“Alles moet een beleving zijn” – Interview met Herman Hertzberger

Verborgen op de zolder van een pand vlakbij de Amsterdamse markt vind je architectuurstudio HH. Ik word opgevangen in een klein kamertje vol maquettes terwijl ik wacht op Herman Hertzberger: een van Nederlands bekendste architecten. Als ontwerper van onder andere het muziekpaleis in Utrecht, het Haagse theater aan het Spui en het Chassé theater in Breda is Hertzberger een echte ‘starchitect’.

Als ik vertel dat ik voor de bibliotheek schrijf begint hij meteen enthousiast te vertellen. “We zijn momenteel ook bezig met een ontwerp voor de herinrichting van de bibliotheek van Breda”, vertelt Hertzberger. Het gebouw moet verbouwd worden omdat het hele idee van de bibliotheek verandert. Er is immers steeds meer informatie beschikbaar via het internet. “De bieb dreigt een beetje voor oude mensen die niet met de computer kunnen omgaan te worden”, legt Hertzberger uit.

"Alles is voor iedereen"
Was de bibliotheek eerst gedomineerd door boeken met daartussen zitjes om een boek in te kijken, in het nieuwe ontwerp verandert dat. “De bibliotheek wordt meer een soort culturele markt”, vertelt Hertzberger. Door de boeken juist in eilanden te plaatsen, moet de klant er echt naartoe gaan. De boeken worden minder opgedrongen. Maar de nieuwe bibliotheek draait natuurlijk om meer: er komt veel meer nadruk op tentoonstellingen en dingen organiseren. “Ik denk dat de bibliotheek op den duur een bredere functie krijgt en als authentieke bibliotheek een beetje zal verwateren”, vertelt Hertzberger.


Dat geldt volgens Hertzberger overigens niet alleen voor bibliotheken. “Het begrip cultuur verwatert ook,” vertelt hij, “tussen entertainment en cultuur is geen echte grens meer, er is minder sprake van een elite. Alles is voor iedereen. ”Als voorbeeld noemt hij de museumshop, waar vaak meer aan wordt verdiend dan aan het museum zelf. De winkel is net zo belangrijk als het museum zelf én heeft entertainmentwaarde. Of dat erg is weet Hertzberger niet, “het museumbezoek is gigantisch toegenomen,” zegt hij, “dus zo slecht kan het dan toch niet wezen.”

Strijd tussen bruto en netto
Het is wel belangrijk de verandering in cultuur op te merken. “Als architect moet je daar echt op inspelen. Dat is ook wel boeiend, je kunt het niet op je routine doen”, aldus Hertzberger. De tendens is dat niet alleen bibliotheken, maar alle culturele instellingen een bredere functie krijgen. “Een schouwburg blijft wel een schouwburg, maar krijgt ook een verblijfsfunctie,” vertelt Hertzberger, “mensen kunnen daar hun huis ontvluchten, mensen ontmoeten etc.”


Bij architectuurstudio HH wordt dit de eeuwige strijd tussen bruto en netto genoemd. Bruto is het totale gebouw en netto de functie waar het eigenlijk om gaat. “Dat wil je eigenlijk steeds meer oprekken om meer openbare ruimte binnen het gebouw te krijgen, los van het echte doel”, legt Hertzberger uit. “Het wordt ook een doel om gewoon daar naartoe te gaan, dus je wilt zo’n gebouw ook leuk maken.”

Overganszone
Daarvoor is volgens Hertzberger vooral van belang wat zich binnen het gebouw afspeelt. “De buitenkant van het gebouw is niet onbelangrijk,” vertelt hij, “maar waar ik wel hoe langer hoe meer aan twijfel is of de buitenkant ook moet uitdrukken wat er binnenin zit.” Wat voor gebouw het precies is, is dus bijzaak. “Ik heb mezelf daarin ook wel eens vreselijk vergist,” lacht Hertzberger. “Ik ken plekken waar je kantoorgebouwen voor woongebouwen aanziet en andersom.” Volgens Hertzberger moet vooral te zien zijn of iets een openbare functie heeft, of je er welkom bent.


Dat probeert hij te verwezenlijken met een soort overgangszone; Een gebied waar je gemakkelijk binnenkomt zodat je niet meteen voor een deur komt te staan, waar men niet binnen is maar ook niet buiten. “Dat brengt een soort vrijblijvendheid met zich mee,” vertelt Hertzberger, “een groot deel van de discussie gaat ook altijd over de ingang”. Ook de horecafunctie, volgens Hertzberger een afschuwelijke term, wordt steeds belangrijker. “Mensen hebben geen zin om alleen in huis te zitten. Ze gaan dan gezellig naar de coffee corner. Die zie je ook als paddenstoelen uit de grond schieten. Overal coffee corners. En als je naar binnen kijkt zitten mensen allemaal achter de laptop.”

Openbare woonkamer
Dat veronderstelt impulsbezoek, je wordt naar binnen gelokt op basis van nieuwsgierigheid. Een voorbeeld is het theater aan het Spui in Den Haag. “Daar is een foyer, bijna net zo groot als de zalen, waar van alles gebeurt”, vertelt Hertzberger. Er kan bijvoorbeeld een bandje spelen maar je kunt er ook de krant lezen. Er wordt druk gepraat, en inderdaad, ook daar zijn veel laptops. “Het is niet alleen een schouwburg, maar ook een openbare woonkamer”, aldus Hertzberger.
Het theater aan het Spui is volgens Hertzberger geen tempel meer, zoals dat vroeger vaak het geval was bij culturele instellingen. “Het gebouw wordt meer een soort stad in de stad, er is van alles aan de hand”, legt hij uit. “Dat is ook het grote woord vandaag: alles moet een beleving zijn. Een experience heet dat dan.” En dat heeft allemaal te maken met de verbreding, of verwatering, van cultuur zoals we het kennen.

 

Meer voorbeelden van het werk van Herzberger zijn te zien op de site van Architectuurstudio HH.

 

Tekst: Isabelle Fest, 9 juli 2015.