Tentoonstelling: Eten in oorlogstijd

Gepubliceerd op: 23 augustus 2016 11:16

Vijf nationaal bekende topkoks namen de uitdaging aan van het Verzetsmuseum: creëer een gerecht met ingrediënten die tijdens de bezettingsjaren beschikbaar waren. De hoofdrollen zijn weggelegd voor Pierre Wind, Bobby Rust, Angélique Schmeinck, Edwin Florès en Julius Jaspers. Wat hebben deze koks bedacht, en wat aten we tijdens die vijf jaar bezetting? Was dat ongezond? Of viel dat eigenlijk wel mee? De nieuwe tentoonstelling Eten in oorlogstijd geeft een verrassende en onverwachte kijk op deze periode, en is te zien vanaf 15 oktober 2016.

Aandacht voor goed en gezond eten is een trend: minder vlees, zuivel en vet, en veel meer plantaardige voeding. We willen groenten van het seizoen, liefst biologisch of zelf verbouwd en wildgeplukt. Wat echter vrijwel niemand weet, is dat dezelfde manier van eten tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland noodgedwongen in de praktijk werd gebracht.

In 1940 viel de import weg en moest Nederland zelfvoorzienend worden. Hierdoor veranderde ons voedingspatroon ingrijpend: minder vet en vlees en meer groenten, granen, aardappelen en peulvruchten. Het dagelijkse menu werd, tot aan de Hongerwinter in de westelijke steden, gezonder dan het was voor 1940…

Eten in oorlogstijd is een verrassende, hedendaagse tentoonstelling van het Verzetsmuseum die samen met vijf nationaal bekende topkoks tot stand kwam.

Voor de tentoonstelling kookten chef-koks samen met de conservator van het museum gerechten met de destijds beschikbare producten. Televisiekok Pierre Wind laat zien dat de recepten in de jaren voor de oorlog zeer vlees- en vetrijk waren. Sterrenchef Bobby Rust kookt – zoals in 1940-1941 – met bonen als vleesvervanger. ‘Wildplukker’ en kok Edwin Florès maakt een gerecht uit 1942-1943 met ingrediënten uit het Vondelpark. Angélique Schmeinck, chef-kok van 24-kitchen, kookt zoals tijdens de Hongerwinter met bloembollen. Tot slot stelt Julius Jaspers, bekend van het programma Topchef, een gerecht samen uit een ‘mystery box’ met ingrediënten uit de pakketten van de voedseldroppings rond de bevrijding.

Daarnaast komen in de tentoonstelling allerlei aspecten van voedsel tijdens de Tweede Wereldoorlog aan bod aan de hand van persoonlijke verhalen. Wist u dat katten smaken als haas? Dat een pond thee in 1943 op de zwarte markt 180 gulden (een maandloon) kostte? Dat er geen haring meer te koop was? Of dat jenever zeer schaars werd?

Bij de tentoonstelling verschijnt een publicatie met verhalen en recepten. De tentoonstelling en publicatie zijn rijk aan historische informatie èn een inspiratie voor de kookliefhebber van nu.

Bron: Verzetsmuseum Amsterdam