De bouw van het Paleis voor Volksvlijt

De zeventiende-eeuwse stadsmuur van Amsterdam had oorspronkelijk acht poorten. Ter hoogte van het huidige Frederiksplein stond rond het midden van de vorige eeuw de sterk in verval geraakte Utrechtse poort. Deze was tussen 1658 en 1664 gebouwd. Het terrein bij de poort werd gebruikt als ‘drilveld’ (exercitieterrein), er stonden cavaleriekazernes en een militair hospitaal. Daarnaast werd er bij de poort een ossen- en een varkensmarkt gehouden. Op dit gebied liet de Vereniging het oog vallen voor de bouw van het Paleis voor Volksvlijt.

Tegenwerking

Al in 1855 besloot de gemeenteraad de gronden rond de Utrechtse poort aan de Vereeniging voor Volksvlijt toe te wijzen, maar het zou nog jaren duren voor de plannen ook konden worden verwezenlijkt. Winkeliers in de omgeving kwamen in verzet en de Vereeniging kreeg vooral veel te stellen met het Ministerie van Oorlog. Er moest een nieuwe, geschikte plaats gevonden worden voor de militaire gebouwen en pas in 1861 werd hierover een akkoord gesloten. De kazernes verhuisden uiteindelijk naar het Muider bolwerk. Ook de nabij gelegen molen de Bul viel ten offer aan de bouwplannen. Een grote tegenstrever van Sarphati was Mr. James John Teding van Berkhout, de antirevolutionaire wethouder van publieke werken in de jaren 1856-1866. ‘Treuzel van Berkhout’ lag voortdurend dwars en er bestond bijna een persoonlijke animositeit tussen de heren.

Cornelis Outshoorn

De opdracht voor het ontwerpen van het Paleis voor Volksvlijt werd gegund aan Cornelis Outshoorn (1810-1875). Hij kreeg waarschijnlijk de opdracht omdat hij ervaring had met ijzeren constructies. Outshoorn was aanvankelijk werkzaam als ingenieur bij de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij; later ontwierp hij ook gebouwen. Op zijn naam staan het Koninklijk postkantoor in Amsterdam, sociëteit De Witte in Den Haag, museum Fodor en het Amstel Hotel. Zijn belangrijkste ontwerp zou het Paleis voor Volksvlijt worden, waarbij hij zich liet inspireren door de functionele bouwstijl van Crystal Palace. Outshoorn voegde daar veel ornamenten, koepels en torentjes aan toe.

De eerste paal

Op 7 september 1858 werd in aanwezigheid van Koning Willem III en zijn zoons de eerste paal geslagen. In het Amsterdamse Stadsarchief wordt een loden koker bewaard, die in 1961 op het Frederiksplein tijdens graafwerkzaamheden werd aangetroffen. In de koker bevindt zich een oorkonde met de handtekeningen van de belangrijkste aanwezigen, waaronder die van Koning Willem III en Sarphati. Een half jaar later werd de eerste gietijzeren kolom geplaatst; de aanbesteding was gegund aan de firma Cycloop IJzerwerk van Van Heel & Holzmann.

De koepel

Een beeld van Victoria met toorts bekroonde de koepel van het Paleis voor Volksvlijt. Het werd gemaakt door de Belgische beeldhouwer Jean Joseph Jacquet (1822-1898) en werd op 3 september 1863 op het gebouw geplaatst. De koepel van het Paleis voor Volksvlijt mat 21 bij 13 meter en was op vele plaatsen in de stad al van verre zichtbaar. Amsterdam was een markant gebouw rijker en er werd dan ook al reikhalzend uitgekeken naar de opening op 16 augustus 1864.