De eerste jaren in Amsterdam; 1892-1899

Piet Mondriaan, de man die de abstracte schilderkunst van de 20ste eeuw zo ingrijpend zou beïnvloeden, was in 1892 nog een gelovige tiener die traditionele landschappen schilderde. In zijn eerste jaren in Amsterdam was de invloed van het protestantse milieu waaruit hij afkomstig was nog vrij groot. In 1893 deed Piet belijdenis voor de gereformeerde kerk. Toch was inschrijving aan de Rijksacademie zijn eigen keuze, want zijn vader had hem liever als tekenleraar voor de klas gezien.

In huis bij de familie Wormser

Vader Mondriaan had in Amsterdam welvarende protestantse kennissen bij wie Piet in huis kwam. Johan Adam Wormser jr. (1845-1916) had samen met zijn schoonvader een boekhandel en uitgeverij. Wormser was aanhanger van de Réveilbeweging van Abraham Kuyper. Het antirevolutionaire dagblad De Standaard werd gedrukt bij de uitgeverij van Wormser. Piet vond onderdak in de dependance van de boekhandel-uitgeverij in de Kalverstraat, op nummer 154. Daar woonden ook Henry en Jacobus, de zonen van Wormser, enkele winkelbedienden, dienstboden en een huishoudster. Henry was verantwoordelijk voor de winkel; Wormser zelf woonde aan het Singel. Piet Mondriaan zou tot 1895 in de Kalverstraat wonen. In dat jaar werd hem door Wormser de huur opgezegd. De verhouding met de hospes was bekoeld, omdat deze hem verdacht van theosofische aspiraties. Mondriaan zou echter pas in 1909 lid worden van de Theosofische Vereeniging.

De Rijksacademie van August Allebé

Directeur van de Rijksacademie van Beeldende Kunsten was sinds 1890: August Allebé (1838-1927). Onder zijn leiding studeerden aan de Rijksacademie tal van belangrijke illustratoren en kunstenaars als Johan Brakensiek, Jan Sluijters, Jan Veth, George Breitner en Jan Toorop. De nadruk in het onderricht lag op de traditionele schilder- en tekenkunst. Impressionisme, Van Gogh en zelfs de Haagse School vormden geen inspiratiebron voor de academie, waar de praktische tekenkunst onderwezen werd naar het voorbeeld van de oude meesters. Piet was een “ijverige leerling met aanleg” op de Rijksacademie van Beeldende Kunsten. Van professor Jan Six (1857-1926), de hoogleraar algemene kunstgeschiedenis, kreeg hij zelfs een 10 voor het onderdeel esthetica. Mondriaan zat van 1892 -1894 op de dagopleiding van de Rijksacademie en volgde daarna in 1894-1895 en 1896-1897 de avondopleiding van Carel L. Dake (1857-1918). Dake was kunstschilder, docent aan de Rijksacademie en voorzitter van Arti et Amicitiae, de vereniging van kunstenaars, waar Mondriaan zich in 1894 bij aansloot.

Kunstwerken

De eerste schilderijen van Piet Mondriaan sluiten aan bij de traditionele Hollandse schilderkunst, bijvoorbeeld de ‘Geschoten haas’, een werk uit 1891, nog voor zijn komst naar Amsterdam. In 1893 schilderde hij de dichtgevroren Singel in Amsterdam met de Lutherse kerk. In de omgeving van Amsterdam, vooral in het Gein, legde hij boerderijen en hooibergen vast op het doek. Ter voorbereiding op zijn examens schilderde hij stillevens. In mei 1895 huurde Mondriaan een zolderkamer boven een café aan de Ruysdaelstraat 75. Hij keek uit op de Koninklijke Waskaarsenfabriek aan de Boerenwetering, die hij tot onderwerp genomen heeft van een tekening en een schilderij. Aan de rand van de stad tekende hij de ‘Brug aan de Achterweg’ (nu Gillis van Ledenberchstraat).

Opdrachten en tekenlessen

Mondriaan moest in zijn onderhoud voorzien door in opdracht portretten te tekenen of te schilderen of tekenlessen te geven. De eerste jaren vond hij kopers en opdrachtgevers vooral in het gereformeerde milieu. Zo portretteerde Mondriaan de kinderen van tandarts Adriaan Biersteker en dominee Henricus Vredenrijk Hogerzeil (1839-1907). De dochters van de dominee kregen tekenles van hem evenals Geline Harrenstein (1876-1963). In 1899 maakte Mondriaan een plafondschildering in het pand Keizersgracht 806 in opdracht van de arts Abraham van de Velde. In hetzelfde jaar ontwierp hij ter herinnering aan de troonsbestijging van koningin Wilhelmina vier panelen voor de preekstoel van de Engelse Hervormde Kerk aan het Begijnhof. De panelen werden door beeldhouwer Lambertus Edema van der Tuuk (1872-1942) in hout uitgevoerd.