Het café

De oorsprong van het café ligt in het koffiehuis. Het woord is ook letterlijk afgeleid van het Franse woord voor koffie. Deze, uit de Arabische wereld afkomstige, drank werd in de loop van de 17de eeuw populair in Europa. In 1650 werd het eerste Engelse koffiehuis geopend in Oxford; Londen volgde twee jaar later. Voor bier moest men elders zijn.

Herbergen en kroegen

Bier dronk men in de 16de en 17de eeuw in taveernen, herbergen en logementen. Deze gelegenheden boden onderdak aan reizigers. Men kon er een maaltijd gebruiken. De bevolking uit de directe omgeving bezocht de gelagkamer van herbergen en taveernen om er bier te drinken; een gebruik dat vooral door de schilder Jan Steen (1626-1679) is vastgelegd. Daarnaast werd er gedronken in tapperijen, kroegen en knijpen. Het woord ‘knijp’ komt van het Duitse ‘Kneipe’ of ‘Kneipschenke’ waarmee een kleine, benauwde gelagkamer wordt aangeduid. Koffiehuizen en cafés, vaak bezocht door de gegoede burgers, hadden een betere naam. Steeds meer bierhuizen en kroegen gingen zich daarom ‘café’ noemen. Een andere voorloper van het café was het proeflokaal van de brandewijn-, jenever- en likeurstokers.

Huiskamercafés en bierhallen

Aan het begin van de 19de eeuw ontstond de gewoonte om een huiskamer of voorkamer in te richten als gelagkamer. Vooral in Vlaanderen waren veel van deze bruine kroegen met hun lampjes en tafelkleedjes. Cafés en koffiehuizen speelden een grote rol bij de opkomst van de arbeidersbeweging. De sociaaldemocraten van Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) kwamen bijeen in etablissementen van socialistische caféhouders. De bekendste was P.J. Penning (1843-1904), de kastelein van café Cosmopolite in de Dijkstraat, vlakbij de Nieuwmarkt. De politie oefende zware druk uit op de kasteleins om de socialisten te weren uit hun gelagkamers, vergaderzalen en etablissementen. Wie daar geen gehoor aan gaf kreeg te maken met gewelddadige tegenstanders van de ‘rooien’. Omstreeks 1880 komen ook in Nederland bierhallen en bierhuizen naar Duits voorbeeld tot bloei: huiselijk ingerichte lokalen met een stamtafel. Het stamcafé doet zijn intrede. Zo kwamen de Tachtigers samen in café Willemsen aan de Heiligeweg en Frickes Bodega in de Kalverstraat. Aan het begin van de 20ste eeuw nam het aantal huiskamercafés af. Brouwerijen begonnen cafés aan zich te binden. Sfeervolle cafés met jugendstil- of art deco inrichting zorgden voor een goede omzet.

De Tweede Wereldoorlog

In de eerste dagen na de capitulatie van ons land gold een tapverbod. Vanaf februari 1941 begon de rantsoenering van alcoholische dranken. Onder leiding van John Eylders ontstond verzet tegen de verplichting joden uit de cafés te weren. In de weken voorafgaand aan de Februaristaking leidde deze verplichting tot een aantal incidenten bij Amsterdamse cafés. In de loop van de oorlog werd de borrel schaars goed. Omdat men vaak alleen aan vaste klanten schonk, hielden sommige mensen er meerdere stamkroegen op na. Alcohol werd illegaal gestookt en vaak aangelengd met water en bepaalde essences, soms zelfs met methylalcohol en brandspiritus. Tijdens de hongerwinter schonk café Eylders de gasten twee borrels per week. Ze waren zo aangelengd dat je er met gemak tien achter elkaar achterover kon slaan.

Ingrijpen van de overheid

Na de oorlog probeerde de overheid meer greep te krijgen op de cafés, bars en kroegen. Op 9 juni werd bij Koninklijk Besluit bepaald dat de oppervlakte van een café minimaal 35m² moest zijn en de minimale hoogte 2,60 meter. Bestaande, kleinere cafés kregen na protest van de horeca ontheffing tot het moment dat het café in andere handen overging. Het Koninklijk Besluit bepaalde verder dat er gescheiden dames- en herentoiletten moesten zijn en verder werd de tap- en slijtvergunning gesplitst. Ook hier gold een uitzondering voor cafés die op dat moment tevens als slijterij fungeerden. Vanaf 1 juli 2007 werd een rookverbod van kracht in alle drank- en eetgelegenheden. Ook voor deze maatregelen golden ontheffingen; bijvoorbeeld voor cafés die kleiner waren dan 50 m². Vanaf 30 juni 2011 kan er alleen nog gerookt worden in een aparte ruimte voorzien van een afzuiginstallatie.