Samuel Sarphati en de Vereeniging voor Volksvlijt

Samuel Sarphati (1813-1866) groeide op in een joods middenstandsgezin uit Amsterdam. Zijn vader zat in de tabakshandel. Aanvankelijk opgeleid voor apotheker ging Samuel medicijnen studeren in Leiden, waar hij in 1839 promoveerde. Hij vestigde zich in Amsterdam als armenarts. Maar Sarphati werd vooral bekend als voorvechter van de hygiëne en oprichter van een handelsschool, een hypotheekbank, een meel- en broodfabriek, het Amstelhotel en het Paleis voor Volksvlijt. Voor het laatste gebouw deed hij zijn inspiratie op in Londen.

Great Exhibition

In 1851 bezocht Samuel Sarphati de Great Exhibition of the Work of Industry of all Nations in Londen. Deze tentoonstelling bood de bezoeker een overzicht van de voortgang in nijverheid en industrie in verschillende landen van de wereld. Van 1 mei tot 15 oktober trok dit evenement gemiddeld 43.000 bezoekers per dag. De Great Exhibition is te beschouwen als de eerste in een lange reeks wereldtentoonstellingen.

Crystal Palace

De expositie vond plaats in Hyde Park, in een kolossaal gebouw van glas met een skelet van gietijzeren ribben. Het ontwerp was van de kassenbouwer, tuinman en tuinarchitect Joseph Paxton (1801-1863). Het organisatiecomité had een prijsvraag uitgeschreven voor het ontwerp van een tentoonstellingsgebouw; er kwamen 245 inzendingen binnen, waaronder een plan van de latere architect van het Paleis voor Volksvlijt, Cornelis Outshoorn. Alle ingezonden voorstellen werden afgekeurd. Paxton diende vervolgens binnen enkele dagen een eigen plan in: een grote versie van het waterleliehuis dat hij voor landgoed Chatsworth had ontworpen. Het kon in zeven maanden tijd met geprefabriceerde modules en tegen lage kosten in elkaar gezet worden. Na afloop van de Great Exhibition werd Crystal Palace gedemonteerd en in Sydenham opnieuw opgebouwd.

De Nederlandse inzending

Tijdens zijn studiereis naar Brussel, Parijs en Londen ten behoeve van armoedebestrijding bezocht Samuel Sarphati de Great Exhibition. Het zou zijn ogen openen voor de achterstand van Nederland ten opzichte van andere landen. Hij zag in dat verbetering van de algemene welvaart moest komen van het particulier initiatief. De Nederlandse inzending op de Great Exhibition bestond uit glaswerk, tapijten, beddengoed, tafellakens en bronzen beelden van admiraal De Ruyter en Willem de Zwijger. Een catalogus kon door nalatigheid niet geleverd worden en de secretaris van het Nederlandse organisatiecomité pleegde zelfmoord. Op de erelijst van de Great Exhibition eindigde Nederland, samen met het Vaticaan, op de laatste plaats.

De Vereeniging voor Volksvlijt

Na zijn bezoek aan Crystal Palace nam Sarphati in 1852 het initiatief tot oprichting van de Vereeniging voor Volksvlijt met als doel de nijverheid te bevorderen door middel van het organiseren van tentoonstellingen. De vereniging kwam met een eigen periodiek, ‘De Volksvlijt’, organiseerde lezingen en druk bezochte tentoonstellingen in de handelsschool en later in gebouw ‘Apollo’ bij de Hoge Sluis. In 1853 wist de vereniging Koning Willem III als beschermheer voor een op te richten Paleis voor Volksvlijt aan zich te binden. Na een positieve reactie van de Gemeenteraad op een pleidooi voor een permanent tentoonstellingsgebouw werd in 1855 de n.v. Paleis voor Volksvlijt opgericht.

Terug naar "Het Paleis voor Volksvlijt"