De sprong over het IJ

Het college van B en W heeft op 25 mei van dit jaar het Definitieve Principebesluit Sprong Over Het IJ onderschreven. Op drie plaatsen wordt onderzocht hoe een oeververbinding het best tot stand kan komen: in het centrale deel van de IJ-oever en op de westelijke en oostelijke IJ-oevers. Hiermee lijkt een eeuwenoude wens in vervulling te gaan: een vaste verbinding tussen Amsterdam Centrum en Amsterdam Noord.

Jan Galman (1807-1891)

Ik was verbaasd dat de Amsterdamse aannemer Jan Galman tussen 1851 en 1886 maar liefst 36 plannen heeft ingediend voor een vaste oeververbinding. Waarom was hij zo vasthoudend en waarom had de gemeente Amsterdam er geen oren naar?

Galman was ervan overtuigd dat een brug over het IJ zou leiden tot een waardestijging van Noord. Hij was betrokken bij de financiering van een stadswijk in Noord. In de periode 1840-1860 zou een brug in elk geval nog geen belemmering vormen voor scheepvaart, want die kwam uit het oosten. Zijn ontwerpen werden om onduidelijke redenen afgewezen door het stadsbestuur. De ondernemer werd telkens weer met een kluitje in het riet gestuurd.

Kansrijke verbindingen

De Sprong over het IJ lijkt sinds mei iets dichterbij gekomen te zijn na het voornemen van de Gemeente Amsterdam om de meest kansrijke verbindingen te gaan onderzoeken. Ben je blij met dat onderzoek?

De Sprong over het IJ komt nu dichterbij, maar lijkt nog steeds te weinig urgentie te hebben. Het is merkwaardig dat nu in 2016 nog een onderzoek komt naar de meest kansrijke locaties, terwijl die al jaren bekend zijn. Men kan beter tijd stoppen in offertes van aannemers en projectontwikkelaars, dan kan er over vier jaar een brug liggen.

Welke verbinding maakt de meeste kans?

Op het Javaeiland is een geschikte locatie, maar op de plek waar de brug zou moeten komen, op de kop van het eiland, wordt nu Hotel Jakarta gebouwd. Al 20 jaar is bekend dat daar de meest geschikte locatie is voor een brug. Het is vreemd dat er bij het recentelijk verlenen van de bouwvergunning voor dat hotel helemaal geen rekening mee is gehouden. Een andere eenvoudig te realiseren verbinding is die tussen het Stenen Hoofd en de Buiksloterham. Beide verbindingen zouden er naar mijn mening moeten komen. Overigens is ook een brug tussen NDSM en de Houthaven een goed idee. Helaas heeft men die mogelijkheid buiten het onderzoek gehouden.

Passagiersterminal

Vormt een brug geen probleem voor de gigantische cruiseschepen die Amsterdam aandoen?

In de twintigste eeuw waren de belemmeringen voor een vaste oeververbinding vooral van nautische aard. Tot op de dag van vandaag komen de meeste bezwaren van de kant van Rijkswaterstaat en de havenautoriteiten. De verplaatsing van de Passagiersterminal naar de westkant van het havengebied zou een goede oplossing zijn. Cruisemaatschappijen zijn ook niet blij met de huidige ligging; het is een moeizame tocht naar de terminal die veel geld kost. Op dit moment worden er aan de westkant van het IJ drie locaties voor het afhandelen van de grote cruiseschepen onderzocht. Cruiseschepen zijn dus straks niet het probleem.

Rotterdam en Nijmegen

In je boek noem je Rotterdam en Nijmegen als voorbeelden van steden aan een grote rivier die wel vaste oeververbindingen hebben.

Rotterdam is bezig met een vierde en een vijfde brug over de Maas. Nijmegen, veel kleiner dan Amsterdam, heeft drie bruggen voor fietsers. En dat terwijl Amsterdam toch bekend staat als de fietsstad nummer 1 èn de bruggenstad nummer 1 van Nederland èn van de hele wereld.