De jaren ‘60

“Een geestverruimend en adembenemend programma” bracht Paradiso op de openingsavond, 30 mei 1968. Er waren optredens van de Nederlandse bands CCC Inc, Supersister en Circus. Koos Zwart zorgde voor een ‘rielekste’ sfeer door het projecteren van vloeistofdia’s. Schrijfster Laurie Langenbach, die het jaar daarvoor te zien was geweest als danseres in het VPRO programma ‘Hoepla’, trad op met de damesdansgroep ‘Kunst Baart Kracht’ (foto). Onder het toegestroomde publiek bevonden zich twee agogen van de Amsterdamse Jeugd Raad, want het ‘project’ werd door de Gemeente nauwlettend gevolgd.

De Provadya-formule

De eerste maanden voltrok de programmering zich in de geest van Fluxus, de kunststroming waartoe De Ridder zich rekende en waarbij gezocht werd naar een combinatie van muziek, theater en beeldende kunst. Provadya hield in: ‘totaaltheater’. In de eerste maanden kreeg het publiek, naast bekende groepen als Traffic, The Move en Tyrannosaurus Rex, optredens voorgeschoteld van het Depressief Eroties Panorama, het Slechtste Orkest Ter Wereld, de muziekband van het Leger des Heils, het Stotterkoor en dat alles gecombineerd met vloeistofdia’s, striptease- en sado-acts, mummies en wierook. Publiek en artiesten trokken ook regelmatig de kleren uit. Keerzijde van deze vrijheid-blijheid was het toenemend gebruik van drugs en ordeverstoringen door jongeren met ijzeren kettingen.

Louis Groen

Als bedrijfsleider van Paradiso werd Louis Groen aangesteld. Afkomstig uit de horeca en voorzien van een indrukwekkende snor, was hij alles behalve een hippie. Het Provadya-team kwam dan ook al snel in conflict met Groen en men trok zich in oktober definitief terug uit Paradiso. Dat had dramatische gevolgen voor het jongerencentrum. Door het vertrek van Willem de Ridder was er geen publiciteit meer voor optredens in ‘Aloha’, ‘Hitweek’ en de ‘Plug’ en werden er geen affiches meer gemaakt. Louis Groen zou de eerstvolgende jaren de feitelijke leiding in Paradiso in handen hebben. Hij vond dat Paradiso weliswaar een rol moest hebben in het afbreken van wat er verkeerd was in de maatschappij, maar “van zweverig geklets krijg ik een punthoofd”.

Circus

Circus trad in het eerste jaar van Paradiso regelmatig op. De formatie bestond uit leden van de popgroepen Tee Set, The Motions en Q65 en naderhand aangevuld met Piet Kuipers de jazzpianist en –saxofonist die ooit met Soft Machine had gespeeld. Tijdens de openingsavond was Circus al van de partij. Tijdens een van hun optredens in de nacht van 29 op 30 juni 1968 viel de politie Paradiso binnen, omdat er klachten van geluidsoverlast waren gekomen van gevangenen in het Huis van Bewaring. Op 12 juli was Circus onderdeel van een ‘totaalsjo’ met een optreden van Johnny van Doorn, alias ‘Johnny the Selfkicker’, een zwevend monster van Frankenstein, een ‘open hartoperatie’ en een sado-act waarbij een ‘slavin’ met een zweepje wordt afgetuigd.

Pink Floyd

In november 1967 trad Pink Floyd voor het eerst in Nederland op tijdens de Hippy Happy beurs in Rotterdam. Op 30 april 1968 zou de groep voor de tweede maal in ons land optreden in Paradiso; maar de muzikanten kregen geen werkvergunning. Uiteindelijk kwam er toch toestemming en speelde de band op 23 mei en op 2 juni, tijdens de Luilaknacht. Syd Barrett, oprichter van de band en verantwoordelijk voor de singles ‘Arnold Layne’ en ‘See Emily Play’, was toen al niet meer van de partij. Hij was vervangen door David Gilmour. Tijdens de concerten bracht de band vooral werk van de nieuwste elpee: ‘Saucerful of secrets’, waaraan zowel Barrett als Gilmour hebben meegewerkt.

The Ro-d-ys

Op 17 mei 1968 stond de Groningse Band The Ro-d-Ys op het podium in Paradiso. De groep uit Oude Pekela had het jaar daarvoor veel succes gehad met hun singles ‘Take her home’ en ‘Just Fancy’. In 1968 zouden ze het conceptalbum ‘Earnest Vocation’ opnemen, gebaseerd op de roman ‘De kleine Johannes’ van Frederik van Eeden. In 2006 werd in Oude Pekela een monument voor de Ro-d-Ys onthuld.

Pretty Things

The Pretty Things stonden op 23 augustus 1968 op het programma in Paradiso. De band, vernoemd naar de song ‘Pretty Thing’ van Bo Diddley, was geïnspireerd door de Amerikaanse blues en rock-’n-roll. In 1967 namen ze de plaat ‘S.F. Sorrow’ op, de allereerste rockopera. Op 14 april 2018 zal de band opnieuw op het podium staan ter gelegenheid van 50 jaar Paradiso. Van de oorspronkelijke bezetting maken de twee oprichters Phil May en Dick Taylor nog altijd deel uit van de band.

Dragonfly

De Zeeuwse groep Dragonfly trad op 24 augustus 1968 op in Paradiso in een programma met onder meer Alexis Korner, Tyrannosaurus Rex en The Move. Al ver voor Kiss betraden Huib Pouwer, John Caljouw en Tonny en Rudy de Queljoe het podium met beschilderde gezichten. In Groot-Brittannië traden ze op met Pink Floyd en The Pretty Things. Hun optreden in het programma ‘Hoepla’ werd op het laatste moment niet uitgezonden, omdat de aflevering waarin zij voorkwamen ‘te aanstootgevend’ was voor de Nederlandse televisiekijker. Op 19 april 1969 stonden ze nogmaals in Paradiso; niet veel later hield de groep het voor gezien.

Jazz in Paradiso

Vanaf september 1968 begon Paradiso met een wekelijkse jazzavond. Het initiatief kwam van saxofonist Hans Dulfer. Het zou een doorslaand succes blijken. Een keur aan jazzlegendes betrad het podium om - vaak samen met Hans Dulfer - te spelen en te improviseren. Onder meer Willem Breuker, Theo Loevendie, Boy Edgar, Dexter Gordon, John McLaughlin, Ben Webster en Misja Mengelberg waren in Paradiso te zien. Dulfer betaalde de muzikanten vier keer zo veel als gemiddeld (Nederlandse muzikanten 100 gulden, Amerikanen 100 dollar). De jazzavonden werden een doorslaand succes. Paradiso groeide zelfs uit tot een van de grootste jazzclubs van Europa, maar dat was niet geheel tot genoegen van veel medewerkers, die wilden dat Paradiso een poptempel bleef. Na drie jaar zag Dulfer zich dan ook genoodzaakt de jazzavonden te staken.