De jaren ‘70

Eind 1969 was de sfeer in Paradiso om te snijden: medewerkers werkten elkaar tegen en men had te kampen met ernstige drugsoverlast. De huisdealers beperkten zich niet tot de toegestane cannabis. Het bestuur greep in en sloot het gebouw van eind augustus tot eind november. Sociaal-cultureel medewerkster Anja Meulenbelt organiseerde op 3 september van dat jaar een ‘teach-in’ over de toekomst van Paradiso. (foto) Men besloot een lidmaatschapskaart in te voeren, meer portiers aan te stellen en een bezoekersstop in te voeren. Meulenbelt zelf vertrok in december 1969 na een conflict met Louis Groen.

Wisselingen in de staf

Per 1 juni 1970 trad Pim Fenger aan als directeur. Rik Zaal, Rik van Bentum en Gert Jan Dröge namen de muziek, de workshops en de programmering onder hun hoede. Zij zouden allen maar een beperkte tijd in Paradiso actief zijn. Louis Groen bleef wel en deed zich bij het 5 jarig bestaan gelden als ‘Mister Paradiso’. Omstreeks 1975 ontstond er grote verdeeldheid tussen directeur Ole Bijster en het bestuur van Paradiso enerzijds en staf en medewerkers anderzijds over de toekomst van het jongerencentrum. Laatstgenoemden wilden Paradiso tot jeugdhonk ombouwen; bestuur en directie stuurden aan op een cultuurpaleis met popmuziek als belangrijkste element. De controverse eindigde met het gedwongen vertrek van Louis Groen. Dit mede na een incident waarbij de bedrijfsleider – volgens onbevestigde berichten – een blaffer zou hebben getrokken. In 1977 werd artistiek coördinator Huib Schreurs directeur en kwam Paradiso enige tijd in wat rustiger vaarwater. De nieuwe directeur had een muzikaal verleden bij CCC Inc. Hij zong en speelde mondharmonica bij de folkband van Ernst Jansz en Joost Belinfante.

Afnemende belangstelling

De belangstelling voor de concerten in Paradiso nam aan het begin van de jaren ’70 af. De concerten waren soms niet uitverkocht; er waren klachten over de geluidskwaliteit en over de eeuwige vloeistofdia’s en er waren soms vechtpartijen. Concurrent Fantasio moest sluiten toen op 24 augustus boze buurtbewoners het interieur kort en klein sloegen, maar inmiddels was aan de Lijnbaansgracht op 17 juli een nieuwe concurrent, De Melkweg, geopend. Muziekkrant Oor bood de programmeurs van Paradiso een helpende hand met aankondigingen en recensies. Ook presenteerde het blad nieuwe Nederlandse bands in Paradiso als Massada, Normaal en The Nits. Na de sloop van het Huis van Bewaring dreigde opnieuw afbraak van Paradiso. Actiegroep ‘Bouwes wat anders’ kwam in actie tegen de megalomane projecten van Nicolaas Bouwes. (foto) Paradiso wist ook deze storm te trotseren.

Punkmuziek als reddingsboei

De popmuziek was in de loop der jaren steeds verder ontwikkeld en volgens sommigen te gekunsteld geworden en op dood spoor geraakt. Als reactie ontstond omstreeks 1976 de punkmuziek, een stroming die zich weer meer oriënteerde op een rauwe vorm van rockmuziek. Voor Paradiso was het een uitkomst. De Britse punkbands, die in de jaren ’70 bijna allemaal wel een keer geprogrammeerd werden, trokken een nieuw publiek. Onder de naam ‘Gehakdag’ speelden op woensdag Nederlandse punkbands als Captain Coke, God’s Heartattack en Inside Nipples in de bovenzaal van Paradiso. Later werd de formule omgedoopt in ‘D-day’ en verplaatst naar de donderdag. Directeur Huib Schreurs vreesde alleen dat de wilde optredens en de uitzinnige fans die massaal de ‘pogo’ uitvoerden een “slijtageslag voor het gebouw” betekenden.

Sex Pistols

Op 6 en 7 januari 1977 trad de bekendste en beruchtste Britse punkband, The Sex Pistols, op in Paradiso. Dezelfde avond waren ook Johnny Thunders & The Heartbreakers en The Vibrators geprogrammeerd. Het publiek moest nog wat wennen aan de nieuwe muziek. De eerste avond waren er 400; de tweede avond 700 mensen. Malcolm McLaren, de mananger van de groep deelde bier uit om frontman Johnny Rotten nat te spatten. Punk en New Wave trokken eind jaren ’70 steeds meer publiek naar Paradiso. Er waren optredens van The Damned, The Ramones, Talking Heads en Blondie, van Siouxsie & The Banshees, The Clash, The Stranglers en The Jam. The Police trad op in de eerste bezetting met Henry Padovani als gitarist in plaats van Andy Summers. Het contrast met het vroegere Paradiso was groot: verdwenen waren de vloeistofdia’s en het lange haar. Publiek ging gehuld in leer met ritsluitingen en veiligheidsspelden en er waren jongeren met een ‘hanenkam’. Alleen de naam Paradiso herinnerde nog aan de hippies.

The Stranglers

Op 8 september 1977 traden The Stranglers op in een afgeladen Paradiso. De groep speelde werk van de dat jaar verschenen elpee ‘Rattus Norvegicus’. The Stranglers verschilden van andere punkbands door de inzet van een orgel, waardoor de muziek herinneringen opriep aan The Doors. De band met de gitaristen Hugh Cornwell en Jean-Jacques Burnel, toetsenist Dave Greenfield en drummer Jet Black oogstte veel succes. Bij de uitvoering van de nummers ‘Peaches’ en ‘Hanging around’ betraden zelfs enkele danslustige toeschouwers het podium.

Split Enz

Split Enz uit Nieuw Zeeland was op 27 december 1977 te zien in Paradiso en de avond daarop in het Haagse Diligentia. De kern van de groep bestond uit de gebroeders Neil en Tim Finn. Noel Crombie, de percussionist van de groep, ontwierp de fleurige kostuums waarin de groep optrad en de soms bizarre kapsels van de bandleden. De groep speelde materiaal van hun elpees ‘Mental Notes’ ‘Second Thoughts’ en ‘Dizrythmia’. Hoogtepunt was ‘The woman who loves you’ met een solo van Noel Crombie met lepels.

The Police

Op 22 juni 1979 stond The Police weer in Paradiso. Het concert opende met ‘Can’t stand losing you’, waarna werk werd gespeeld van de eerste twee albums ‘Outlandos d’amour’ en ‘Regatta de Blanc’. De Franse gitarist Padovani was inmiddels vervangen door Andy Summers. Van het concert werden opnamen gemaakt door de VARA, naderhand een bekende Police-bootleg.

Finders Keepers, Losers Weepers

Directeur Huib Schreurs was verantwoordelijk voor de traditie om jaarlijks in Paradiso een marathon jamsessie te organiseren. Thema was de compositie ‘Finders keepers, loosers weepers’ van Jerry Garcia van de Grateful Dead. Op 13 november 1975 vond de eerste jamsessie plaats met leden van Golden Earring, Cuby & The Blizzards, The Bintangs, Solution, Supersister en Carlsberg, aangevuld met een striptease act, een cabaretier, een dichter en een kinderdrumband. De laatste marathon met onder meer Herman Brood, The Dolly Dots en Henny Vrienten vond in 1985 plaats.