Verzilting in Nederland

Zout water is de oervorm van water hier op aarde. Zoet water is hieruit ontstaan in de vorm van neerslag van verdampt zout water. Zodoende is zoet water in feite een sediment van zout water. In de ondergrond van Nederland bevindt zich veel zout en brak water. Dit is resterend zeewater van overstromingen van de laatste 10.000 jaar. Bovenop deze laag zout/brak water bevindt zich een laag zoet water dat door de jaren heen is aangevoerd door regen, sneeuw, hagel en door rivieren als de Rijn, de Maas en de Schelde. Al geruime tijd heeft Nederland te kampen met een toenemend tekort aan zoet water, terwijl zout water voor steeds meer problemen zorgt.

Hoe ontstaat verzilting?

Door het bemalen van polders wordt in Nederland wordt de zoetwaterlaag in het grondwater dunner, en stroomt zout grondwater vanuit de diepere bodemlagen omhoog. Dit wordt zoute kwel genoemd. Dit kwelwater wordt vaak weggevangen in sloten. Hierdoor kan ook verdroging ontstaan van de natuur. Tevens speelt de klimaatverandering een grote rol in de toenemende verzilting. De winters worden natter en zachter en de zomers warmer en droger. Zo voeren de rivieren ’s zomers steeds minder zoet water aan. Bovendien stijgt de zeespiegel, waardoor de hoeveelheid binnendringend zeewater toeneemt. Bovendien daalt de bodem in Nederland met 1 tot 4 cm per 10 jaar. Dit wordt veroorzaakt door inpoldering, veenafbraak, inklinken van klei en gas- en zoutwinning. Bij bodemdaling geldt dat hoe lager het land komt te liggen, hoe eerder het diepgelegen zoute water de oppervlakte bereikt. Ook intensieve landbouw draagt bij aan verzilting. Vooral door het gebruik van insecticiden, onkruidverdelgers en kunstmest. Restanten hiervan blijven na verdamping achter in de grond, waarbij vooral kunstmest verzouting veroorzaakt. Naar schatting zal de komende tien jaar in Nederland ongeveer 125.000 hectare landbouwgrond verzilten.

Maatregelen tegen verzilting

Verzilting kan worden ingeperkt door kustlijnverkorting met behulp van bijvoorbeeld dammen. Hierdoor dringt het zeewater minder ver het land in. Ook kunnen verziltende polders worden doorgespoeld met zoet water. Maar naast de hoge kosten wordt dit steeds lastiger, want er is steeds minder water van voldoende kwaliteit voorhanden. Dit komt omdat de rivierwateraanvoer steeds kleiner wordt ten gevolge van toenemende droge perioden.

Deltaprogramma

Zout zeewater trekt steeds verder het land in. Vooral in Zuid-west Nederland, in het bijzonder Zeeland, vormt dit een groot probleem. Hier is vrijwel geen toevoer van zoet water mogelijk, alleen door beregening, terwijl de zoute kwel in de grond opstijgt. Volgens het somberste scenario van de Deltacommissie bereikt het zoute grondwater rond 2050 in Zeeland de wortelzone van gewassen, waardoor vollegrondsteelt daar nagenoeg onmogelijk wordt. De rijksoverheid werkt momenteel aan een nieuwe strategie voor het Nederlandse waterbeheer in relatie tot klimaatverandering. Deze strategie vindt zijn weerslag in de zogeheten Deltabeslissingen. Hierin staan maatregelen voor een efficiënter en slimmer gebruik van zoet water. Bijvoorbeeld door zoetwatervoorraden aan te leggen in natte periodes. Maar ook het stimuleren van zouttolerante(re) teelten. Deze beslissingen maken deel uit van het Deltaprogramma.