Nederlandse animatiemakers: De pioniers en nieuwe generatie

Met grote filmbedrijven als Walt Disney en Pixar is het maken van animaties voor het grootste gedeelte een Amerikaanse aangelegenheid. Toch zijn er ook beeldbepalende Nederlandse animatiemakers. Een overzicht van een aantal prominente pioniers en jonge vernieuwers van Hollandse bodem.

Joop Geesink

Ken je hem nog? Loeki de Leeuw? De stop-motion filmpjes van het vrolijke leeuwtje verschenen 32 jaar lang op de televisie. Kijk hier naar een making-of. Joop Geesink (1913-1984) was de bedenker en maker van de dagelijkse Loeki-spotjes. Geesink richtte zijn eigen fimstudio op, Dollywood. Van hieruit creëerde hij zijn poppen-animaties, vele honderden in totaal. Het Eye Film Instituut heeft het materiaal in archief en wijdt zich aan de restauratie. In dit filmpje zie je ze aan het werk.  

De Dollywood Studio is in 1984 overgenomen door dochter Louise. Onder de naam Geesink Studio is zij tot op heden verantwoordelijk voor veel beeldbepalende karakters, zoals Woezel en Pip, Boes of de Eftelingfiguren van het Sprookjesbos.  
De documentaire ‘De Duivendrechtse Disney’ gaat in op het werk Joop Geesink. In Opium een gesprek met dochter Louise Geesink. 

Marten Toonder

Hoewel Marten Toonder (1912-2005) vooral bekend is door zijn getekende strip Olivier B. Bommel, was hij samen met Geesink een grondlegger van de Nederlandse animatie. Aanvankelijk werkte het tweetal samen, maar al snel richtte beiden een eigen studio op. Vanuit de Toonder Studio’s werden honderden films gemaakt, zoals het sprookjesachtige 'Moonglow' uit 1954. 

De B. Bommel-film ‘Als je begrijpt wat ik bedoel' (1983) werd de eerste Nederlandse avondvullende animatiefilm. Marten zelf was toen al niet meer actief betrokken bij de studio en vond de film een warboel, zo blijkt uit dit fragment van 'Allemaal film'. De geschiedenis van de Toonder Studio’s is beschreven in het boek 'De Toonder Animatiefilms'.  

Børge Ring

De in Nederland wonende Deen Børge Ring (1921)  begon zijn carrière bij de Toonder Studio’s. Als zelfstandige cartoonmaker en striptekenaar bleek hij zeer succesvol. In 1978 kreeg hij een Oscarnominatie voor ‘Oh my darling’ en in 1985 won hij een Oscar met ‘Anna en Bella’. Gebaseerd op zijn eigen jeugdherinneringen maakte hij in 2001 de animatieserie ‘Anton’ die wereldwijd is vertoond.

Børge Ring schreef een autobiografie ‘Een weergaloos leven in muziek en tekenfilm’. In 2011 ging de documentaire 'Børge Ring, A Natural Born Animator' van Willem Wisselink in première.  

Gerrit van Dijk

‘De grootste tovenaar van de Nederlandse animatie is Gerrit van Dijk, wiens oeuvre je zonder overdrijving één lange gedaanteverwisseling kunt noemen.’ Dit werd in 2005 door het Filmmuseum over deze animatiemaker geschreven. Van Dijk (1938-2012) zocht naar vernieuwende stijlen en technieken. ‘Zijn hele leven probeerde hij de mensen iets anders dan het alledaagse te laten zien, probeerde hij hun leven iets te ontwrichten’, is in een In memoriam op de website van het Holland Animation Film Festival  te lezen.

Enkele bepalende werken van Van Dijk zijn ‘Pas à deux’, ‘I move, so I am’ of de meer recente animatie-documentaire ‘The Last Words of Dutch Schultz’. En zijn aangrijpende, laatste werk: ‘The Last Picture Show’. 

Het NIAF heeft een dvd-box uitgebracht met alle korte animatiefilms van Gerrit van Dijk: 'Animated Shorts 1971-2004'. De dag voor zijn overlijden spraken Hans Heesen en Lex Veerkamp met Gerrit van Dijk. Dit leidde tot het boekje ‘Ik ben blij dat ik er geweest ben’, dat online te lezen is.

De nieuwe generatie

Een kleine greep uit de huidige generatie Nederlandse animatiemakers:

• Rosto A.D.
Deze animatiemaker kan op wereldwijd succes rekenen en zijn ‘The Monster of Nix’ is zelfs in de bioscoop vertoond. Het zijn geen gezellige tekenfilms, maar sinistere verhalen die regelrecht uit de onderwereld lijken te komen. Voor ‘The Monster of Nix’ wist Rosto niemand minder dan Tom Waits en Terry Gilliam voor de stemmen te strikken. Naast filmmaker is Rosto ook muzikant bij Thee Wreckers. Een combinatie wat niet alleen leidt tot muzikale films, maar ook tot knap geanimeerde muziekclips, als ‘No Place Like Home’.  

• Floris Kaayk
Floris Kaayk (1982) zet de animatie in om een blik in de toekomst te werpen. In zijn futuristische film ‘The Origin of Creatures’ toont hij de wereld na een grote catastrofe, waarin menselijke figuren samenwerken voor de wederopbouw. In 2011 was deze film de Nederlandse inzending voor de Oscar voor korte animatiefilm. In de documentaire ‘Metalosis Maligna’ laat Kaayk zien wat er met het menselijke lichaam gebeurt, wanneer metalen implantaten een reactie aangaan met weefsel.  Een fantasiebeeld, dat dankzij de animatietechniek realistisch is gemaakt.

• Evelien Lohbeck
Deze kunstenaar heft in haar werk de scheiding tussen realiteit en fantasie op. Ook laat Evelien Lohbeck (1983) de digitale en analoge wereld versmelten, zoals in haar korte film ‘Deskloop’. 

• Job, Joris & Marieke
De korte animatiefilm ‘A Single Life’ van Job, Joris & Marieke was de Nederlandse Oscar-inzending van 2015. Job Roggeveen (1979), Joris Oprins (1980) en Marieke Blaauw (1979) hebben samen sinds 2007 al een flinke hoeveelheid animaties gemaakt, in uiteenlopende stijlen. Een ander project waar ze bekendheid mee kregen was de videoclip voor het nummer ‘Ik neem je mee’ van Gers Pardoel. Op youtube is deze clip al meer dan 17 miljoen keer bekeken.
 

Meer weten?

In het boek ‘Geanimeerde gesprekken; interviews met animatiefilmers’ zijn 30 interviews met Nederlandse animatiemakers opgenomen.  

Ook deze Nederlandse animatiemakers hebben een Oscar gewonnen:
1977 - 'Het zandkasteel' van Co Hoedeman.
2001 - 'Vader en dochter' van Michael Dudok de Wit.

 

Tekst: Mirjam van Gogh, 17 maart 2015.