Oudheid

De Oudheid loopt zoals gezegd van ongeveer 3000 v. Chr. tot 500 na Chr. Er waren agrarische samenlevingen ontstaan, eerst in Mesopotamie, waar zo’n 10.000 jaar geleden de landbouw uitgevonden was. Men trok niet meer van plek naar plek, maar vestigde zich op één plaats.

Er ontstonden dorpen en later steden. Men ging gebruiksvoorwerpen en werktuigen voor de landbouw maken. Het eerste schrift ontstond zo rond 3300 v. Chr in Sumerie. De term Oudheid wordt met name gebruikt voor de Oudheid van de Westerse beschaving. Ook andere culturen kennen een Oudheid, denk aan China, het Perzische Rijk en Midden- en Zuid-Amerika (Tolteken, Azteken, Olmeken, Maya en Inca). De datering van de oudheid verschilt van cultuur tot cultuur.

Bij het ontstaan van het schrift begint de historie, de periode zonder schrift noemt men de prehistorie. In de Westerse geschiedschrijving is dit begin omstreeks het jaar 3.000 voor Christus in Egypte en Mesopotamië. Omdat het alfabet zich echter maar zeer langzaam over het continent verspreidde, wordt dit tijdvak in veel landen ook nog beschouwd als onderdeel van de prehistoristorische Bronstijd (3.200 tot 800 voor Christus) en IJzertijd (800 tot 12 voor Christus). Zoals al eerder vermeld, de prehistorie, protohistorie en historie lopen vloeiend in elkaar over en niet overal tegelijk.

De “klassieke oudheid” begon zo rond 750 v. Chr., duurde tot 400 na Chr. en heeft alleen betrekking op de beschavingen van Griekenland en Rome. Betrekkelijke laatkomers dus, in vergelijking met de eeuwenoude beschavingen van Mesopotamie en Egypte. 

Boeken

Mesopotamie: In het 6e millennium voor Christus stichtten de Sumeriers de eerste steden in een gebied dat lag tussen twee rivieren: de Eufraat en de Tigris. De Grieken noemden dit gebied Mesopotamie, “land tussen twee rivieren”. Vermoedelijk kwamen de Sumeriers ergens uit Midden-Azie. Ze hadden geleerd graan te verbouwen, vonden een schrift uit en kenden het brons. Het vruchtbare gebied werd de bakermat van onze beschaving. Later werd dit gebied het thuisland van de Akkadiers, de Babyloniers en de Assyriers. De belangrijkste stad van de Sumeriers was Ur.

Zo rond 2000 v. Chr. kwam er een definitief einde aan de heerschappij van de Sumeriers door invallen van Semitische volken: De Elamieten en de Amonieten. Een tijd van burgeroorlogen volgde. Daar werd een eind aan gemaakt door de Amonitische koning Hammurabi. Hij besteeg in 1792 v. Chr. de troon van Babylon. Hammurabi is een belangrijke wetgever geweest. De wetten, die hij uitvaardigde waren voor die tijd zeer rechtvaardig. Deze wetten bestonden dus al 15 eeuwen voor het Romeins recht.

Na de dood van Hammurabi werd het rijk door de Assyriers veroverd, hun hoofdstad was Assur. Er volgde een tijd van oorlogen o.a. om handelsroutes te verdedigen en vanwege expansie van het Rijk. In 539 v. Chr. lijfden de Perzen in de persoon van koning Cyrus, die eerst de Meden verslagen had, het gebied in en werd het een onderdeel van het Perzische wereldrijk.

Egypte: Het Egypte uit de oudheid kan verdeeld worden in het Oude Rijk, het Middenrijk en het Nieuwe Rijk. Tussenperiodes, waarin het land uiteenviel, verbonden de drie rijken. Het Oude Rijk duurde ongeveer vanaf 3032-2639 v.Chr., het Middenrijk vanaf 2040-1793 v.Chr., en het Nieuwe Rijk vanaf 1550-1070 v.Chr. In de derde tussenperiode en de Late periode was het land al uiteengevallen en onderhevig aan allerlei aanvallen van volkeren van buitenaf.

Ook hier weer, net als in Mesopotamie, speelde een rivier een belangrijke rol, de Nijl. Irrigatie zorgde ervoor dat men land blijvend kon verbouwen met o.a. tarwe. De Nijl was de hoofdstraat, de levensader van Egypte.De vruchtbare Nijl maakte het dus mogelijk dat hier een verenigd rijk ontstond. Wanneer en onder wie dit precies als eerste plaatsvond, daarover verschillen de meningen. Vermoedelijk zo rond 3100 v. Chr., Memphis werd toen de eerste hoofdstad. Gedurende de lange periode dat het Egypte onder de farao’s bestond wisselden de hoofdsteden elkaar af.

In tegenstelling tot Mesopotamie waar grote steden ontstonden, woonde men veelal in dorpjes langs de Nijl. Doordat Egypte aan alle kanten door woestijnen omgeven was, heeft het lange tijd in afzondering kunnen bestaan. Pas in 332 v. Chr. werd het definitief door Alexander de Grote veroverd.

Egypte werd in die tijden geregeerd door farao’s. De farao was belast met het vaststellen van de wil van de goden. Men keek naar hem op als naar een god. Godsdienst was erg belangrijk in Egypte, voor alles was wel een god die er verantwoordelijk voor was. De Egyptische goden waren ook nauw verbonden met het sterke Egyptische geloof dat er leven na de dood was. De doden werden voorzien van voedsel, drank, wapens en andere noodzakelijkheden. Familieleden bezochten vaak de graftomben met nog meer geschenken. Familieleden bezochten vaak de graftomben met nog meer geschenken. Farao’s werden begraven in grote graven als de piramides. Bekende farao’s zijn o.a. Toetanchamon en Ramses. Een paar belangrijke godheden zijn: Amon, Anubis, Isis, Osiris en Ra.

Sites over de Oudheid

Er zijn op dit moment geen artikelen over dit onderwerp beschikbaar.