Haarlemmerdijk

Het gezin van kapitein Douwes Dekker verhuisde van de Korsjespoortsteeg naar de Binnen Brouwersstraat 15 (thans nr. 5), waar het jongste kind Willem werd geboren. Eduard woonde er van zijn 3de tot zijn 7de levensjaar en ook aan dit adres lijkt hij geen enkele herinnering opgeslagen te hebben, gezien het feit dat hij altijd in de veronderstelling verkeerd heeft aan de Haarlemmerdijk te zijn geboren. De Binnen Brouwersstraat vormt een verbinding tussen de Brouwersgracht en de Haarlemmerstraat.

Een burgerjongen op de Haarlemmerdijk

“Boven voor was de kamer van mijn broeder en boven de zijkamer, een klein kamertje van de kinderen. Daar hadden wij een tafeltje, drie of vier tabouretjes, een boekenkastje en eenige plaatjes aan den muur”, schreef Eduard aan Tine op 5-8 november 1845. Eigenlijk was het pand Haarlemmerdijk 94 (thans nr. 28) kleiner dan dat in de Korsjespoortsteeg en ook dan het pand aan de Binnen Brouwersstraat. Maar de woning was wel eigendom van Engel en Sietske Douwes Dekker. De Haarlemmerdijk gold als een keurige straat voor de bovenste laag van de middenklasse. Engel verdiende kennelijk een redelijk salaris als kapitein. Het gezin was geabonneerd op de Opregte Haarlemsche Courant, de oudste krant van het land en in politiek opzicht neutraal en onafhankelijk. Toch schaamde Eduard zich later, toen hij verkering kreeg met Tine – eigenlijk een barones –, voor zijn afkomst: “(..) thans schaam ik mij nog het te zeggen, dat ik een burgerjongen ben, die op de Haarlemmerdijk woonde.”

Doopsgezind

Eduard Douwes Dekker is, net als zijn broers en Catharina, opgenomen in het Kinderregister van de Verenigde Doopsgezinde gemeente. Zijn naam ontbreekt evenwel in het Ledenregister, omdat hij tussen 1832 en 1838 is gaan twijfelen aan het geloof en zich daarom niet liet dopen en geen belijdenis heeft afgelegd. De vele Bijbelcitaten in het werk van Multatuli wijzen op zijn kerkelijke opvoeding. De doopsgezinden kwamen samen in de Singelkerk. Eduard volgde catechisatie bij Abraham Doyer (1794-1851), die daar vanaf 1828 predikant was. Doyer legde ook huisbezoeken af in gezelschap van de diakenen. Hij deed dat om de onderlinge band te versterken binnen de gemeente. Onder zijn voorganger Jan ter Borg (1782-1847) was namelijk grote onrust onder de doopsgezinden in Amsterdam ontstaan, toen Ter Borg onder invloed kwam van de internationale opwekkingsbeweging het Réveil, die terug wilde keren naar een geloof op basis van het gevoel en niet op basis van het rationele Verlichtingsdenken.

Pieter

Eduards oudste broer, Pieter (1812-1861), was na een opleiding aan de Latijnse school en een studie theologie dominee geworden. Hij was voorganger te Woudsend, maar woonde in Eduards jonge jaren nog bij zijn ouders thuis aan de Haarlemmerdijk. Hij werd door de ouders belast met de opvoeding van de recalcitrante Eduard, met wie het op school niet goed ging. In ‘Woutertje Pieterse’ doet zich een zelfde situatie voor: Wouter wordt opgevoed door zijn oudere broer Stoffel. Alleen is deze geen dominee, maar onderwijzer. Enige overeenkomst is er wel en wellicht heeft Multatuli enig gram willen halen; maar de verhouding tussen Eduard en Pieter was aanmerkelijk beter dan die tussen Wouter en Stoffel. Multatuli zelf wees overigens dergelijke interpretaties van ‘Woutertje Pieterse’ van de hand.

Catharina

Catharina (1809-1849) nam bij ziekte van Sietske de moederrol over. Zij trouwde in 1832 met de Amelandse kapitein ter koopvaardij Cornelis Abrahamsz. (1802-1879). In 1839 verhuisden zij naar Middelburg. Kaatje was zeer gelovig en maakte zich ernstig zorgen over haar broer Eduard. Hun dochter Sietske Abrahamsz. (1842-1912) zou later nog een belangrijke rol spelen als ‘Fancy’ in de ‘Minnebrieven’, want oom Eduard voelde zich “door het vurig gestel van Siet zeer aangetrokken”.

Jan

Jan Douwes Dekker (1816-1864) zou net als Eduard nooit belijdenis doen. Hij werd zelfs geroyeerd door de doopsgezinde gemeente. De reden is niet geheel duidelijk. In latere jaren had hij contact met vrijdenkers. Jan bezocht evenals Eduard de Latijnse school. Op broer Jan was Eduard het meest gesteld. Jan zou net als zijn vader scheepskapitein worden en later actief zijn in de tabaksteelt op Java.

Willem

Ook Willem Douwes Dekker (1823-1840) vertrok naar zee, maar de jongste broer van Eduard verdronk voor de kust van Ierland. Hij was pas 17 jaar oud. Moeder Sietske was ontroostbaar en liet op de Haarlemmerdijk de kinderkamer en Willems klerenkast nog jaren onaangeroerd. Ook verzorgde zij nog steeds de geranium van Eduard, die naar het verre Indië was vertrokken.