Middeleeuwen

De Middeleeuwen (ca. 500 – ca. 1500, preciese periodisering blijft moeilijk) danken hun naam Middel-eeuwen aan het feit dat ze als een tussenperiode beschouwd worden. Een tussenperiode tussen de klassieke oudheid met zijn hoogcultuur en de Renaissance, opnieuw een tijd waarin kunst, cultuur en wetenschap grote hoogten bereikten. Een periode van verval, vandaar ook wel de benaming “de donkere middeleeuwen”. Er is een vroege, midden en een late periode te onderscheiden.  

Na het uiteenvallen van het Romeinse rijk kreeg Europa met allerlei volksverhuizingen te maken, een chaotische periode. Er ontstond weer een hoofdzakelijk agrarische maatschappij. Germanen en Saksen doken in het gat dat de Romeinen achterlieten. De christelijke kerk verbreidde zich langzaam maar zeker over Europa, de geestelijkheid ging een belangrijke rol spelen. Volken werden één voor één “gekerstend”. Dat ging niet zonder slag of stoot. Denk even aan Bonifatius, die bij Dokkum vermoord werd (rond 750). Naast de geestelijkheid was de adel een belangrijke stand, het was de tijd van ridders. De derde stand werd gevormd door de boeren.
Het leenstelsel deed zijn intrede. Dit is een soort bestuursvorm waarin hogere edelen een “leen” gaven aan lagere edelen om zich zo te verzekeren van hun steun. Een belangrijke figuur was Karel de Grote (747 – 814,  koning der Franken). Zijn invloed kan nauwelijks overschat worden. Hij had een groot gebied veroverd (in navolging van de Romeinse keizers) en tot een rijk samengesmeed. Zijn heerschappij zorgde een tijdlang voor rust. In 800 werd Karel in Rome tot keizer gekroond. Behalve dat hij een goed strateeg en diplomaat was, bloeiden ook de kunst, literatuur en architectuur tijdens zijn bewind. Deze periode wordt dan ook wel de Karolingische Renaissance genoemd. Onder zijn opvolger verzwakt het rijk en valt op een gegeven moment in een paar delen uiteen.
Oorlogen (o.a. de honderdjarige) en invallen van de Noormannen volgden. Hoewel de Middeleeuwen lang als een donkere tijd beschouwd werden verandert onze kijk hierop tegenwoordig wel. Prachtige kunst heeft deze tijd voortgebracht, bouwkunst en literatuur. Voorbeelden zijn o.a. de dichters Dante Alighieri en Petrarca, maar ook de Romaanse en Gotische bouwwerken. De miniaturen geproduceerd in de kloosters bijvoorbeeld door de gebroeders van Limburg. Eén van de belangrijkste ontdekkingen in de late Middeleeuwen was die van de boekdrukkunst. Deze zorgde voor een snelle verspreiding van kennis en een veel groter bereik van die kennis.
 

 

 

  • Karel de Grote Bekijk details

    Karel de Grote werd in 747 geboren, in Ingelheim, Duitsland. In Nederland woonden toen de Friezen, in het oosten de Saksen en meer naar het zuiden de Franken. Deze Franken waren steeds belangrijker en sterker geworden. In 768 volgde Karel zijn vader, Pepijn de Derde, op als koning van het Frankische rijk. Samen met zijn broer Carloman, die een ander stuk kreeg.

    Bekijk details van Karel de Grote

  • Kruistochten Bekijk details

    De kruistochten besloegen een periode van de elfde tot de dertiende eeuw. Aanleiding was de verslechterde houding tussen christenen en moslims. Het was echter niet alleen godsdienst dat een rol speelde, ook de bevrijding van Jeruzalem en uitbreiding van de wereldlijke macht waren factoren van belang. Het waren militaire missies, negen in totaal. Sommige waren succesvoller dan andere, die een regelrechte ramp bleken. Het kruis was het symbool, men dacht dat men daardoor onoverwinnelijk werd in de...

    Bekijk details van Kruistochten