewogen kunstenaars geen enkele sociale verandering teweeggebracht.” Tegenover het grote engagement plaatst hij een hernieuwd engagement. Dat omschrijft hij als een pleidooi voor de kleine deugd?en, zoals respect, empathie, saamhorigheid en vertrouwen. En daarover is hij wat milder:

“De hedendaagse kunst is praktischer, kleiner en vooral menselijker. Het streven is misschien nog steeds naar een betere wereld, in politiek of sociaal opzicht, maar het doel daarvan ligt niet langer bij de ‘massa’ maar bij het individu. Kunst hoeft de wereld niet te veranderen- daartoe is ze toch niet in staat – maar kan het leven wel veraangenamen.”  

 

Tekst: Mirjam van Gogh, december 2015.