Vlooienburg

Baruch Spinoza werd geboren op het eiland Vlooienburg; zijn geboortehuis heeft de tand des tijds niet doorstaan. Op de plaats waar ooit zijn geboortehuis stond, bij de huidige Stopera aan de Zwanenburgwal, staat nu een beeld van Spinoza van de beeldhouwer Nicolaas Dings dat in 2008 door burgemeester Job Cohen en wethouder Carolien Gehrels werd onthuld. De kleine Baruch groeide later op in een ander huis aan de Houtgracht, op de hoek van de Leprozengracht, aan de rand van het eiland. Ook dit huis bestaat niet meer; het lag ongeveer ter hoogte van de huidige Mozes en Aäronkerk.

Het ontstaan van Vlooienburg

Tijdens de Tweede Uitleg, de stadsuitbreiding van Amsterdam aan het eind van de 16de eeuw, werden vóór de reeds bestaande kunstmatige eilanden, Uilenburg, Marken en Rapenburg, in 1593 nog twee eilanden in het IJ ingericht: Vlooienburg en Zwanenburg. De naam Vlooienburg zou afgeleid zijn van Vloonburgh, een stuk aangeplempt land ter bescherming tegen vloed of overstroming. Op de oudste plattegrond van Amsterdam, die van Cornelis Anthonisz. uit 1538, is nog geen eiland te zien. Pieter Bast gaf op zijn kaart uit 1597 daarentegen de contouren van een eiland weer met houtopslagplaatsen, schuurtjes, houtwallen en schaars bebouwde straten. Toen in 1625 Balthasar Florisz. een plattegrond van Amsterdam uitbracht, was het eiland inmiddels volledig bebouwd en via vier bruggen met de omgeving verbonden.

De ligging van Vlooienburg

Vlooienburg grensde aan de zuidkant aan de Buiten-Amstel, aan de westkant aan de Verwersgracht, nu Zwanenburgwal, aan de oostkant aan de Leprozengracht en aan de noordkant aan de Houtgracht. De Spinoza’s huurden een huis van Willem Kick (1579-1647) aan de Houtgracht. Het stond aan dat deel van de gracht achter de Breestraat dat niet op het eigenlijke eiland lag. Het eiland begon dus aan de overzijde. De woning van de Spinoza’s stond min of meer op de hoek van de Houtgracht en de Leprozengracht, vlakbij de Lazarus Steeg. De bewoners van de Houtgracht waren beter af dan de mensen die in de armoedige kleine straatjes en steegjes van Vlooienburg woonden. Het eiland werd door twee wat grotere straten doorsneden, de Korte en de Lange Vlooienburgstraat, later omgedoopt in de Korte en Lange Houtstraat. In 1626 werd het eiland nog verbreed met een stuk aangeplempte grond waarop het Diaconieweeshuis van de Gereformeerde Kerk gebouwd werd, later nog geflankeerd door enige statige bebouwing aan de Amstel. In de twintigste eeuw werd dit gebied het bouwterrein voor de Stopera en verdwenen alle oude straatnamen.

Joodse wijk

Op Vlooienburg vestigden zich veel Portugese joden net als in de straten aan de noordzijde, de Breestraat en de Sint Antoniesbreestraat. In de Breestraat, nu Jodenbreestraat, woonde in de tijd waarin Spinoza opgroeide de schilder Rembrandt van Rijn (1606-1669). Zijn etsen van het straatleven geven een beeld van de woonomgeving van de jonge Spinoza. Aan de Houtgracht stonden twee synagogen. De Portugees-Joodse gemeente telde in de jeugd van Spinoza drie congregaties. De synagoge van de sefardische congregatie Neve Shalom werd in 1612 opgericht aan de Houtgracht. Belangrijkste rabbijn was Menasse ben Israel (1604-1657). De oudste sefardische gemeente was Bet Jacob; ook die congregatie bouwde een synagoge aan de Houtgracht. De voorman van deze gemeente was rabbijn David Farar en tot deze gemeente behoorde de familie Spinoza. In 1618 werd nog een derde synagoge aan de Houtgracht gebouwd, maar deze verhuisde al snel naar de Nieuwe Houtgracht. Deze congregatie heette Bet Israël en was een afsplitsing van Bet Jakob. De bekendste rabbijn van deze congregatie was Saul Levi Morteira (ca. 1596-1693). In 1639 gingen de drie congregaties samen verder onder de naam Talmud Torah. In 1675 kwam de gezamenlijke synagoge voor de drie voormalige sefardische congregaties gereed aan het eind van de Breestraat.