De familie Spinoza

In 1614 kreeg de sefardische gemeenschap toestemming om in Ouderkerk aan de Amstel een kerkhof aan te leggen, Beth Haim, op de plaats waar tot 1204 het huis van de Heren van Amstel heeft gestaan. Op Beth Haim bevinden zich de graven van de ouders van Baruch Spinoza. Ook zij waren voor de Inquisitie gevlucht vanuit Portugal naar Amsterdam.

Abraham en Isaac Spinoza

De oudoom van Baruch, Abraham Spinoza, vluchtte voor de Inquisitie naar Nantes. Later kreeg hij daar gezelschap van zijn broer Isaac en diens zoon Michael. In 1616 verlaat Abraham Nantes en vestigt zich als handelaar in Amsterdam. Hij drijft een handel in zuidvruchten die hij betrekt uit Spanje en Portugal. Zijn neef Michael wordt zijn compagnon en is waarschijnlijk met hem meegereisd vanuit Nantes, evenals Michaels vader Isaac. De in Rotterdam gestorven Isaac Spinoza zou de vader van Michael en de grootvader van Baruch geweest zijn. Abraham Spinoza was een belangrijk man binnen de sefardische gemeenschap als lid van de parnassim (bestuurders) van de synagoge. In 1620 werd hij echter samen met zijn dienstbode gevangen gezet. De reden daarvoor is niet meer te achterhalen, mogelijk betrof het een ongeoorloofde liefdesrelatie.

Michael Spinoza (1587 of 1588–1654)

Baruch’s vader werd geboren in Vidigueira in het district Beja in het zuidoosten van Portugal. Via Nantes is ook hij in Amsterdam terechtgekomen; waarschijnlijk met zijn oom Abraham die hem als compagnon in zijn handel in citrusvruchten betrok. Na de dood van zijn oom zette hij de zaak voort en nam op zijn beurt later zijn eigen oudste zoon Isaac als handelspartner aan. In de periode 1620-1630 bloeide de handelsonderneming redelijk op maar in de jaren ’40 keerde het geluk. Als curator van een failliete boedel draaide Michael op voor alle schulden, toen de oorspronkelijke eigenaar, Pedro Henriques, onverwachts het leven liet. Daarnaast moest hij ook nog het verlies incasseren van zijn oudste zoon. Ook Michael was heel actief in de sefardische gemeenschap van Amsterdam. Hij maakte deel uit van de ‘Senhores Quinze’; de vijftien parnassim die samen het bestuur van de synagoge vormden. Bovendien was hij actief in het liefdadigheidswerk en als schoolbestuurder. Michael trouwde drie maal en werd tot drie keer toe weduwnaar. Hij ligt begraven in Ouderkerk. (foto) (Zie voor een beknopte stamboom van de familie de geraadpleegde digitale bronnen).

De drie vrouwen van Michael

Michael was achtereenvolgens gehuwd met Rachel, Hanna Debora en Ester. Rachel, zijn eerste vrouw schonk hem twee kinderen, maar overleed vrij snel. Daarna trouwde hij met Hanna Debora. Zij was oorspronkelijk afkomstig uit Lissabon. Hanna Debora en Michael kregen drie kinderen, onder wie Baruch, de latere filosoof. Hanna Debora was niet erg gezond. Zij leed aan tering en zou sterven toen Baruch zes jaar oud was. Baruch zou zelf later aan dezelfde ziekte bezwijken. De derde vrouw, Ester, werd Baruch’s stiefmoeder. Zij stierf in 1653 vijf maanden voor haar echtgenoot. Het huwelijk van Michael en Ester was kinderloos gebleven.

De broers en zussen van Baruch

Naar oud joods gebruik werd de oudste zoon en dus de oudste broer van Baruch naar de grootvader genoemd. Isaac werd omstreeks 1631 geboren en stierf in 1649. Hij trad enige tijd op als compagnon in de onderneming van Michael. Zijn zus Rebecca was het twee kind van Michael en Rachel. Zij overleefde Baruch en dook na diens overlijden op in Den Haag om de nalatenschap op te eisen. Zij trouwde met Samuel de Cassares, die aanvankelijk gehuwd was met haar halfzus Miriam uit het huwelijk van Michael en Hanna Debora. Die stierf echter in 1651 na de geboorte van haar zoon Daniel. Rebecca werd dus stiefmoeder van Daniel. Samuel de Cassares stierf in 1660. Uiteindelijk vestigden Rebecca en Daniel zich in Curaçao. Rebecca overleed daar in 1695 aan de gele koorts. Gabriel was de jongste broer van Baruch. Na de dood van Isaac nam Michael eerst Baruch en later ook Gabriel in zijn onderneming op. Beide broers zetten de onderneming na de dood van hun vader in 1654 voort tot twee jaar later de banvloek over Baruch werd uitgesproken en beide broers geen contact meer met elkaar meer mochten hebben. Gabriel zette de onderneming nog een paar jaar alleen voort. In 1664 vertrok hij naar Barbados, vestigde zich later als handelaar op Jamaica en liet zich naturaliseren tot Brits onderdaan.

Baruch

‘Bento y Gabriel de Spinoza’ heette de handelsonderneming van de beide broers. Baruch werd thuis, waar men Portugees sprak, Bento genoemd. Sefardische joden hadden vaak een Portugese naam en een Hebreeuwse naam die ze bij religieuze gebeurtenissen gebruikten. Na zijn excommunicatie zou Baruch de naam Benedictus gaan gebruiken, de Latijnse variant van Bento. Baruch werd geboren in het jaar 1632 in Amsterdam in de joodse wijk Vlooienburg.