Centrale Bibliotheek: het gebouw van binnen

Licht en open zijn de steekwoorden om het gebouw te omschrijven. De ruimtelijke werking van het gebouw is één van de sterke punten van het ontwerp van Jo Coenen. Een ander belangrijk element van het gebouw is duurzaamheid.

Het gebouw van binnen

De diverse ruimtes zijn zo open en overzichtelijk door bv. het gebruik van kolommen zoveel mogelijk te beperken. Ook zijn alle leidingen niet, zoals gebruikelijk is, aan de plafondkant te vinden, maar in verhoogde vloeren aangebracht. En de oplossingen, die gevonden zijn voor de noodzakelijke luchtbehandeling en vluchtwegen zijn zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken. Een bijkomend voordeel van dergelijke open vloeren is dat de ruimtes makkelijk zijn aan te passen aan veranderend gebruik. Jo Coenen heeft ernaar gestreefd om het daglicht zover mogelijk het gebouw binnen te halen; aan de buitenkant door welvingen en insnijdingen van gevels en aan de binnenkant door het gebruik en de plaats van vides. En daar waar het daglicht niet kan komen zijn bv. de roltrappen als lichtobject geplaatst. De klassieke architectonische driedeling van het gebouw komt terug in het soort gebruik van de diverse ruimtes. De transparante onderkant is voor het snelle, vluchtige en vooral publieke gebruik, zoals de hal, informatiebalies en roltrappen. Het middenstuk is vooral bedoeld voor concentratie en contemplatie. Hier bevinden zich de collecties materialen. De top, waar het restaurant en het theater zich bevinden, heeft weer een meer publiek karakter, bestemd voor ontmoeting en ontspanning. 

Duurzaamheid

Het bibliotheekgebouw voldoet aan vele eisen van duurzaamheid. Zo is er gekozen voor een collectieve, voor het gehele Oosterdokseiland werkzame, energievoorziening voor warmte en koude via een LTEO, een Lange Termijn Energie Opslagsysteem. Hierbij worden alle gebouwen voorzien van energie via warmtepompen in combinatie met bodemopslag. Waar niet helemaal aan de vraag kan worden voldaan, de laatste 5 à 10% van de energievraag, wordt een ketel ingezet, die gestookt wordt op bio-olie. Dit geheel levert 65% minder CO2-uitstoot dan conventionele installaties. Ook is het dak voorzien van zonnepanelen en is zoveel mogelijk hout met FSC-keurmerk verwerkt. Andere maatregelen zijn o.a.: zonnecellen op vele ramen, ledverlichting op de boekenkasten, sensoren voor een groot aantal lampen, zodat zij pas gaan branden zodra er iemand in de buurt is en roltrappen, die na 30 seconden niet gebruikt te zijn op halve stand draaien. Op 28 november 2008 won de Centrale Bibliotheek de prijs voor het meest duurzame, publiek toegankelijke gebouw van Amsterdam. 

Bijdrage van kunstenaars

Onderdeel van het ontwerp voor de nieuwe bibliotheek is het inplannen van bijdragen van kunstenaars en vormgevers voor bepaalde aangewezen plekken. In de hal zijn twee kunstwerken zichtbaar: het glazen kleurpaneel onder de roltrappen van kunstenaar Peter Zimmerman en het vilten kunstwerk links aan de muur in de entreehal van Claudy Jongstra. Op -1 is een handgeknoopte wand te vinden van Neeltje van Westenend, waarachter zich de, ook de door haar ontworpen, toiletgroep bevindt. Deze is opgebouwd uit opaal glazen wanden met led-verlichting. De gehele, 8 verdiepingen tellende, achterwand van de liftschacht van twee liften is het kunstwerk van de hand van Martijn Sandberg. Daarnaast zijn de studiecellen op de 6e etage vormgegeven door NAT Architecten.