Het leven van Multatuli

Multatuli was het pseudoniem van de 19de-eeuwse schrijver Eduard Douwes Dekker (1820-1887). In de canon van de Nederlandse letterkunde, samengesteld door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, in 2002 is hij vertegenwoordigd met ‘Max Havelaar’, ‘Woutertje Pieterse’ en de ‘Ideeën.’ Douwes Dekker werd geboren in Amsterdam.

De jonge jaren van Eduard Douwes Dekker

Eduard Douwes Dekker zag op 2 maart het levenslicht in de Korsjespoortsteeg en groeide op aan de Haarlemmerdijk. Zijn vader was scheepskapitein. Het gezin behoorde tot de doopsgezinde gemeente. De jonge Eduard volgde de Franse school en daarna de Latijnse school aan het Singel. Alles leek erop te wijzen dat hij predikant zou worden, maar na twee jaar verliet hij de school zonder diploma. De exacte reden is onbekend, maar een tegendraads karakter, eigenzinnige opvattingen en toenemende twijfel aan het geloof zullen een belangrijke rol gespeeld hebben. Eduard werkte vervolgens van 1835 tot 1838 als jongste bediende bij een textielfirma. Op 23 september 1838 vertrok hij als lichtmatroos op het vrachtschip de ‘Dorothea’, waarvan zijn vader de kapitein was, naar Nederlands-Indië.

Sumatra

Op 12 oktober 1842 werd Douwes Dekker benoemd tot controleur in de provincie Natal aan de westkust van Sumatra. Hij raakte er in conflict met de plaatselijke gouverneur, generaal Andreas Victor Michiels (1797-1849), nadat er een kastekort in zijn district werd ontdekt, dat mogelijk al ontstaan was tijdens het bestuur van Douwes Dekkers voorganger. Michiels, in de ‘Max Havelaar’ later opgevoerd als ‘generaal Vandamme’, schorste zijn bestuursambtenaar, toen bleek dat hij ook niet bij was met zijn administratie. Hoewel een gerechtelijk onderzoek Michiels naderhand in het ongelijk stelde, werd de jonge bestuursambtenaar op wachtgeld gezet en in september 1844 overgeplaatst naar Java. Daar breken betere tijden aan, want niet lang erna ontmoette hij een jonge baronesse.

Tine

Op 10 april 1846 trouwde Eduard met barones Everdine Huberte van Wijnbergen (1819-1874) in Tjiandjoer op Java. Hoewel de adellijke titel niet officieel geregistreerd stond, was haar vader baron. Haar ouders overleden toen zij nog klein was. Eduard en Tine zouden twee kinderen krijgen: Edu en Nonnie. Het huwelijksleven is voor Tine zwaar geweest; enerzijds door de periodes waarin er niet of nauwelijks geld was, anderzijds door Eduards nonchalante omgang met de huwelijkse trouw.

Lebak

Douwes Dekker bekleedde na het echec op Sumatra bestuursfuncties op Java, Celebes en Ambon. Van 1852 tot 1855 was hij wegens gezondheidsredenen met verlof in Nederland. Eind 1855 keerde hij terug naar Batavia, waar hij werd benoemd tot assistent-resident van Lebak, een regentschap in de provincie Bantam (Banten) op Java. Raden Adipati Karta Nata Negara was de regent van Lebak. Deze regent en de dorpshoofden van Lebak bleken de inlandse bevolking ernstig te onderdrukken. Zij moesten kippen en buffels leveren en zonder vergoeding werk verrichten. Douwes Dekker kreeg ook sterke aanwijzingen dat zijn voorganger, Charles Carolus, geen natuurlijke dood gestorven was, maar mogelijk was vergiftigd. Dekkers directe chef, resident Rutger Brest van Kempen (1815-1864), schreef de knevelarijen toe aan de eeuwenoude traditie op Java, de adat, en maande hem tot terughoudendheid. In de veronderstelling dat de misstanden aan het daglicht moesten worden gesteld, passeerde Douwes Dekker Brest van Kempen en diende een aanklacht in tegen Karta Nata Negara bij Albertus Jacobus Duymaer van Twist (1809-1887) (afb.), de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, die op het punt stond terug te keren naar Nederland. Deze was zeer ontstemd over de beschuldigingen tegen de adipati en de houding van de assistent-resident. Hij plaatste hem over naar Ngawie en weigerde Douwes Dekker te woord te staan. Daarop vroeg en kreeg Douwes Dekker ontslag.

Max Havelaar

En zo keerden Eduard en Tine berooid terug naar Europa. In 1859 schreef Douwes Dekker ‘Max Havelaar; of De koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij’, op een zolderkamertje in Brussel. Hij koos voor het pseudoniem Multatuli (Latijn voor ik heb veel – leed - gedragen). De roman, gebaseerd op zijn ervaringen in Indië, is een parodie op de Hollandse handelsgeest en een aanklacht tegen de behandeling van de bevolking, eindigend in de oproep aan Koning Willem III of het zijn wil is dat “daar ginds Uwe meer dan Dertig miljoenen onderdanen worden mishandeld en uitgezogen in Uwen naam?” Belangrijke personages uit de Max Havelaar zijn onder meer: Batavus Droogstoppel, de karikaturale Hollandse zakenman, Slijmering, de sloom sprekende resident, waarvoor Brest van Kempen model gestaan heeft en natuurlijk Douwes Dekker zelf als Max Havelaar, als Sjaalman, die in de raamvertelling van de roman een bundel verhandelingen (het ‘pak van Sjaalman’) bij Droogstoppel bezorgt om ze tot een boek te laten ordenen en als Multatuli, als hij aan het eind van de roman zijn oproep doet aan Willem III. Inzet van Multatuli was de waarheid aan het licht te brengen en niet zozeer het schrijven van literatuur.

Jacob van Lennep

Het manuscript van de ‘Max Havelaar’ stuurde hij naar zijn broer Jan en via hem kwam de tekst eind november 1859 in handen van Jacob van Lennep (1802-1868), een auteur van naam, die al vaker tekstedities had bezorgd. Van Lennep was overdonderd door hetgeen hij las. Hij wilde het uitgeven, maar verzocht Douwes Dekker om een overdracht van de rechten op de kopij en een bewijs daarvan. De wens om zijn geschrift te publiceren en daarmee wat geld te verdienen was bij Dekker zo groot dat hij Van Lennep het kopijrecht afstond. Deze paste passages aan, die aanstoot zouden geven. In een oplage van 1300 exemplaren kwam de geredigeerde tekst als boek uit en ondanks de ingrepen werd de ‘Max Havelaar’ een succes in Nederland. Uiteindelijk leidde de kwestie van kopijrechten en de weigering om een voor het volk betaalbare uitgave op de markt te brengen tot een conflict en een rechtszaak in 1860 tussen Van Lennep en Douwes Dekker. Laatstgenoemde verloor het proces, maar had het geluk dat de rechten op het werk in 1874 in handen kwamen van G.L. Funke, een uitgever die ook de rechten op ander werk van Multatuli bezat.

Ideeën

Naast de ‘Max Havelaar’ vormen de ‘Ideeën’ de kern van het werk van Multatuli. De in totaal 1282 ‘Ideeën’ verschenen in zeven bundels tussen 1862 en 1877. Het zijn aforismen, opinies, kleine essays, kritieken, mededelingen, herinneringen, parabelen en opmerkingen, een complete roman - het tot op zekere hoogte autobiografische ‘Woutertje Pieterse’ - en het toneelstuk ‘Vorstenschool’. Aanvankelijk werden de ‘Ideeën’ uitgegeven door R.C. Meijer, die later de kopijrechten verkocht aan G.L. Funke. De Ideeën, en ook de ‘Minnebrieven’ (1862) werden door een groeiende schare ‘fans’ gelezen en die waren vooral van het vrouwelijk geslacht. Multatuli kreeg veel schriftelijke respons van hen; een van deze dames wist met haar reactie de auteur tot buitengewone aandacht te prikkelen: Mimi Hamminck Schepel (1839-1930).

Mimi

Via haar vriendin, de vrijdenkster en voorvechtster voor de vrouwenemancipatie Marie Anderson (1842-1912), was Mimi in contact gekomen met het werk van Multatuli. De briefwisseling leidde tot een relatie met Douwes Dekker. De geliefden woonden afwisselend in Duitsland en in Nederland. In Den Haag vormden ze met Tine zelfs nog enige tijd een ménage à trois. Die periode leidde echter tot de definitieve verwijdering tussen Eduard en Tine. Laatstgenoemde trok naar Italië, waar zij in 1874 in Venetië overleed. Mimi en Eduard vestigden zich aanvankelijk in Wiesbaden en later in Nieder-Ingelheim. Zij huwden na de dood van Tine.

De laatste jaren van Eduard Douwes Dekker

Ook de laatste jaren van Eduard Douwes Dekker werden gekenmerkt door periodes van geldgebrek. Dit werd mede veroorzaakt door zijn gokverslaving. Douwes Dekker was een frequent bezoeker van het casino van Wiesbaden. Een beschrijving van de speelbank en haar bezoekers is te vinden in ‘Miljoenen-studiën’ (1873). Dekker had zelfs een heel systeem opgezet om te winnen met roulette; het mocht evenwel niet baten. In 1877 besloot hij met schrijven te stoppen; hij verzorgde alleen nog de correcties van de drukproeven van de herdrukken van zijn werk. Een zet in een partijtje correspondentieschaak is het laatste wat Eduard Douwes Dekker op papier zette. In 1887 overleed hij in zijn woning in Nieder-Ingelheim tijdens een aanval van astma. Hij was de eerste Nederlander die zich liet cremeren.