Korsjespoortsteeg

Multatuli heeft tot vlak voor zijn dood in de veronderstelling geleefd dat hij geboren was aan de Haarlemmerdijk. Toen hij in de jaren ’80 van de 19de eeuw via Jan Zürcher (1851-1905), met wie hij correspondentieschaak speelde, vernam dat deze op het stadhuis ontdekt had dat hij in de Korsjespoortsteeg geboren was en niet op de Haarlemmerdijk, was hij onaangenaam verrast. Een steeg!

De steeg

Het geboortehuis van Eduard Douwes Dekker is Korsjespoortsteeg nummer 20, in die dagen nummer 10. De Korsjespoort was een van de vijf Middeleeuwse stadspoorten en genoemd naar Corsgen Tijmensz. Hij woonde aan het eind van de 15de eeuw in die poort en was – naar men vermoedt – poortwachter. Deze poort stond weliswaar in de omgeving van de huidige steeg, maar verleende er niet de naam aan. De brug over het Singel heette namelijk de Corsjesbrug en werd in de volksmond ‘Corsjespoort’ genoemd. Deze brug was vernoemd naar de houthandelaar Corsgen Jacobsz. Hij had in de 15de eeuw een boomgaard aan het Singel. De steeg is dus naar de houthandelaar en de brug genoemd.

Douwes Dekker

De vader van Eduard werd op 19 februari 1804 gedoopt en in het doopregister werd de naam ‘Engel Douwes’ genoteerd. De moeder van Engel heette Engeltje Dekker. Bij de invoering van de burgerlijke stand in 1811 tijdens het Napoleontisch bewind werden de familienamen officieel vastgelegd. Voor Engel werd als achternaam niet ‘Douwes’, maar ‘Dekker’ vastgelegd. De kinderen van Engel hadden echter allen de achternaam ‘Douwes Dekker’. Dat was eigenlijk niet hun officiële achternaam, want daartoe had Engel een verzoekschrift bij de koning moeten indienen. De trouwacte van Eduard en Mimi uit 1875 vermeldt dan ook: “Eduard Dekker zich noemende en schrijvende Douwes Dekker”. Uiteindelijk zou jaren later Kornelis, de zoon van Eduards broer Pieter, een rekest indienen om de naam te wijzigen.

Engel en Sietske

Engel Dekker (1787-1850) volgde een opleiding aan de Kweekschool voor de Zeevaart en vestigde zich tijdens het Franse bewind op Ameland. Napoleon had het Continentaal Stelsel (1806-1814) ingevoerd tijdens zijn economische oorlog tegen de Britten. Elke handel met het Verenigd Koninkrijk was verboden en een leger douaniers moest daarop toezien. Engel schijnt op Ameland betrokken te zijn geweest bij het smokkelen van goederen naar onder meer Helgoland en bij vechtpartijen met Franse douaniers. Na de Franse overheersing werd hij zeekapitein in Britse dienst. In 1808 was hij op Ameland getrouwd met Sietske Eeltjes Klijn (1782-1846). In 1817 vertrokken Engel en Sietske met drie kinderen van Hollum naar Amsterdam.

Het gezin Douwes Dekker

Toen Eduard in 1820 werd geboren, huurde het gezin de etage bovenin het pand op nummer 10. Op de etage onder hen woonde de weduwe Truitje Gozenberg, een naaister, en in de kelderetage een sjouwerman. In de loop van de negentiende eeuw is het pand met een verdieping verhoogd. Behalve Eduard hadden Engel en Sietske nog drie kinderen: Catharina, doorgaans Kaatje genoemd, (geboren 1809) was de oudste, daarna volgden Pieter (1812) en Jan (1816). Zij werden allen op Ameland geboren. In 1818 schonk Sietske nog het leven aan Antje, maar dat zusje stierf al na 12 dagen. Na Eduard werd in 1823 nog een broertje geboren: Willem.

Museum

In het geboortehuis van Eduard Douwes Dekker is thans het Multatuli Huis gevestigd. De Stichting Multatuli Huis heeft als taak het gedachtegoed van de auteur onder de aandacht te brengen van het publiek en beheert in het pand een kenniscentrum met een studieruimte. Het museum stelt de persoonlijke bezittingen van de auteur ten toon: zijn bureau, zijn boekenverzameling, een pendule en de sofa waarop hij gestorven is in Nieder-Ingelheim. Daarnaast bewaart het museum foto’s, artikelen, brochures en een paar borstbeelden van de auteur.

Borstbeeld

In Idee 247 herinnert Multatuli zich een droom, waarin hij als borstbeeld logeerde in een museum van grote mannen. Moeder Sietske bezoekt haar zoon in dat museum en spreekt tot hem: “Arme jongen, wat heb je toch gedaan! Heb ik je daartoe opgebracht!”