Journalistiek

Na zijn voortijdige vertrek bij de Gemeentelijke Handelsschool vatte de zeventienjarige Simon Carmiggelt het plan op om de journalistiek in te gaan. Via een kennis van zijn ouders nam hij in het voorjaar van 1931 contact op met Het Vaderland.

Gvd kom dan morgen maar

De directeur van Het Vaderland liet zich niet gelijk overtuigen. Pas na herhaald aandringen riep hij uit: “Gvd, kom dan morgen maar”. Voor Het Vaderland schreef Luc Willink een rubriek met overpeinzingen, die Simon graag las. Hij kwam als volontair echter niet bij Willink te werken, maar bij een luie redacteur die hem stukjes en verslagjes van bijeenkomsten liet schrijven, waar de redacteur dan zijn eigen naam onder plaatste. Na een week of vier werd Carmiggelt bij de directeur geroepen, die hem vroeg wat hij nou eigenlijk als volontair uitvoerde. Simon wilde de redacteur niet verklikken en kwam met een vaag antwoord. Waarop de directeur hem de deur wees met: “Ach jongen, ga toch mijn huis uit.”

Klaas Voskuil

Na een kort dienstverband bij een Haags persbureau kwam Simon Carmiggelt eind 1931 bij De Vooruit, de Haagse editie van het socialistische dagblad Het Volk. Zijn broer Jan schreef als los medewerker muziekrecensies voor dit blad. Carmiggelt kwam onder de hoede van redactiechef Klaas Voskuil, de vader van auteur J.J. Voskuil. Onder zijn leiding kreeg hij een opleiding tot journalist. Simon versloeg vergaderingen, rapporteerde over moorden en opstootjes en interviewde honderdjarigen.

Recensies en Kleinigheden

In 1936 volgde Simon Carmiggelt Hessel Jongsma op als recensent voor toneel en film. Zijn eerste opdracht was een recensie van de Haagse première van het antifascistische toneelstuk “De Beul” van de Zweedse toneelschrijver Pär Lagerkvist. Carmiggelts beschouwing leidde tot zijn benoeming tot kunstredacteur. Op 9 maart 1936 begon Simon Carmiggelt anoniem een rubriekje ‘Kleinigheden’, dat verscheen op pagina 9. Het was de voorloper van de latere ‘Kronkel’. Vlak voor de oorlog, in 1940, werden de eerste cursiefjes gebundeld in “Vijftig dwaasheden”. Simons ouders kregen een presentexemplaar. Zijn vader hulde zich in somber zwijgen. Zijn moeder vond er niets aan, maar informeerde wel bij Haagse boekhandels of ze het werkje in voorraad hadden.

Terug naar "Simon Carmiggelt"