Overgangsjaren 1905-1907

Na een kort verblijf bij zijn broers Louis en Carel aan de Ringvaart in de Watergraafsmeer betrok Piet Mondriaan op 22 februari de zolder van kunstenaarsvereniging Sint Lucas aan het Rembrandtplein. Het was een ruime zolder met een woongedeelte en een atelierruimte. Mondriaan richtte zijn nieuwe onderkomen op sobere wijze in met oude, maar doelmatige meubelen en een crucifix aan de muur, die zijn religieuze belangstelling accentueerde. Mondriaan was in deze jaren werkzaam als archivaris/bibliothecaris van Sint Lucas.

Inkomsten

Deze werkzaamheden waren mogelijk een (gedeeltelijke) compensatie voor de huur van de zolder. Daarnaast voorzag Mondriaan zich in deze periode van inkomsten door het geven van tekenlessen aan onder meer Ada Boogers, Agaath Zethraeus, de toneelspeler, regisseur, musicus en kunstschilder Louis Saalborn (foto) (1891-1957) en de echtgenote van de Leidse medicus en onderzoeker Van Calcar. Voor het medische onderzoek van Van Calcar maakte hij bacteriologische tekeningen. In 1905 maakte hij bij Arti et Amicitiae kennis met de kunstenaar Albert Hulshoff Pol (1883-1957). Mondriaan portretteerde de kinderen van diens oom, de officier van gezondheid D.J. Hulshoff Pol.

Sociaal leven

Het Rembrandtsplein bracht Mondriaan in aanraking met het uitgaansleven. De kunstenaar ging zich zwieriger kleden en liet zich op den duur ook verleiden tot een dansje. Dansen zou in zijn latere leven zelfs een favoriete tijdsbesteding van Mondriaan worden. Mondriaan stond altijd bekend als een gereserveerde man; verlovingen verbrak hij na korte tijd en er waren zelfs geruchten over homoseksualiteit. Sinds kort staan de vrouwen in het leven van Mondriaan volop in de belangstelling met een wetenschappelijke studie uit 2017 en zelfs een vrouwenkwartet, uitgegeven door het Haags Gemeentemuseum. Vriendinnen, modellen en kunstliefhebsters uit deze jaren waren: Maria Kievits, de apothekeres Anna Bruin, die werk van hem kocht, de pianiste van Sint Lucas, Mien Philippona en de reeds genoemde leerlinge Agaath Zethraeus (1872-1966). Met deze van oorsprong Zweedse schilderes is Piet enige tijd verloofd geweest.

Kunstwerken

In deze jaren onttrok Mondriaan zich vooralsnog aan invloeden van de moderne kunst. Het Gein was nog altijd een bron van inspiratie. Simon Maris portretteerde Mondriaan in dit natuurgebied, aan het werk op zijn met haringen vastgezette fiets, met een doek op het stuur gemonteerd. Mondriaan produceerde series schilderijen rond een bepaald thema, bijvoorbeeld de Oostzijdse molen die hij schilderde bij ondergaande zon, bij avond en bij nacht. Bomen aan het Gein werden geschilderd in daglicht, maar ook bij opkomende maan. Dit laatste nachtschilderij, evenals Zomernacht, zijn geïnspireerd door het werk van de romantische Duitse landschapsschilder Caspar David Friedrich (1774-1840). In 1907 schilderde Mondriaan een doek dat zijn nieuwe opvatting over het in beeld brengen van de natuur inluidde.

De rode wolk

‘De rode wolk’ uit 1907 breekt met de door Caspar David Friedrich bezielde avond- en nachtlandschappen. Naderhand, in 1942, zei Mondriaan in een interview over deze periode dat hij het idee had dat de kleuren uit de natuur eigenlijk niet konden worden weergegeven op een schilderij. Hij voelde instinctief dat de kunst een andere manier moest gaan zoeken om de schoonheid van de natuur tot uitdrukking te brengen. ‘De rode wolk’ heeft daarom geen natuurlijke, maar een ‘pure’ kleur. ‘De rode wolk’ zou pas in 1909 voor het eerst op een tentoonstelling te zien zijn voor het grote publiek.