Jan van der Heijden: Levensloop (1637-1712)

Jan van der Heijden was negen jaar oud toen hij naar Amsterdam verhuisde. Hij was op 5 maart 1637 geboren in Gorinchem. Zijn ouders waren doopsgezind. Hun familienaam Van der Heijden wordt in 17e eeuwse documenten op zes verschillende wijzen gespeld. Hier wordt de spelling van het Jan van der Heijdenjaar aangehouden.

Schilder

Jan begon zijn loopbaan als hulp in de spiegelwinkel op de Dam van zijn oudste broer Goris. Hij werd daar tevens opgeleid tot glasschilder. Op zijn vijftiende was hij getuige van een gebeurtenis die een grote invloed zou hebben op zijn leven als schilder en vooral als uitvinder. Op 7 juli 1652 brak er namelijk een grote brand uit in het stadhuis van Amsterdam. Het gebouw ging reddeloos verloren.

Op 26 juni 1661 trad Jan van der Heijden in het huwelijk met Sara ter Hiel. Hij gaf bij die gelegenheid aan schilder van beroep te zijn. Jan en Sara ondernamen enkele reisjes naar Emmerik, Wezel en Kleef waar zij beiden familie hadden wonen en die Jan inspireerden tot het schilderen van enkele stadsgezichten.

Fabrikant en uitvinder

In 1679 koopt Jan van der Heijden een terrein aan de Koestraat en laat daar een huis en een fabriek bouwen. Samen met zijn broer Nicolaes is Jan actief als uitvinder, waarbij zij meestal bestaande vindingen op geniale wijze weten te verbeteren. Zo komen de broers met een innovatie van de stadslantaarn en in 1677 krijgen ze een octrooi voor de slangenbrandspuit. In de fabriek in de Koestraat worden de nieuwe brandspuiten geproduceerd. Daarnaast werkte Jan van der Heijden aan ontwerpen voor baggermolens, schepraderen, de scheepskameel en vuurbakens. Hij had daarnaast verschillende ambtelijke functies als opzichter (straatverlichting, brandbeveiliging).

Als in 1682 broer Nicolaes overlijdt, neemt zoon Jan junior diens plaats in. Tien jaar later draagt Jan van der Heijden al zijn functies aan zijn zoon over. Tot aan zijn dood is hij nog voornamelijk als schilder actief.