De Centrale Bibliotheek: het gebouw van buiten

Op 7 juli 2007 krijgt de Centrale Bibliotheek van de Openbare Bibliotheek Amsterdam een nieuwe huisvesting aan het Oosterdokseiland. Het spectaculaire gebouw is ontworpen door de architect Jo Coenen en het loont de moeite het gebouw zowel van buiten als van binnen eens nader te bekijken.

De architect

De architect van de Openbare Bibliotheek Amsterdam op het Oosterdokseiland is Jo Coenen. Geboren in 1949 in Heerlen en opgeleid aan de Technische Hogeschool (nu: Universiteit) Eindhoven heeft Jo Coenen zijn contacten en inspiraties vooral in Midden en Zuid-Europa opgedaan. Vanaf de jaren tachtig heeft Jo Coenen zijn gebouwen en projecten gerealiseerd. De Openbare Bibliotheek Amsterdam(OBA) op het Oosterdokseiland(ODE) is niet het eerste bibliotheekgebouw van zijn hand. De stadsbibliotheek Maastricht, onderdeel van het Centre Ceramique, is ook door Jo Coenen ontworpen. En het is dit gebouw, dat de keuze voor Jo Coenen als architect voor de OBA op het ODE, sterk beïnvloed heeft. De Amsterdamse bibliotheek is ook niet het eerste project in Amsterdam van Jo Coenen. Als architectonisch stedenbouwkundige is hij verantwoordelijk geweest voor het masterplan voor het KNSM-eiland in Amsterdam. Meer informatie over Jo Coenen en zijn werk vindt u elders in dit dossier. 

Het gebouw van buiten

Context is een sleutelwoord binnen het werk van Jo Coenen. Nieuw te bouwen werken moet passen binnen de omgeving. Dat betekent zeker niet dat het karakterloos moet zijn en niet mag opvallen. Het moet, om Jo Coenen zelf te citeren, “eenduidig, maar niet saai” zijn. Maar in het geval van een nieuw te maken ontwerp voor de Centrale Bibliotheek van de OBA is er nog geen sprake van een ‘omgeving’. Het Oosterdokseiland bestaat nog alleen op de ontwerptafel. En het bibliotheekgebouw is het eerste op te leveren gebouw binnen het project ODE. Jo Coenen moet dus anticiperen op die nog te bouwen context. En hij moet binnen het strakke stedenbouwkundige plan voor het Oosterdokseiland werken. Het is dan ook een geweldig wapenfeit dat goedkeuring is verkregen voor het doorbreken van de rooilijn. Het nieuwe bibliotheekgebouw steekt als enige van de nieuwe gebouwen naar voren uit. De bibliotheek is daarmee van verre zichtbaar en herkenbaar. Het volgebouwde Oosterdokseiland is letterlijk vol. Het is een dusdanige aaneenschakeling van gebouwen, met tussenstraatjes niet breder dan 8 meter, dat het een fors en compact straatbeeld vormt. Jo Coenen omschrijft dit geheel zelf als een “gerezen brood”. Om de woningen naaast de bibliotheek nog van daglicht te kunnen voorzien klapt de westgevel van de bibliotheek in het midden naar binnen. Dit accentueert de klassieke driedeling van het gebouw: plint, middendeel en top. De meest gebruikte materialen, zowel aan de buitenkant als binnen het gebouw zijn natuursteen, glas en hout. Natuursteen wordt in Europa vanouds gebruikt voor grote publieke gebouwen en publieke ruimtes en geeft gebouwen een voorname uitstraling. Bovendien past het geheel in het programma van eisen voor wat betreft duurzaamheid van het gebouw. Het onderste deel van het gebouw, de plint, is grotendeels transparant gehouden, wat de openbaarheid van het gebouw benadrukt.