De Oosterschelde na de afsluiting

Na ingebruikname van de Oosterscheldekering nam de getijdewerking alsnog met een kwart af. Het hierdoor veroorzaakte ecologisch effect was navenant. Aanvankelijk was er een hoge sterfte van planten en dieren. Maar na verloop van tijd kwamen weer andere soorten hiervoor in de plaats. Zodoende zijn de natuurwaarden nog steeds groot. De Oosterschelde kent een rijk waterleven. Zeehonden keren terug na jaren te zijn weggegeweest, evenals bruinvissen. Sinds 8 mei 2002 staat de Oosterschelde officieel te boek als “Nationaal Park Oosterschelde”. (foto: Jan van de Broeke / Beeldarchief Rijkswaterstaat)

Oesterdam

Om de landbouw tegemoet te komen, werd in de Oosterschelde de Oesterdam gebouwd. Hierachter ontstond het zoete Zoommeer, dat voor de landbouw echter maar weinig opleverde. Dat heeft voornamelijk te maken met de giftige blauwalg, die herhaaldelijk in het Zoommeer opduikt. Bij signalering hiervan wordt de zoetwaterinlaat in de sloten gestuit en een beregeningsverbod van gewassen ingesteld. Door aanleg van de Oesterdam verminderde de stroming in de Oosterschelde, leidend tot toename van zandhonger. (foto: Joop van Houdt / Beeldarchief Rijkswaterstaat)

Zandhonger

Door afgenomen getijdenwerking en zwakkere stroming slibben de geulen in de Oosterschelde steeds verder dicht met zand. Door deze zandhonger kalven de schorren steeds verder af. Tot nog toe zijn 35% van de oorspronkelijke platen en slikken verloren gegaan, en zelfs 60% van de schorren. Door de stromingsdynamiek in de zeearm stroomt nieuw opgespoten zand steeds snel weer terug naar de Noordzee. (foto: Joop van Houdt / Beeldarchief Rijkswaterstaat)

Zandplaten

Rijkswaterstaat wil in de Oosterschelde bij de Schelphoek (Schouwen-Duiveland) twee kunstmatige zandplaten aanleggen als proef voor de bestrijding van zandhonger. Eén plaat wordt met louter zand opgespoten. De andere plaat zal naast zand ook stenen bevatten. Over drie jaar zal worden gemeten waar het minste zand verloren is gegaan. Uit deze proef zal blijken welke methode het meest effectief is om zandhonger in de Oosterschelde te bestrijden. (foto: Jan van de Broeke / Beeldarchief Rijkswaterstaat)

Japanse Oesters

Een onverwachte bondgenoot in de strijd tegen zandhonger blijkt de Japanse oester (Crassostrea gigas) te zijn. Deze oestersoort werd in 1964 in de Oosterschelde uitgezet. Reden hiervoor was de massale sterfte van de Zeeuwse platte oester (ostrea edulis) in de strenge winter van 1962/1963. Sindsdien heeft de Japanse oester zich echter massaal ontwikkeld. De verwilderde Japanse oester wordt nu als een plaag gezien, omdat ze de op de platen aanwezige mossels en kokkels verdringt. De Japanse oesterbanken blijken echter een remmende werking uit te oefenen op de zandhonger. Ze vormen tezamen stevige riffen die golven kunnen breken en zandafslag voorkomen. (foto: Joop van Houdt / Beeldarchief Rijkswaterstaat)