Kroegen voor schrijvers, dichters en kunstenaars

“Maar natuurlijk stonden er hier gedichten op luciferdoosjes, er stonden ook overal boeken op de rand van de houten lambrizering en zelfs tussen de drankflessen op de glazen rekken voor de spiegel achter de tapkast. Het was immers een Literair Café?”, een beschrijving van Literair Café De Engelbewaarder door Peter Andriesse in ‘Moord in de Engelbewaarder’. De beschrijving mondt uit in de vondst van een dode vrouw op het toilet. De Engelbewaarder is een van de cafés die vooral door schrijvers, dichters en kunstenaars bezocht werden en worden.

Literair Café De Engelbewaarder

De naam van dit literair café werd ontleend aan een roman van Willem Frederik Hermans - ‘Herinneringen van een engelbewaarder’ – die werd gepubliceerd in het jaar van oprichting van het etablissement: 1971. Oprichters waren twee middelbare scholieren: Bas Lubberhuizen en Jan in ’t Hout (1944-1990). Het oprichtingskapitaal werd door klanten bijeengebracht. In 1975 begon men op initiatief van Thijs Wierema met de uitgave van het Literaire Kwartaalschrift ‘De Engelbewaarder’: monografieën over bekende auteurs, maar vaak ook over totaal vergeten schrijvers. De Engelbewaarder organiseerde lezingen, poëziemiddagen, boekenveilingen, tentoonstellingen, maar ook een schaakvierkamp tussen de grootmeesters Jan Hein Donner, Hans Ree, Jan Timman en Genna Sosonko en zelfs een wereldkampioenschap flipperen. De vaste klanten kwamen vooral uit de literaire en culturele wereld, maar ook redactieleden van Vrij Nederland en Propria Cures waren geregeld in De Engelbewaarder te vinden.

Jazz in de Engelbewaarder

In 1972 vatten Igor Cornelissen, journalist bij Vrij Nederland, en tekenaar-cartoonist Frits Müller hun oude liefde voor de jazz op. Zij formeerden een jazzband die voor het eerst optrad op de 1 mei bijeenkomst van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) in de Brakke Grond. ‘Igoriginal Hotshots’ werd het huisorkest van De Engelbewaarder. Ze speelden in wisselende samenstelling. De belangrijkste bandleden door de jaren heen waren: Igor Cornelissen op trompet, Frits Müller op saxofoon, journalist Henk Strabbing op trombone, bankdirecteur Nico Luiks op piano, Jack van Harten op bas en Lex Lammen op drums. In de loop der jaren wisten ze een vaste schare liefhebbers naar hun jazz-avonden te lokken. De optredens liepen vaak uit tot twee uur ’s nachts, of nog later, als Frits Müller het op zijn heupen kreeg en nog een solo-optreden verzorgde. De jazz-traditie wordt nog steeds voortgezet met optredens op zondagmiddag van het combo van Jacko Schoonderwoerd, Victor de Boo en Leo Bouwmeester.

Café Welling

Café Welling aan de Jan Willem Brouwersstaat 2, achter het Concertgebouw, was de bar waar de Vijftigers bijeenkwamen. Dichter Gerrit Kouwenaar woonde zelfs geruime tijd op de derde etage boven het café. Hendricus Bernardus Gradus Welling (1902-1978) nam in 1949 café Modern, dat later ook bekend stond onder de naam ‘Het Hoekje’, over van P.P. van der Weide. Pas naderhand werd Het Hoekje naar de nieuwe eigenaar genoemd. Café Welling trok vooral kunstenaars, intellectuelen, dichters, studenten en orkestleden aan.

Omstreden kroegbaas

Welling was enigszins omstreden. Er gingen geruchten over een oorlogsverleden bij de Nationaal Socialistische Bond (NSB) in Arnhem. Van een partijlidmaatschap is evenwel geen sprake geweest, maar Welling had als hoofd van de voedselvoorziening, na de evacuatie van de Arnhemse bevolking, wel degelijk connecties met de Duitsers. In 1957 verliet hij zijn gezin voor barjuffrouw Froukje; aanvankelijk was niet eens bij de stamgasten bekend dat ze iets met elkaar hadden. Berucht was ook de matglazen plaat op de bar. Naar verluidt werd daarachter het bier af en toe met water aangelengd. Ook werd wel eens een extra pilsje geturfd op de rekening van een bezoeker die te diep in het glaasje had gekeken. Ondanks al deze geruchten en de latere nukken van Welling en de ‘juffrouw’ – beiden liepen rond op sloffen door de zaak – bleven de vaste bezoekers hen trouw.

Lubberhuizen

In 1978 verkocht Welling zijn café aan Bas Lubberhuizen en Dick Koger. Welling en Froukje bleven boven het café wonen, maar overleden kort daarop. De sfeer van het café bleef grotendeels behouden. De matglazen plaat werd verwijderd en vervangen door een aquarium. Ook de Kips leverworst moest wijken voor boerenmetworst en ossenworst. En als alle stoelen bezet waren, werd het publiek niet meer verzocht naar een ander café te gaan, omdat Welling alleen ‘zitcafé’ was. Ook in Welling kun je tegenwoordig van live jazz genieten.

Café Eylders

John Eylders begon zijn carrière in de horeca als kelner bij Krasnapolsky, Schiller en de Carlton Corner. Hij was lid van de communistische partij, één van de initiatiefnemers van het proletarisch-revolutionaire blad ‘Links Richten’ en actief in de internationale kelnersorganisatie. Schrijver Maurits Dekker en schilder Joep Vogtschmidt raadden hem aan een eigen café te beginnen. Van zijn fooien als kelner huurde Eylders een leegstaande garage in de Korte Leidsedwarsstraat en wist bierfirma Grolsch te interesseren in deelname aan de zaak. Tijdens de inrichtingswerkzaamheden brak de Tweede Wereldoorlog uit. Sommige werklieden staakten hun werk in de Korte Leidsedwarsstraat en meldden zich vrijwillig voor werk in Duitsland, omdat dat beter betaald werd. De opening vond plaats op 24 december van het eerste oorlogsjaar. John Eylders weerde zich met hand en tand tegen de Duitsers. In Eylders hing op een gegeven moment een bordje met de tekst: “Für Wehrmacht verboten”. John Eylders werd enkele malen gearresteerd en zat ook enige tijd ondergedoken.

De clientèle

De eerste gasten, die zich meldden na de opening, waren Jacques Gans en Gerard den Brabander. De laatste zou een van de vaste jongens worden. Eylders trok in de beginjaren veel letterkundige drinkers als Ed Hoornik, Maurits Dekker, Jef Last, Bert Schierbeek, Adriaan Morriën, kunstenaars als Eppo Doeve en Hildo Krop en toneelspelers als Lex Goudsmit en Ko van Dijk. Ook na de oorlog waren er vaak literaire gasten: Mies Bouhuys, Simon Vinkenoog, Bernlef en Remco Campert. De literatuur is thans vooral achter de bar van Eylders te vinden in de persoon van de dichtende kelner Ronald M. Offerman.