De jeugdjaren van Spinoza

Over de leerjaren van Spinoza zijn maar weinig concrete gegevens overgeleverd. Spinoza heeft geen ego document nagelaten en daarom is zijn geestelijke ontwikkeling in die vroegste periode grotendeels in nevelen gehuld. Vast staat dat hij een briljante leerling moet zijn geweest, wiens opleiding afgebroken werd, omdat zijn vader Michael hem nodig had in diens handelsonderneming.

Talmud Torah

Talmud Torah was niet alleen de naam van de verenigde gemeente die volgde op de samenvoeging van de drie sefardische congregaties in 1639. Deze naam werd ook verleend aan de eerste joodse school in Amsterdam die in 1616 in een pand naast de synagoge van Bet Jacob aan de Houtgracht gevestigd werd en door de congregaties Neve Shalom en Bet Jacob werd geleid. Mogelijk dateert de onderwijsinstelling al vanaf de oprichting van Bet Jacob. Op deze school, vlakbij zijn ouderlijk huis, begon Baruch Spinoza zijn opleiding.

Het onderwijs in de eerste vier klassen

Het onderwijs op Talmud Torah was niet in het Nederlands, maar in het Ladino, ook wel Judeo-Spaans genaamd. Dat was de variant van het Spaans die veel sefardische joden spraken. In Israel spreken thans nog ca. 400.000 mensen deze taal. In de eerste klas werden de beginselen van het Hebreeuws onderwezen door Mordechai de Castro. Lezen van Hebreeuwse teksten volgde in de tweede klas bij Joseph de Faro. In het derde leerjaar maakte Spinoza kennis met de Torah, de eerste vijf boeken van Tenach, de Hebreeuwse Bijbel. Jacob Gomes bracht de scholieren het ritmisch opzeggen van teksten bij. Gomes begeleidde de scholieren ook bij het vertalen van teksten uit de Torah in het Spaans. De elementaire opleiding eindigde met de vierde klas. Hier maakten de leerlingen onder leiding van Salomon ben Joseph kennis met de geschriften van de profeten.

Het onderwijs in de hogere klassen

Na de elementaire opleiding, die gratis was, volgden de meest begaafde leerlingen een tweejarige vervolgopleiding (jesjiewa of Talmoed hogeschool) die opleidde tot rabbijn. De leerlingen hadden in elk geval al hun bar mitswa gevierd en waren daarmee volwassen in religieuze zin. Zij waren dus 13 jaar of ouder. Het volgen van de jesjiewa kostte geld. Voor leerlingen uit de armere lagen van de bevolking was een fonds opgericht door Ets Haim (Boom des Levens), de onderwijsbroederschap, die ook de basis legde voor de gelijknamige bibliotheekcollectie. Deze collectie is sinds 1675 gehuisvest in het complex van de Portugees-Israëlitische synagoge. Het onderwijs in deze jesjiewa werd door de twee belangrijkste sefardische rabbijnen gegeven: Menasseh ben Israel en Saul Levi Morteira. Zij bestudeerden met hun leerlingen de Talmoed, de commentaren van de belangrijkste joodse schriftgeleerden op de Thora en de Tenach, de regels omtrent feestdagen en de teksten van bekende joodse filosofen, met name die van Maimonides, de joodse arts en geleerde uit Cordoba (1135-1204) die de joodse wetten en grondbeginselen systematisch had uiteengezet en een verbinding had gelegd tussen de joodse leer en de toenmalige wetenschap.

Menasseh Ben Israel en Saul Levi Morteira

Binnen de sefardische gemeenschap waren Menasseh ben Israel en Saul Levi Morteira de belangrijkste rabbijnen. Ze hadden evenwel tegengestelde karakters en opvattingen. Manuel Dias Soero, alias Menasseh Ben Israel (1604-1657) was oorspronkelijk afkomstig van het eiland Madeira. Hij was de meer rekkelijke rabbijn, die ook contacten onderhield buiten de sefardische gemeenschap, onder meer met protestantse wetenschappers als Gerard Vossius (1577-1649) en Hugo de Groot (1583-1645). Ook had hij contact met Rembrandt die hem portretteerde. Menasseh dreef met zijn broer en zwager handel met Brazilië en daarnaast was hij actief als boekdrukker. Hij huldigde de opvatting dat de joodse Messias in aantocht was, hetgeen zou leiden tot de bevrijding van de joden en de hereniging van alle stammen in Israël. Menasseh oogstte ook lof van christenen door zijn verzoenende toon. Saul Levi Morteira (ca. 1596-1660) was afkomstig uit Venetië. Hoewel ook hij dialoog met de christenen voorstond, wordt hij als de meer rechtzinnige rabbijn gezien. Hij keerde zich met name tegen de ‘conversos’, joden die er voor kozen te blijven leven in Portugal en Spanje en het christelijk geloof aannamen. Hij was ook de rabbijn die de waarheid van het joodse geloof zou verdedigen tegenover Baruch Spinoza en hem zou verbannen uit de synagoge.

Van school gehaald

Omstreeks zijn veertiende jaar ging Baruch van school om zijn vader bij te staan in de handel. Wanneer dat precies gebeurd is en of hij toch nog enige lessen heeft gevolgd aan de jesjiewa is niet geheel duidelijk. Vaak wordt de oorzaak van Spinoza’s afscheid van Talmud Torah in de dood gezocht in 1649 van zijn oudere broer Isaac die compagnon was van Michael. Baruch moest hem vervangen. Maar in het register van Ets Haim uit de jaren 1647 tot 1651 komt zijn naam niet voor. Baruch vierde zijn bar mitswa in november 1646, dus het ligt niet voor de hand dat hij aan de vervolgopleiding begonnen is en dat hij al in 1647 en niet in 1649 toegetreden is tot de onderneming. Mogelijk zette hij zijn studie voort in de avonduren in de studiegroep Keter Torah (Kroon van de wet) van rabbi Saul Levi Morteira. Ook Menasseh Ben Israel heeft invloed uitgeoefend op de geestelijke vorming van Spinoza. In de nalatenschap van de filosoof werden enkele werken van de Amsterdamse rabbijn aangetroffen.