Journalistencafés

“Ik hou zo van een oude, Amsterdamse kroeg/ en van het zwijgend met gedachten spelen./ Alleen, het sluitingsuur, voor mij en velen,/ komt steeds te laat en altijd weer te vroeg” (Simon Carmiggelt – 'De Amsterdamse Kroeg'). In de Amsterdamse binnenstad zijn enkele bekende bruine cafés waar vooral veel journalisten komen of kwamen.

Café Scheltema

De Nieuwezijds Voorburgwal had als bijnaam ‘Fleet Street van Amsterdam’. Voor de oorlog trok Scheltema al journalisten van Algemeen Handelsblad, De Telegraaf, Het Nieuws van de Dag, Het Volk, De Standaard en De Tijd. A.P. Scheltema opende zijn café op 28 april 1908 op nummer 242; tegelijkertijd sloot de Bierhalle van A.P. Scheltema sr. bij de Nieuwe Kerk. Scheltema (‘Appie’) was streng; hij verbood het kaartspel en er waren sancties bij misdragingen als gevolg van dronkenschap. Hij was ook zuinig met het geven van rondjes. Na de Tweede Wereldoorlog bezocht een nieuwe generatie journalisten van Het Parool, De Volkskrant, Trouw, De Waarheid, De Groene Amsterdammer en Elsevier de gelagkamer van Scheltema.

Kentering

In 1967 stopt ‘Appie’ op advies van zijn arts. Willem de Lange sr. volgde hem op; hij was al sinds 1961 in dienst als ober. In die periode krijgt de bedrijfsvoering een geduchte tegenslag te verwerken. Bijna alle redacties verhuizen. Trouw en De Volkskrant gaan naar de Wibautstraat en De Telegraaf naar de Basisweg. Het Algemeen Handelsblad fuseert met de Rotterdamse NRC en verlaat Amsterdam. De omzet daalt met meer dan 60% en in 1972 dreigt zelfs de sluiting van Scheltema, omdat De Lange een belastingschuld heeft. Heineken biedt uitkomst. De bierbrouwer koopt de inboedel en draagt het enkele jaren later over. Willem de Lange jr. volgt zijn vader op als bedrijfsleider. Om de omzet te verhogen verandert Scheltema van bruin café in eetcafé; men serveert traditionele Hollandse maaltijden.

Stamgasten

Journalisten vormden de kern van de vaste bezoekers van Scheltema. De redactie van De Volkskrant had eigenlijk Café Hoppe als stamkroeg, maar kwam ook veel in Scheltema. Medewerkers van Het Parool als Annie M.G. Schmidt, Max Nord en Simon Carmiggelt waren echter kind aan huis op de Nieuwezijds. Het dochtertje van Max Nord verkeerde enige tijd zelfs in de veronderstelling dat Het Parool in Scheltema tot stand kwam. Naast journalisten kwam er nog ander volk over de vloer, bijvoorbeeld reclamejongens als Dimitri Frenkel Frank en Herman Pieter de Boer. Vooral in de jaren ’60 werd de klandizie verruimd met de komst van Robert Jasper Grootveld, Wim T. Schippers, Johnny van Doorn, Jan Hein Donner, Kees van Kooten, Wim de Bie, Rijk de Gooyer, de schrijvers Harry Mulisch en Remco Campert en de voetballers Jan Mulder en Piet Keizer. Journalist-schrijver Jacques Gans werd gemeden door andere journalisten en zat vaak alleen aan een tafeltje; hij was ‘overgelopen’ van de Haagse Post naar De Telegraaf en bovendien een notoire ruziezoeker. Naderhand vond hij aansluiting bij de ‘literaire tafel’.

Humor bij Scheltema

De stamgasten van Scheltema hielden elkaar graag voor de gek. Zo hadden de verslaggevers en fotografen van De Telegraaf op een dag afgesproken dat ze na een bepaald telefoontje allemaal tegelijk weg zouden rennen. De overige journalisten bleven in verwarring achter. Hadden ze een belangrijke primeur gemist? Frits van der Molen van Elsevier nam de notoir trage bediening bij Scheltema op de hak. Nadat de kelner eindelijk verschenen was zei hij: “Doet u maar rustig aan. O pardon, ik zie dat u het al rustig aan doet.”
Af en toe kwam Majoor Bosshardt van het Leger des Heils de ‘Strijdkreet’ uitdelen. Toen zij aan Wim T. Schippers vroeg: “Wilt u een ‘Strijdkreet’?”, antwoordde deze: “Ja, laat maar horen.”

Volkscafé Mustert en De Koperen Toonbank

De geschiedenis van Café Hoppe begint bij Volkscafé Mustert. Harry Mustert sr. dreef dit café-restaurant achter het Commandantshuis. Dit classicistische gebouw was vanaf circa 1813 de woning van de stadscommandant. Het stond ongeveer ter hoogte van het huidige Monument op de Dam en werd in 1912 gesloopt. Mustert stopte omstreeks 1920 met zijn Volkscafé. Zijn zwager Evert Terwey sr. had in diezelfde tijd een café aan het Spui op de plaats van Atheneum Nieuwscentrum, schuin tegenover het huidige Hoppe. Het was de vrouw van Harry en de zus van Evert, Marie Mustert (‘Tante Marie’) die omstreeks 1921 café Hoppe begon. Harry Mustert jr. en Evert Terwey jr. (‘Hoppe Evert’) zouden Hoppe tot bloei brengen.

Café Hoppe

Café Hoppe bestaat uit twee panden: Spui 18 en Spui 20. Tante Marie begon Hoppe in het pand Spui 18. Op nummer 20 was nog Hotel Het Spui gevestigd. Hoppe ging Amstel bier schenken. Naderhand werd het hotel toegevoegd en ontstond er een dubbelcafé; de gelagkamers waren via een deur met elkaar verbonden. Het oudste gedeelte, nummer 18, werd ‘Sta-Hoppe’ genoemd. De bezoekers dronken daar staand aan de tap of op de stoep voor de deur hun biertje. De klandizie van ‘Zit-Hoppe’ op Spui 20 gebruikte zittend het gelag. In de jaren ’60 en ’70 kwam het café tot grote bloei. Het werd het trefpunt van kunstenaars, vrijgestelden en journalisten. De redactie van de Volkskrant behoorde tot de vaste clientèle en ook hier kon men Simon Carmiggelt en Jacques Gans regelmatig aantreffen. Bij Hoppe deelde een jonge Prinses Beatrix incognito de ‘Strijdkreet’ uit, in gezelschap van Majoor Bosshardt. Op 1 december 1970 werd bij Hoppe het miljoenste glas Amstel bier getapt. In die tijd had het café naar verluidt de grootste bieromzet van Nederland. Ook in Hoppe is tegenwoordig een ontbijtkaart en lunchassortiment.