Het Maagdenhuis bezet (1969-2015)

Op 7 oktober 1953 kwam het Maagdenhuis voor 2.250.000 gulden in handen van de Nationale Handelsbank. De architecten E.H. en H.M. Kraayvanger lieten de buitenzijde van het gebouw vrijwel ongemoeid; maar inwendig kreeg het gebouw een totaal nieuwe inrichting. De verbouwing was gereed in 1957, maar al in 1961 werd het kantoorpand - na een fusie van de Handelsbank met de Amrobank - verlaten. In dat jaar betrok de Universiteit van Amsterdam (UvA) het Maagdenhuis.

De nasleep van 1968

De onrust op de universiteiten begon in mei 1968, toen het protest tegen het gesloten onderwijssysteem en de autoritaire hoogleraren en bestuurders culmineerde in het uitroepen van de revolutie door Daniel Cohn-Bendit aan de universiteit van Nanterre en in relletjes en demonstraties aan de Sorbonne en de straten van Parijs. Deze kortstondige studentenrevolte kreeg een vervolg in de bezetting van de Tilburgse Universiteit, die tijdelijk tot Karl Marx Universiteit werd omgedoopt. Ook aan de Universiteit van Amsterdam klonk de roep om ‘medebeslissingsrecht in alle geledingen’. De studenten hadden zich hier georganiseerd in de in 1963 opgerichte Nederlandse Studenten Vakbeweging (SVB) en de uit 1945 daterende Algemene Studenten Vereniging Amsterdam (ASVA). Onder druk van de eisen werd vertegenwoordigers van studentenorganisaties toegang verleend tot vergaderingen van het Universiteitsbestuur, maar inzage in de begroting werd niet toegestaan.

De actiegroep ‘Loze Kreet’

Rector Magnificus van de UvA was in die jaren de gematigd progressieve staatsrechtgeleerde prof. mr. A.D. Belinfante (1911-2000). Hij noemde de eis tot medebeslissingsrecht van de studenten in alle geledingen van het bestuur een ‘loze kreet’. Op 12 mei 1969 bezette de actiegroep ‘De loze kreet’ zijn werkvertrek in het Maagdenhuis. Belinfante liet de bezetters door de politie uit het gebouw zetten. De volgende dag werd de aula van de universiteit, de Lutherse Kerk aan het Singel, bezet.

De bezetting van het Maagdenhuis

In de avond van 16 mei 1969 wist een kleine groep studenten vanuit de naastgelegen Lutherse Kerk door te dringen tot het Maagdenhuis. De legende wil dat een werkster een raam aan de achterkant niet goed had afgesloten, maar ook de bewaking van de firma Hoogenboom (twee man) bleek onvoldoende om de bezetters, gewapend met glassnijders, tegen te houden. Al snel werden nieuwe bezetters met matrassen toegelaten. Voordat de politie een cordon om het Maagdenhuis had gelegd waren al velen het pand binnengedrongen. Een uitschuifbare ladder tussen een raam van een werkkamer in het Maagdenhuis en de aula aan de andere kant van de Handboogstraat deed dienst als luchtbrug waarover nieuwe bezetters, voedsel, drank, shag, maandverband, anti-conceptiepillen, strips en matrassen naar het bezette pand getransporteerd werden. Drie solidaire bouwvakkers van IBB Condor uit Sloterdijk, op bezoek na een kadervergadering van de CPN, monteerden een leuning aan de brug, die werd vernoemd naar de Vietnamese communistische leider: de ‘Ho Chi Minh brug’. De UvA zelf werd omgedoopt tot ‘Domela Nieuwenhuis universiteit’.

De bezetters

Niet alleen studenten hadden bezit genomen van het Maagdenhuis. Uit solidariteit hadden zich ook wetenschappelijk medewerkers, werkende jongeren, scholieren en intellectuelen (Harry Mulisch, Peter Schat) onder de bezetters gemengd. Deze solidariteit met de bezetters werd vooral georganiseerd door de CPN en de communistische partijkrant De Waarheid, die inzamelingen hielden in de volkswijken van Amsterdam. Belangrijke bezetters en woordvoerders waren de studentenactivist en voormalig voorzitter van de socialistische studentenvereniging ‘Politeia’ Ton Regtien (zie afbeelding) (1938-1989) en oud-voorzitter van de ASVA en later Midden-Oostendeskundige Bertus Hendriks. Tijdens de Maagdenhuisbezetting werd tot diep in de nacht gediscussieerd over de organisatie van de bezetting en over het onderwijssysteem. De regel werd gehanteerd dat iedereen mocht uitpraten, hetgeen de vergaderingen een ‘eindeloos’ karakter gaven.

De snuffeldienst

Direct nadat het Maagdenhuis door de studenten in bezit was genomen, kwam de ‘snuffeldienst’ in actie. De bezetters gingen op zoek naar geheime documenten van het universiteitsbestuur. Deze werden via de huisdrukkerij openbaar gemaakt. Voormalig provo-activist en drukker Rob Stolk (1946-2001) nam de leiding in het openbaar maken van onder meer een geheim plan van het presidium tot reorganisatie van het centrale bestuur (inclusief een herziene begroting), aanbevelingen van het bestuur om tot een vorm van inspraak voor studenten te komen, die geen doorslag zou geven in het bestuur van de universiteit en belangrijke bezuinigingsvoorstellen voor 1970.

Streetfighting man

Het Maagdenhuis kreeg ook een piratenzender – ‘De Vrije Maagd’ – die nieuws over de bezetting uitzond en de rubriek “Nee, nee, nee ANP”, waarin de landelijke berichtgeving over de actie op de hak werd genomen. Ook werden fictieve reclameboodschappen de ether in gezonden over opvouwbare luchtbruggen en gepantserde borstrokjes. Tussen de berichten door klonken The Rolling Stones met ‘I can’t get no satisfaction’ en vooral ‘Streetfighting Man’, dé favoriete hit van de bezetters.

De ontruiming

De angst bij de overheid voor deze ‘Streetfighting Man’ gaf de doorslag en leidde tot de inval van de politie. Een delegatie van de studenten was in onderhandeling met Belinfante, burgemeester Samkalden en bemiddelaar Ed van Tijn. Maar in de omgeving van het Maagdenhuis werden protestmarsen gehouden uit solidariteit met de bezetters en er braken ook relletjes uit. Het cordon sloot zich nog nauwer rond het pand; een traangasgranaat van de politie raakte de ‘Ho Chi Minh’ brug, die in de Handboogstraat stortte. De studenten besloten de bezetting op te geven en zich via geweldloos verzet door de politie uit het pand te laten verwijderen. Op woensdag 9 uur werd de deur opengezet en betrad de politie het gebouw om de studenten een voor een naar buiten te slepen, hetgeen niet al te zachtzinnig gebeurde.

Latere bezettingen

De Maagdenhuisbezetting had wel tot gevolg dat er meer aandacht kwam voor de democratisering op de universiteit. Minister Gerard Veringa diende in 1970 de Wet op de Universitaire Bestuurshervorming in en het parlement nam in 1972 de Wet op het Universitair Bestuur (WUB) aan. De bevoegdheden van studentenraden werden hierin geregeld. In 1978 wilde men wijzigingen doorvoeren in de WUB, hetgeen tot twee nieuwe Maagdenhuisbezettingen dat jaar zou leiden. Ook in 1980, 1986, 1990, 1993, 1996 en 2005 werd het gebouw om verschillende redenen bezet. De laatste bezetting was in 2015 uit onvrede over de verkoop van het Bungehuis aan het vastgoedbedrijf Aedes Real Estate. Nadat eerst het Bungehuis bezet en ontruimd was, werd vervolgens het Maagdenhuis bezet en kwamen eisen op tafel t.a.v. de democratische verkiezing van het Universiteitsbestuur en investeringen in kwaliteit in plaats van (economisch) rendement. De belangrijkste bezetting - na die van 1969 - zou leiden tot het aftreden van Louise Gunning, voorzitter van het College van Bestuur.