Belgische fritten

Zo’n 7000 jaar geleden ontdekten de Inca’s dat lama’s een plant met vreemde vruchten uit de grond trokken; de aardappel. Eerst vonden ze de niet te eten, totdat ze ontdekten hoe ze de bittere alkaloïden uit de aardappel konden onttrekken: vriesdrogen. Dit product heet chuño. Het woord Chuño komt uit het Quechua ch'uñu, dat betekent “bevroren aardappel”. Vanaf grofweg 1580 komt de aardappel ook voor in Europa. Hier is het héél populair geworden.

Recept Belgische fritten

 

Ingrediënten:

  • Grote aardappelen die het midden houden tussen kruimig & vastkokend (bv. Bintje, Agria, Charlotte, Donald, Elba, Primera, Santé, of Victoria), 
  • frituurvet (Belgen zweren nog steeds bij Ossewit; puur rundervet. Als vegetariër kun je ook kiezen voor zonnebloemolie of koolzaadolie).

Bereiding:
Schil de aardappelen. Snijd de aardappelen dan in staafjes van ongeveer een vierkante centimeter dik. Leg deze een minuut of 15 in koud water. Spoel daarna de friet goed af en dep ze zachtjes droog. Bak de frieten in ca. 5 minuten voor op 150°C, totdat ze lichtgeel zijn. Spreid de frieten uit op een met keukenpapier bedekte bakplaat, laat ze uitlekken en afkoelen. Tussen voor- en afbakken mag max. 2 uur zitten. Het afbakken gaat op 180°C, bak ze zo’n 5 minuten, tot ze goudgeel zijn. Ze zijn meestal goed als ze komen “bovendrijven” en de olie (bijna) niet meer bruist. Doe ze in een met keukenpapier bedekte schaal. Bestrooi ze met zout, schud ze om en serveer!

Bron:

Het Grote Frietboek”, Ellen Scholtens & Irene de Vette, Breda, 2010.