Kronkel

Met zijn rubriek Kronkel zou Simon Carmiggelt na de oorlog uitgroeien tot een van de belangrijkste Nederlandse auteurs. Toch was hij niet de eerste schrijver van cursiefjes. Herman Heijermans publiceerde aan het begin van de vorige eeuw honderden kleine verhaaltjes, de ‘Falklandjes’. Een andere voorloper en inspiratiebron is Asser Benjamin Kleerekoper met zijn ‘Oproerige Krabbels’ in Het Volk, Voorwaarts en De Notekraker.

Driestuiverskroniek

Hoofdredacteur G. J. van Heuven Goedhart begon in 1945 een rubriek ‘Driestuiverskroniek’ waarin de redacteuren om beurten actuele en onalledaagse voorvallen beschreven, die een tegenwicht moesten bieden aan het loodzware nieuws van net na de bevrijding. De bijdragen van Carmiggelt vielen meteen op. Van Heuven Goedhart stelde hem voor een eigen hoekje te beginnen.

Gijsbert Konijn

Jeanne Roos schreef in 1946 een feuilleton voor de kinderrubriek van Het Parool. Gijsbert Konijn verlaat het hok waarin hij opgesloten is, omdat hij bang is met Kerstmis op het menu te worden gezet. Hij trekt de wereld in en ontmoet tal van dieren. Een van die dieren is de goedige, pientere, maar ook glibberige worm Kronkel. Deze naam koos Carmiggelt voor zijn cursiefjes; mogelijk omdat hij het grillige wezen associeerde met de mogelijkheid om in Kronkel over van alles en nog wat te schrijven.

Fictie en werkelijkheid

“Ik verzin nooit wat. Ik schrijf op wat ik hoor en meemaak en hooguit verbouw ik het wat.”


Hoewel de dagelijkse beslommeringen van de hoofdpersoon, zijn echtgenote, gezin en huisdieren autobiografisch lijken, is dat slechts ten dele het geval. Carmiggelt gebruikte flarden van verhalen die hem verteld werden en gebeurtenissen die hij meemaakte. Maar ook het huwelijk van zijn ouders en familieleden en kennissen die vroeger bij zijn ouders over de vloer kwamen vormden materiaal voor sommige Kronkels. De kordate vrouw die op de achtergrond het leven van haar wat sukkelige echtgenoot in goede banen leidt, is in feite een literair personage net als de antiheld zelf.

Humor en stijlmiddelen

De Kronkels worden gekenmerkt door milde humor en melancholie. In de loop der jaren krijgt de zwaarmoedigheid steeds meer de overhand. Carmiggelt weet een mens in een beeld of via een vergelijking in weinig woorden te typeren. De Kronkels kenmerken zich verder door afwisselend woordgebruik en het beschrijven van situaties met zo weinig mogelijk middelen. Door bepaalde woorden, gemeenplaatsen bijvoorbeeld, in een andere context te plaatsen of door kinderen de woorden van volwassenen te laten gebruiken ontstaat een humoristisch effect. Carmiggelt heeft net als Koot & Bie en Marten Toonder onze taalschat met nieuwe woorden verrijkt: epibreren (gewichtig, maar niet nader omschreven werk verrichten), zich glamp voelen (zich onbehagelijk voelen).

Het succes

De eerste Kronkel verscheen op 11 oktober 1946; er zouden er tot 1983 ruim 8.700 volgen. Vrijwel jaarlijks verscheen bij De Arbeiderspers een gebundelde selectie. Vaak bereikten die titels verkoopcijfers van 100.000 exemplaren. Ook verschenen er langspeelplaten met zijn werk en las hij zijn Kronkels voor tijdens tournees door het land. Vanaf 1965 ging Carmiggelt bovendien bij de VARA op t.v. elke week een Kronkel voorlezen. De afleveringen werden geopend met “In a sentimental mood” van Duke Ellington. In 1983 verfilmde Bert Haanstra tien Kronkels met acteurs als Rijk de Gooijer, Mary Dresselhuys en Paul Steenbergen.